Laat u zich leiden door feiten of door waandenkbeelden?
VOOR sommige mensen mag zelfbegoocheling prettiger zijn dan het onder de ogen zien van de werkelijkheid, maar met zelfbegoocheling kan men niet in zijn onderhoud voorzien, kan men zijn gezinsleden niet voeden en kan men niet aan de vele andere eisen die het leven stelt, voldoen. Iemand die zich inbeeldt dat iets is zoals hij graag zou willen in plaats van het te zien zoals het werkelijk is, beredeneert de feiten niet, maar gaat uit van waandenkbeelden. Hij heeft geen zuiver onderscheidingsvermogen.
Personen die de feiten negeren en zichzelf door waandenkbeelden laten misleiden, zijn als de spreekwoordelijke struisvogel die zijn kop in het zand steekt wanneer er gevaar dreigt. De realist weet echter dat een dergelijke struisvogel alleen in fabels maar niet in werkelijkheid bestaat! De echte struisvogel is niet blind voor gevaar. Hij verbergt zijn kop niet in het zand. Integendeel, hij verwijdert zich zo snel van de bron van potentieel gevaar, dat slechts weinig dieren hem bij kunnen houden wanneer hij in volle vlucht voortraast.
Dromers zijn net als die spreekwoordelijke struisvogel. Zij steken hun hoofd in het zand van zelfbedrog en waandenkbeelden wanneer er situaties ontstaan die het nodig maken dat zij de feiten realistisch onder de ogen zien en tot op die feiten gebaseerde daden overgaan. Dergelijke waandenkbeelden zijn even zinloos als de gekoesterde mening dat de aarde vierkant is niettegenstaande het overweldigend aantal bewijzen dat een dergelijke conclusie onjuist is; ze zijn net zo nutteloos als de gedachte dat twee plus twee vijf is wanneer uit de wiskundige feiten blijkt dat dit niet het geval is.
De feiten die thans wel het meest in het oog lopend genegeerd worden, zijn die welke betrekking hebben op God en zijn voornemens. Vele mensen stellen zich God voor zoals zij hem graag zouden zien en niet zoals hij in werkelijkheid is. Zij schrijven hem eigenschappen toe die hij niet bezit of loochenen eigenschappen die hij wél heeft. Zij trachten God te modelleren tot een beeld dat met hun fantasieën overeenkomt, terwijl zij de feiten waaruit blijkt wat hij werkelijk is, negeren.
Zo zeggen sommige mensen in opdracht van hun kerk het volgende wanneer Jehovah’s getuigen hen bezoeken: „U predikt een wrede en onredelijke God die de meesten van zijn kinderen in een afschuwelijke strijd, Armageddon, zal wegvagen. U doet het voorkomen alsof God niet goed en vriendelijk zou zijn. Met zo’n God wil ik niets te maken hebben. Jullie, Getuigen, beschouwen deze wereld als iets hopeloos en daarom laten jullie haar kalm de ondergang tegemoet gaan.”
Bij een dergelijke redenatie worden de feiten volkomen genegeerd. Ook dit is een voorbeeld van een gedrag zoals de spreekwoordelijke struisvogel het aan de dag legt. Want door de gehele bijbel, Gods bericht voor de mensheid, heen, wordt steeds weer het thema beklemtoond dat Gods koninkrijk op een goede dag over deze wereld zal regeren en het bestuur over de aangelegenheden die de aarde betreffen van de huidige regeringen, die slechts onder goddelijke toelating heersen, zal overnemen. Wat misleiden degenen die het christendom belijden zichzelf wanneer zij zich gekwetst voelen als er melding wordt gemaakt van het feit dat God zijn grote macht zal aanwenden om te regeren op de wijze die hij in zijn Woord duidelijk heeft uiteengezet! — Openb. 11:17, 18, NW.
De gedachte dat het huidige samenstel van dingen niet meer te verbeteren is, vindt haar oorsprong niet bij Jehovah’s getuigen. De Almachtige God Jehovah zelf zegt dit. Zouden wij iets anders zeggen, dan zouden wij de feiten niet onder de ogen zien. Wij zouden ons dan door zelfbedrog, een waandenkbeeld, een illusie laten leiden. Onder invloed van Gods eigen leidinggevende geest, schreef de christelijke apostel Johannes: „Hebt de wereld niet lief noch de dingen in de wereld. Indien iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem . . . De wereld gaat bovendien voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.” — 1 Joh. 2:15-17, NW.
Zei Jezus toen zijn discipelen hem vroegen wanneer het einde van dit samenstel van dingen zou komen: ’Hoe kan er zo iets wreeds bij jullie opkomen?’ Neen, dat zei hij niet. Jezus gaf zijn discipelen een realistisch antwoord doordat hij de vele feiten noemde die het einde van deze wereld zouden kenmerken. Het zou een wrede misleiding zijn geweest indien hij anders had gehandeld.
Het is een feit dat God deze wereld als hopeloos beschouwt. Hij heeft besloten dat hij alle verwarring, misdaad, haat, oorlog, verdriet en de dood die hier heersen, zal vervangen door een paradijsachtige nieuwe wereld van rechtvaardigheid, waar mensen voor altijd vreedzaam en gelukkig bij elkaar kunnen wonen. In deze tijd van grote wereldbenauwdheid is het dus onbetamelijk te zeggen dat de vernietiging die God over alle goddeloosheid zal brengen wreed is. God zou liever hebben dat alle goddelozen zich van hun slechte handelwijze bekeren (2 Petr. 3:9, NW), maar wanneer zij dit niet doen, heeft hij het recht hen te vernietigen — ter wille van zijn eigen naam en ook ter wille van personen die het goede liefhebben en een leven willen leiden dat in overeenstemming is met Gods vereisten. „De HERE bewaart allen die Hem liefhebben, maar Hij verdelgt alle goddelozen” (Ps. 145:20). Dat is geen waandenkbeeld maar een feit. Zij die zeggen dat dit wreed is, zien de onnoemelijke wreedheid en ellende over het hoofd die goddelozen over de mensheid brengen. Zij zien ook over het hoofd dat God met de vloed en met de vernietiging van Sodom en Gomorra een einde aan goddeloosheid heeft gemaakt. Tevens negeert men de verzekering dat God in de strijd van Armageddon een overeenkomstige verwoesting zal brengen. Dan zullen zij die er de voorkeur aan geven de feiten te negeren, niet in leven blijven — evenmin als degenen die ten tijde van de Vloed en ten tijde van de vernietiging van Sodom en Gomorra de feiten negeerden in leven bleven. — Jud. 7; 2 Petr. 3:5-7; Openb. 16:14-16, NW.
U koestert wellicht vele denkbeelden over God en zijn wegen, maar neem niet als vanzelfsprekend aan dat dit Gods denkbeelden en wegen zijn. Weliswaar is God liefde, maar hij brengt deze hoedanigheid volmaakt in evenwicht met zijn andere eigenschappen, namelijk wijsheid, rechtvaardigheid en macht. Onderzoek Gods Woord, de bijbel, realistisch om vast te stellen wat Gods wil en voornemen zijn. Doe die wil dan zo goed u kunt en vraag God daarbij om kracht om uw zwakheden te compenseren.
Door God, zijn voornemen en zijn wil te negeren, zult u niets aan de feiten kunnen veranderen, net zomin als de aarde vierkant zou worden wanneer u dit zou geloven, of twee en twee vijf zou zijn omdat u dat zou denken. God zal zijn voornemen ten aanzien van de aarde, ongeacht de waandenkbeelden of het zelfbedrog van mensen, ten uitvoer brengen. „Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des HEREN, die zal bestaan” (Spr. 19:21). Dat is een feit en geen waandenkbeeld. Personen die het leven onder een rechtvaardige, nieuwe orde liefhebben, zullen deze raad realistisch ter harte nemen en opvolgen, en dat tot hun eeuwig welzijn.