Maakt het verschil wat u gelooft?
ER ZIJN heel veel dingen die u kunt geloven zonder dat ze enig verschil voor uw welzijn uitmaken. U zou bijvoorbeeld kunnen geloven dat een bepaalde kleur veel aangenamer voor het oog is dan een andere, maar uw leven zou hierdoor hoegenaamd niet beïnvloed worden. Het zou eenvoudig een kwestie van persoonlijke smaak zijn.
Hoe zou het echter zijn indien u geloofde dat u, zonder parachute om uw val te vertragen, uit een vliegtuig op grote hoogte zou kunnen springen? O, zegt u, maar dat zou wél verschil maken; zo iets absurds te geloven, zou namelijk wél van invloed zijn op uw leven, het zou erdoor in de waagschaal worden gesteld. U ziet er dus nauwlettend op toe dat u het juiste gelooft waar het uw leven betreft. U zou verdraagzaam zijn ten aanzien van de overtuigingen van anderen, maar u zou deze niet delen indien u van mening was dat uw welzijn door dergelijke overtuigingen gevaar liep.
Bent u even voorzichtig in verband met uw overtuiging ten aanzien van uw eigen verhouding tot God? Hoe voorzichtig bent u wanneer het erop aankomt nauwkeurig vast te stellen wat God van u verlangt? Is uw geloof betreffende uw plaats in Gods voornemens gefundeerd? Weliswaar beweren velen dat wat iemand in dit opzicht gelooft, er niet toe doet zolang iemand maar íets gelooft, maar stelt u zich deze vraag eens: Doet datgene wat u gelooft en wat er voor anderen niet toe doet, er ook voor God niet toe?
U erkent dat het gevaarlijk is wanneer iemand een onjuiste mening is toegedaan in verband met de natuurwetten, bijvoorbeeld wanneer hij de wet van de zwaartekracht tart door zonder parachute uit een vliegtuig te springen. Deze natuurwetten zijn in feite door God vastgelegd. Dient dit er voor u dan geen aanleiding toe te zijn te overwegen dat het eveneens gevaarlijk kan zijn er onjuiste meningen op na te houden betreffende andere wetten van God voor de mensheid? Indien verkeerde meningen betreffende natuurwetten iemands leven in de waagschaal kunnen stellen, kunnen onjuiste meningen betreffende andere wetten van God voor menselijke schepselen beslist nog gevaarlijker zijn, daar ons eeuwige welzijn ermee gemoeid kan zijn.
Door de eeuwen heen hebben mensen de meest fantastische dingen over God en zijn voornemens geloofd. Zij hebben het geloof in ontzaglijk vele goden en daarmee verband houdende leerstellingen in het leven geroepen. Toch zou de gemiddelde man er thans moeite mee hebben zelfs maar enkele van de goden uit de oudheid en wat zij voorstonden, te noemen. Ze zijn verdwenen omdat ze alleen in de verbeelding en niet in werkelijkheid bestonden. De huidige valse goden die niet werkelijk bestaan, zullen eveneens na verloop van tijd verdwijnen. Alleen de Almachtige God en zijn voornemens zijn gelijk, onveranderlijk en betrouwbaar gebleven.
Onlangs maakte een onjuiste religieuze overtuiging wel degelijk verschil voor een patiënt in een ziekenhuis. Deze patiënt had dagenlang in een diepe coma gelegen. Hij ontving de beste verzorging. Toen ontwikkelde zich een staphylococcen-infectie op zijn borst en buik. Niemand kon begrijpen waar de bacteriën vandaan kwamen. Alles was volkomen hygiënisch en geen enkele andere patiënt had een dergelijke infectie. Op een dag zag een huidspecialist de moeder van het slachtoffer iets op zijn buik sprenkelen. Men ontdekte dat de moeder haar zoon regelmatig met „heilig water” had besprenkeld, in de overtuiging dat dit tot zijn genezing zou bijdragen. Een arts nam een monster van dit water en kwam tot de conclusie dat het krioelde van de bacteriën! Toen er geen „heilig water” meer werd gesprenkeld, verdween ook de infectie (Life, 27 september 1963). Hoewel deze moeder ongetwijfeld oprecht was, bezat haar daad toch geen kracht ten goede. Deze was in strijd met Gods Woord en een uiting van bijgeloof; in dit geval werd de patiënt nadeel berokkend, terwijl deze vrouw het goede op het oog had gehad.
Wanneer het om onze verhouding tot God gaat, maakt het beslist verschil wat wij geloven. In de dagen van Noach, ruim 4000 jaar geleden, geloofde de overgrote meerderheid van de mensen dat zij Gods wegen konden verlaten en doen wat zij wilden. Het resultaat was dat „de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was . . . De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij” (Gen. 6:5, 11). Toen God, bij monde van de rechtvaardig gezinde Noach, die generatie voor hun dreigende ondergang door middel van een wereldomvattende vloed waarschuwde, geloofden zij dit niet. Wat een verschil betekende dit in hun leven! Daar zij weigerden God te geloven en in overeenstemming met zijn woord te handelen, kwamen zij bij die grote vloed om het leven. Noach en zijn gezin overleefden het einde van die wereld omdat zij God wel geloofden en wel in overeenstemming met zijn woord handelden. Het betekende ook in hun leven een groot verschil, want zij bleven bij die wereldramp gespaard. Het maakte ook veel verschil voor het gehele menselijke geslacht van thans, want wij zijn allen nakomelingen van Noach en zijn gezin. De ongelovigen lieten hun leven tijdens de Vloed en hadden geen verdere nakomelingen.
De bijbelprofetieën wijzen er duidelijk op dat ook wij in een oordeelstijd leven en het einde van dit slechte samenstel van dingen naderen. Jezus gaf te kennen dat onze tijd zich zou onderscheiden doordat God de goddeloosheid van de aarde zou wegvagen, zoals Hij dit ook in Noachs tijd heeft gedaan (Matth. 24:37-39, NW). Of u geloof hecht aan deze kennis en in overeenstemming daarmee handelt of niet, zal een reusachtig verschil uitmaken. Welk verschil? „Het leven en den dood stel ik u voor, den zegen en den vloek”; op die manier bracht Jehovah het bij monde van zijn dienstknecht Mozes onder woorden (Deut. 30:19). Het is het verschil tussen eeuwig leven en eeuwige dood!
Weliswaar geloven de meeste bewoners van de aarde niet dat zij voor deze keuze staan, maar dit was in Noachs tijd ook niet het geval. Personen die vol ongeloof schimpend spreken, vergeten één ding. Petrus zei hierover: „Overeenkomstig hun wens ontgaat dit feit hun aandacht, dat . . . de toenmalige wereld [werd] vernietigd toen ze door water werd overstroomd” (2 Petr. 3:5, 6, NW). Even zeker als die wereld uit de oudheid door een daad van Gods zijde is vergaan, zal dit met de huidige wereld gebeuren.
Laat u niet misleiden. Wat u in verband met God en zijn voornemens gelooft, zal veel verschil in uw leven maken. Indien u Gods zegen wenst te verwerven, zult u zijn Woord, de bijbel, willen bestuderen om vast te stellen wat hij van u verlangt. Dan zult u in overeenstemming met Gods opgetekende wil wensen te leven, want „de wereld gaat . . . voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid” (1 Joh. 2:17, NW). Wat een verschil zal het voor u betekenen te geloven wat God zegt!