Waarom van een molshoop een berg gemaakt?
HEBT u ooit een mol gezien? Misschien niet, want het grootste deel van zijn leven brengt hij onder de grond door. Dit kleine zoogdier, dat gangen graaft, heeft in vele delen van de wereld slechts een gemiddelde lengte van vijftien centimeter. Om zijn gewoonte gangen te graven en insekten te eten, en ook om zijn bont, wordt hij als een zeer waardevol diertje beschouwd.
Doordat de mol gangen graaft, ontsiert hij vaak grasperken en tuinen. De hopen die hij daarbij opwerpt, kan men echter als niet veel meer dan iets hinderlijks beschouwen, daar ze gemiddeld slechts vijf tot tien centimeter hoog zijn.
Omdat een molshoop zo klein is, is hij spreekwoordelijk geworden. Een figuurlijke molshoop is dan ook iets wat hinderlijk kan zijn maar beslist niet zo’n groot probleem vormt dat men zich ernstig zorgen behoeft te maken. Waarom maken mensen dan soms van een molshoop een berg? Dit kan talrijke redenen hebben, en van enkele daarvan zullen zij zichzelf waarschijnlijk niet bewust zijn omdat, zoals de bijbel ons vertelt, „het hart . . . bedrieglijker [is] dan iets anders”. — Jer. 17:9, LV.
Sommigen maken van een molshoop een berg doordat zij nog jong zijn en nog niet veel weten en meegemaakt hebben. Zelfs een nietig probleempje kan een klein kind een berg toeschijnen. Mensen die pas getrouwd zijn, komen soms plotseling tot de ontdekking dat hun harten niet altijd gelijkgestemd zijn en zij het ook niet altijd volkomen met elkaar eens zijn. Hun geschilpunten kunnen zeer onbetekenend zijn, eigenlijk slechts molshopen, maar door hun gebrek aan kennis en ervaring maken zij er wellicht bergen van.
Anderen maken van een molshoop een berg doordat zij kleingeestig zijn. Voor een mier ziet een molshoop er als een berg uit en voor mensen die bij onbelangrijke dingen stilstaan, wordt elke onbeduidende onnadenkendheid en elke onverstandige zin of daad een misdaad.
Ook door een kastegeest of vooringenomenheid op religieus, raciaal en nationaal gebied of ten aanzien van eigen familie komen mensen er vaak toe een berg van een molshoop te maken. Elke door hun eigen groep bedreven ergerlijkheid of faux pas wordt door de vingers gezien, maar wanneer dit zelfde door iemand van een ander ras of een andere religie wordt gedaan, wordt het overdreven en als een excuus aangegrepen voor liefdeloze, onredelijke woorden en daden. Zo zien schoonmoeders soms de tekortkomingen van hun eigen kroost door de vingers maar maken zij bergen van de tekortkomingen van hun schoonzoons en schoondochters.
Dan zijn er ook mensen die van een molshoop een berg maken omdat zij een verdedigende houding aannemen en op een bepaald punt gevoelig zijn. Indien voor een man zijn huidkleur of zijn religie een gevoelig punt is, of voor een vrouw haar leeftijd of gewicht, zal hij of zij zich snel gekwetst voelen door elke onnadenkendheid of vluchtige opmerking die hem of haar in deze zwakke plek raakt, en wordt er van die molshoop een berg gemaakt.
Weer anderen maken van een molshoop een berg omdat zij een wrok of haat tegen iemand anders koesteren. Zij zijn door de persoon in kwestie beledigd en proberen dus wraak te nemen. Door deze verkeerde hartetoestand grijpt zo iemand letterlijk alles wat de ander doet en wat maar even ongewoon is of hinderlijk kan zijn, als een excuus aan om uiting te geven aan zijn ergernis, ontstemming of verontwaardiging, terwijl hij hetzelfde bij iemand anders door de vingers zou hebben gezien.
Soms wordt een deelgenootschap in het zakenleven of bij religieuze activiteiten, een huwelijk of een verloving voor een van beide partijen een last. De partij die de band wenst te verbreken, probeert vaak in het gedrag van de ander een aanleiding te vinden om zijn eigen handelwijze te rechtvaardigen. Om dit doel te bereiken, zal ook hij van een molshoop een berg maken. Zo bemerken wij soms dat iemand die zich heeft opgedragen om de wil van Jehovah God te doen en dit moe wordt, een excuus zoekt om een andere weg te gaan bewandelen en ermee op te houden. En gewoonlijk zal iemand vroeger of later wel iets zeggen of doen of zal er wel iets worden gepubliceerd, wat hem het nodige excuus verschaft. Onveranderlijk betreft het dan een molshoop waarvan een onoverkomelijke berg wordt gemaakt.
Het is echter onverstandig, onsportief en liefdeloos van een molshoop een berg te maken en soms verraadt men daardoor een gebrek aan geloof. Het is onverstandig omdat niemand er gelukkiger door is en de misère van het leven alleen nog maar groter wordt. De bijbel vertelt ons: „Des mensen verstand maakt hem lankmoedig, het is zijn eer een overtreding voorbij te zien.” Iemand die verstandig is, weet, dat men niets goeds bereikt wanneer men iedere kleinigheid tot een geschilpunt maakt door kleineringen of beledigingen te overdrijven. — Spr. 19:11.
De „gulden regel” die Jezus Christus heeft gegeven en die luidt: „Zoals gij wilt dat de mensen u doen, doet hun desgelijks”, schakelt ook de gewoonte van een molshoop een berg te maken uit. Deze regel laat geen plaats voor een kastegeest of vooringenomenheid wegens ras, religie, nationaliteit of familieverhouding. — Luk. 6:31, NW.
Wanneer men de onbeduidende tekortkomingen van anderen tot grote geschilpunten maakt, bewijst men wel in het bijzonder een gebrek aan liefde te bezitten. „Liefde bedekt een menigte van zonden” en overdrijft ze dus niet en besteedt er geen overbodige aandacht aan. Ja, de liefde „rekent het kwade niet aan. Ze verdraagt alle dingen, gelooft alle dingen, hoopt alle dingen, verduurt alle dingen”. De liefde is bereid te vergeven, niet slechts zeven maal, maar wel zevenenzeventig maal. — 1 Petr. 4:8; 1 Kor. 13:5, 7; Matth. 18:22, NW.
En ten slotte is daar nog het geloof en vertrouwen in God en in zijn Woord, de bijbel. Dit zal u er niet alleen van weerhouden van een molshoop een berg te maken, maar u als het ware helpen van op bergen gelijkende situaties of problemen een molshoop te maken. Jezus zei: „Zo gij geloof hebt ter grootte van een mosterdzaadje, zult gij tot deze berg zeggen: ’Verplaats u van hier naar daar’, en hij zal zich verplaatsen, en niets zal u onmogelijk zijn.” De apostel Paulus bezat een dergelijk geloof. Daarom kon hij belijden: „Voor alle dingen bezit ik de sterkte door hem die mij kracht verleent.” — Matth. 17:20; Fil. 4:13, NW.
Hoed u er dus voor van een molshoop een berg te maken door uw hart te behoeden en laat u bij uw pogingen door wijsheid, liefde en geloof helpen.