Vragen van lezers
● Heeft de slang als gevolg van de goddelijke vloek die in Genesis 3:14 staat opgetekend, voortbewegingsorganen in de vorm van poten of voeten verloren?
In Genesis 3:14 wordt ons verteld: „Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft.” Dit is de enige schriftuurplaats die een aanwijzing bevat dat er een tijd is geweest dat de slang zich niet op haar buik voortbewoog.
Deze woorden waren natuurlijk in de eerste plaats gericht tot het onzichtbare geestelijke schepsel dat de letterlijke slang als zijn spreekbuis had gebruikt. Hierdoor werd zijn vernedering voorzegd. Wilde de symbolische toepassing van dit oordeel over het goddeloze geestelijke schepsel dat Satan werd, echter enige kracht bezitten, dan moest het ook een vervulling hebben in de letterlijke slang, die een symbool van Satan werd. Het is derhalve redelijk te concluderen, dat de slang, voordat ze door God werd vervloekt, poten bezat die haar boven de grond verhieven. Zoals God de macht bezat om de slang in het begin te scheppen, had hij ook het vermogen haar lichaam dusdanig om te vormen, dat ze geen poten meer had en ze zich op de buik kon voortbewegen.
● Moeten wij uit Genesis 8:22 concluderen, dat de jaargetijden met hun extreme omstandigheden, zoals wij ze thans kennen, ook in de nieuwe wereld zullen bestaan? — E. E., Verenigde Staten.
Zoals in Genesis 8:22 staat opgetekend, zei Jehovah bij zichzelf: „Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.” Enkele jaren geleden heeft een vragensteller in verband hiermee eens een bepaald probleem opgeworpen, want hij zei:
„Mijn vraag betreft Genesis 8:22. Zolang de aarde bestaat, zal er winter zijn. Nu weten wij dat de winter allerlei moeilijkheden met zich meebrengt. Straten worden bedekt met sneeuw en ijs, auto’s slippen, er gebeuren ongelukken, mensen vallen op glad ijs, krijgen natte voeten, vatten kou, kortom, de winter is niet aangenaam. Kunt u dit in zekere zin leven onder volmaakte omstandigheden noemen? Vindt u niet dat het weinig van een paradijs weg heeft wanneer men met dergelijke dingen te kampen heeft?”
Wel, deze gevoelens zijn heel begrijpelijk. Is de winter echter zelfs in deze tijd altijd zo bar als hierboven beschreven? Het hangt af van de manier waarop iemand het bekijkt. Wat een opwindend gezicht zijn neerdalende sneeuwvlokken niet! Stilletjes worden heuvels, bomen, velden — ja, en zelfs de straten in steden — met een zachte, witte deken van sneeuw bedekt. Werkelijk, het is een genoegen ernaar te kijken! Velen zien, wanneer zij in gebieden wonen waar dit schouwspel zich voordoet, de schoonheid van dit jaargetijde in hun omgeving. Natuurlijk moeten zij ten aanzien van hun auto bepaalde maatregelen nemen om toch onder zulke omstandigheden te kunnen rijden, of zij kunnen er eenvoudig de voorkeur aan geven helemaal niet te rijden wanneer de wegen glad zijn. Mensen die zich goed kleden, voelen zich niet onprettig en ook krijgen zij geen natte voeten. In elk jaargetijde speelt de menselijke onvolmaaktheid een rol, en daardoor kan het wanneer er sneeuw en ijs ligt, gebeuren, dat sommigen vallen en anderen kou vatten. Maar zelfs onder de huidige omstandigheden kan de winter in gebieden waar de velden met een sneeuwwit dekkleed worden opgeluisterd een mooie en heerlijke tijd van het jaar zijn. Er zijn natuurlijk vele plaatsen op aarde waar men ’s winters geen sneeuw en ijs en de daarmee gepaard gaande omstandigheden heeft.
De verklaring in Genesis 8:22 moet natuurlijk in verband worden gebracht met de andere beloften over de volmaakte omstandigheden die onder Gods koninkrijk verwezenlijkt zullen worden. Wat Jehovah in Genesis 8:22 bedoelde, was, dat er niet langer zoals voor de Vloed, over de gehele aarde een gelijkmatig klimaat zou heersen. Waarom niet? Omdat het grote watergewelf dat voor deze situatie verantwoordelijk was geweest, naar beneden was gekomen, met de in Genesis 8:22 beschreven jaargetijden als gevolg. Zoals God echter door de vloed van Noachs dagen plotseling revolutionaire veranderingen in de levensomstandigheden op aarde, met nu eens grote hitte en dan weer strenge kou, teweeg heeft gebracht, zo kan hij ook in Armageddon en bij de inwijding van zijn Messiaanse koninkrijk snelle veranderingen tot stand brengen die elk onprettige aspect van de winter en alle onaangename kenmerken van andere jaargetijden zullen verzachten.
Zal dit door een herstel van het watergewelf tot stand komen? Zal de Schepper het weer in de ruimte ophangen ten einde een broeikassituatie op deze aarde in het leven te roepen waardoor er op de gehele aardbol weer een uniforme temperatuur zal heersen? De bijbel zegt dit niet, want de formering van het watergewelf van vóór de Vloed maakte deel uit van Gods scheppingswerk op een van zijn werkdagen voordat hij op de zevende dag ophield met dergelijke scheppingswerken voor de aarde. Van zijn rustdag moet echter nog een periode van ten minste duizend jaar verlopen. Wij kunnen ermee volstaan te zeggen, dat Jehovah God, die al weet wat hij zal doen, deze aangelegenheden volmaakt zal regelen. Door bemiddeling van zijn koning Jezus Christus zal hij uitermate begerenswaardige en aangename toestanden het licht doen zien. Deze verandering, die een eind zal maken aan onplezierige seizoenomstandigheden, zal in overeenstemming zijn met Gods herstel van het paradijs en het uitbannen van dood, pijn, verdriet, ziekte en tranen. — Openb. 21:4, NW; Deut. 32:4.