Betoon christelijke liefde op congressen
„HIERAAN zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Joh. 13:35, NW). Ja, zo belangrijk is christelijke liefde, dat Jezus tot zijn volgelingen zei dat zij zich daardoor zouden onderscheiden als mensen die het ware geloof bezitten. Christenen willen daarom het door Jezus gestelde voorbeeld volgen door deze uitnemende eigenschap, liefde, ijverig aan te kweken.
Liefde uit zich in actie, in daden. Liefde gaat veel verder dan met de mond gedane uitspraken. Ze zet met daden die aan onzelfzuchtige consideratie voor de medemens zijn ontsproten, kracht bij aan deze mondelinge betuigingen. Deze onzelfzuchtige activiteit merkt men vooral op onder mensen die het christelijke geloof belijden.
Een grootse gelegenheid voor het ten toon spreiden van oprechte christelijke liefde doet zich ieder jaar voor wanneer Gods volk bijeenkomt op grote congressen. Hier vergaderen opgedragen dienstknechten van God en vele pas geïnteresseerde personen om uit Gods Woord onderwezen te worden. Zij worden onderricht in de christelijke leer en levenswijze en aldus geholpen bij hun vooruitgang tot christelijke rijpheid. Dergelijke bijeenkomsten zijn vooral in onze tijd, de laatste dagen van dit goddeloze samenstel van dingen, van uitermate groot belang. De apostel Paulus verstrekte de raad: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar elkaar aanmoedigend, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” — Hebr. 10:24, 25, NW.
Een van de belangrijkste manieren waarop wij op dergelijke congressen liefde kunnen betonen, is, ons te concentreren op het onderricht dat vanaf het podium wordt gegeven. Daaruit blijkt onze liefde voor Jehovah, zijn organisatie en ook voor anderen die luisteren, daar zij dan niet worden afgeleid door onnodige drukte. Het kan vanzelfsprekend voorkomen dat sommigen door noodzakelijk congreswerk in beslag worden genomen, maar ook dit wordt absoluut tot een minimum beperkt. Wij dienen te allen tijde het voornaamste doel van het congres in gedachten te houden en niets dient ons daarvan af te leiden. Let eens op hoe de bijbel ons duidelijk maakt wat dit doel is: „Verzamel het volk, de mannen en de vrouwen en de kleinen en uw inwonende vreemdeling, die binnen uw poorten is, opdat zij mogen luisteren en opdat zij mogen leren, daar zij Jehovah, uw God, moeten vrezen en er zorg voor moeten dragen alle woorden van deze wet te volbrengen” (Deut. 31:12, NW). Wanneer Gods wet wordt uiteengezet, is het er niet de tijd voor rond te lopen of bezoekjes af te leggen bij anderen. Het programma verdient onze volle aandacht.
Nog een praktische manier om op congressen liefde te betonen, is, in verband met de zitplaatsen rekening te houden met anderen. Ten aanzien van de zitplaatsen dient net zo gehandeld te worden als in elke Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen. Zoals wij daar geen liederenbundels, kranten of paraplu’s op de zitplaatsen zouden leggen om ze te „reserveren”, dienen wij daarvan ook op grotere vergaderingen geen gewoonte te maken. Ga wanneer u binnenkomt, zitten op de plaatsen die vrij zijn of die de ordedienaren u aanwijzen. Iemand die met anderen rekening houdt, zal geen plaatsen reserveren en anderen er daardoor van weerhouden er gebruik van te maken indien hij zelf nog niet klaar is om zijn plaats in te nemen. Het spreekt vanzelf dat ouders bij hun kinderen dienen te zitten en indien een van de gezinsleden wat later komt omdat hij zich voordat de lezingen beginnen nog van een bepaalde verantwoordelijkheid moet kwijten, is het alleen maar vanzelfsprekend dat de andere gezinsleden een plaats voor hem willen zoeken zodat hij bij hen kan zitten. Dat is echter heel iets anders dan wanneer er iemand vooruit gaat om zitplaatsen voor een groep vrienden te reserveren die nog niet klaar zijn om zelf hun plaatsen in te nemen.
Wanneer iemand na het programma zijn plaats verlaat, geeft hij ook blijk van een attente houding indien hij zijn bezittingen meeneemt en ze niet op de zitplaats laat liggen om deze voor een later tijdstip op de dag bezet te houden. Natuurlijk is het een ander geval wanneer zich een onverwachte moeilijkheid voordoet en iemand tijdens het programma enkele ogenblikken weg moet maar hij dadelijk weer terug zal komen. Bovendien wordt er soms een rij afgezet voor congreswerkers die een taak hebben waarmee zij tot op de laatste minuut bezig zijn, en niemand heeft daar bezwaar tegen; de dienst die deze broeders verrichten, wordt gewaardeerd.
Bij het aan de dag leggen van een juist gedrag op congressen komt nog meer kijken. Hoe oneerbiedig zou het zijn zich tijdens het programma, wanneer Gods Woord aan een beschouwing wordt onderworpen, met allerlei frivole, beuzelachtige dingen bezig te houden! Een rijpe christen past ervoor op zich dusdanig te gedragen dat afbreuk wordt gedaan aan de waardigheid van de gebeurtenis of dat anderen die bij hem in de buurt zitten, worden afgeleid. In dit verband dienen vooral jongeren ervoor op hun hoede te zijn meer belang te stellen in de omgang met elkaar dan in wat er op het podium wordt gezegd en gedaan. Opvallende liefdesbetuigingen in het openbaar, voortdurend gepraat, gelach of heen-en-weer-geloop tijdens het programma, en ook het onnodig voor anderen langs lopen om zijn plaats in te nemen en weer weg te gaan, duiden op een gebrek aan christelijke liefde. „De liefde . . . gedraagt zich niet onbetamelijk, zoekt niet haar eigen belang.” — 1 Kor. 13:4, 5, NW.
Op ouders rust dus de zware verantwoordelijkheid hun kinderen in dit opzicht streng te onderrichten. Zij moeten op elk moment weten waar hun kinderen zijn en tijdens het programma dienen dezen bij hun ouders te zitten. Indien andere kinderen bij uw gezin willen komen zitten, moet er met het oog hierop tussen de hoofden van beide gezinnen een afspraak worden gemaakt. Het dient dus niet aan minderjarige kinderen, met inbegrip van tieners, overgelaten te worden te bepalen waar zij zullen zitten, noch dienen zij zonder voldoende toezicht alleen gelaten te worden, want „dwaasheid is aan het hart van een knaap gebonden”. — Spr. 22:15, NW.
Men betoont ook christelijke liefde door attent en geduldig te zijn wanneer men voor eten en lectuur in de rij staat, of bij andere gelegenheden. Het is ook liefdevol, attent te zijn voor de mensen bij wie wij logeren. Zij hebben ons gastvrijheid betoond en wij geven op onze beurt blijk van liefde door ervoor te zorgen dat wij een goed voorbeeld stellen; wij zullen niet lang opblijven wanneer wij weer op onze kamer zijn, luid spreken of in enig ander opzicht de huisbewoner hinderen.
Besef tevens dat niet iedereen onder de toehoorders dezelfde mate van rijpheid bezit. Sommigen zijn er voor de eerste maal, anderen zijn nog jong of onervaren. De christen verwacht daarom niet van allen hetzelfde en is zo edelmoedig de fouten van anderen door de vingers te zien, want „de liefde is lankmoedig”. — 1 Kor. 13:4, NW.
Door van de vurige wens blijk te geven de liefde die wij in de plaatselijke christelijke gemeente hebben aangekweekt, in praktijk te brengen, zullen wij doen wat de apostel Johannes ons aanraadde toen hij zei: „Laten wij liefhebben, niet met het woord noch met de tong, maar met de daad en in waarheid” (1 Joh. 3:18, NW). En hoe vaak valt anderen deze liefde op! Merk eens op wat een Nieuwzeelandse krant, de Challenge van 30 augustus 1961, in een verslag over een groot congres van Jehovah’s getuigen verklaarde: „Plaatselijke journalisten is het opgevallen, hospita’s is het opgevallen, taxichauffeurs is het opgevallen en ook mij is het opgevallen — het voorbeeldige gedrag onder de Getuigen.”
Ja, betoon op congressen christelijke liefde, want daardoor zult u zowel uzelf als andere aanwezigen geluk schenken en, bovenal, Gods naam eren!