Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w65 15/7 blz. 447-448
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
  • Vergelijkbare artikelen
  • Magie en tovenarij zijn slecht
    U kunt Gods vriend zijn!
  • Schuilt er gevaar in het beoefenen van magie?
    Ontwaakt! 1993
  • Magie en toverij
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Magie en toverij
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
w65 15/7 blz. 447-448

Vragen van lezers

● Waarom eiste de wet die Mozes gegeven was, dat de hand van de getuigen het eerst op een ter dood veroordeelde diende te komen, en geldt dit in enig opzicht ook voor ons in deze tijd, of kunnen wij er iets uit leren?

Met betrekking tot degenen die in Israël door het gerecht ter dood veroordeeld waren, verklaart Deuteronomium 17:5-7 (NW): „Gij moet zo iemand met stenen stenigen, en zo iemand moet sterven. Op de verklaring van twee getuigen of van drie getuigen dient degene die sterven moet ter dood gebracht te worden. . . . De hand van de getuigen dient het eerst op hem te komen om hem ter dood te brengen, en daarna de hand van heel het volk; en gij moet het kwaad uit uw midden wegdoen.”

Niet alleen de rechters en de oudere mannen van de natie waren er verantwoordelijk voor dat het kwaad werd weggedaan, maar van iedereen in Israël werd verwacht dat hij ijverig was voor de ware aanbidding en er angstvallig op toezag dat er geen smaad op Jehovah’s naam werd gebracht en de organisatie zuiver bleef, waardoor een gemeenschapsveroordeling werd vermeden. De getuigen moesten hun ijver tonen door bij de voltrekking van het vonnis de leiding te nemen. Een voorbeeld van zulk een ijver gaven de levieten toen zij handelend optraden tegen hun Israëlitische broeders die bij Sinaï de kalverenaanbidding beoefenden; ook de leviet Pinehas, die de Simeoniet Zimri doodde toen 24.000 Israëlieten wegens immoraliteit in verband met Baäl-Peor om het leven kwamen, gaf hiervan een voorbeeld (Ex. 32:25-29; Num. 25:6-9). Van ouders werd geëist dat zij hun weerspannige en onhandelbare zoon naar de oudere mannen brachten en hem niet tegen het doodvonnis beschermden. Zelfs wanneer een naaste bloedverwant, een zoon of een dochter bijvoorbeeld, een valse profeet of een afvallige werd, kwamen de liefde voor Jehovah God en loyaliteit aan hem en zijn organisatie toch op de eerste plaats. — Deut. 21:18-21; 13:6-11.

Er was nog een beginsel bij betrokken. Het was geen kleinigheid om voor de rechtbank tegen iemand te getuigen, maar om ook nog als scherprechter op te treden, dus in feite zijn bloed te vergieten, was nog iets heel anders. Dit zou de getuige ertoe aansporen, bij het afleggen van een verklaring heel goed na te denken. Een getuige die een vals getuigenis aflegde terwijl hij wist dat hij ook de eerste zou zijn die ertoe moest overgaan de man of de vrouw in kwestie ter dood te brengen, moest wel heel erg verhard zijn.

Wanneer er thans door iemand in de christelijke gemeente goddeloosheid wordt bedreven, bezit het rechterlijke comité van de gemeente de verantwoordelijkheid een onderzoek in te stellen en uit de gemeenschap te sluiten, en zo het kwaad weg te doen. Iedereen in de gemeente behoort echter dezelfde ijver aan de dag te leggen voor de zuiverheid van de gemeente en de goede reputatie bij Jehovah, ook al zou de schuldige iemand zo na zijn als een zoon of dochter. Iedereen behoort ijverig getuigenis af te leggen van hetgeen hij van de zaak af weet en geen inlichtingen of bewijzen achter te houden omdat er nauwe familiebetrekkingen of vriendschap bij betrokken zijn. Hij dient te berusten in de uitspraak van het comité en gewillig mee te werken. — Zach. 13:3.

Er ligt echter nog een les voor ons in opgesloten. Wij dienen er namelijk heel goed op toe te zien dat wij een waar en geen vals of twijfelachtig getuigenis afleggen. Vooroordeel of een vooropgezette mening mogen er geen aanleiding toe zijn dat wij een vals, overijld, onverschillig of onnauwkeurig getuigenis afleggen. Wij zijn rekenschap verschuldigd aan de grote Rechter, Jehovah God. Wij moeten ook in gedachten houden dat Gods wet voor Israël bepaalde, dat de valse getuige de straf moest ondergaan die hij de ander, tegen wie hij een vals getuigenis had afgelegd, had toegedacht. — Deut. 19:18-20.

Deze aan Israël gegeven wet bevat dus voor onze huidige tijd het beginsel van ijver voor rechtvaardigheid en voor de zuivere, reine aanbidding van Jehovah, en ook het beginsel van betrouwbaarheid en grote voorzichtigheid bij het afleggen van getuigenis, in het besef dat wij voor de grote Rechter Jehovah staan, die ons oordeelt overeenkomstig de woorden die wij bij zo’n gelegenheid spreken. — Matth. 12:36, 37, NW.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen