Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w63 15/8 blz. 504
  • Religie in het oude Teotihuacán

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Religie in het oude Teotihuacán
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
w63 15/8 blz. 504

Religie in het oude Teotihuacán

ONGEVEER drieëndertig kilometer ten noorden van de stad Mexico liggen de ruïnes van een oude stad waar het van omstreeks de vierde tot en met de tiende eeuw van de huidige jaartelling gezoemd moet hebben van activiteit. De inwoners van Teotihuacán bezaten een goed ontwikkelde cultuur en religieuze overtuigingen die voor de bewoners der christenheid wel bijzonder belangwekkend moeten zijn.

Onder de ruïnes van Teotihuacán nemen twee piramiden een belangrijke plaats in, namelijk de Piramide van de Zon en de Piramide van de Maan. Het verschil tussen deze piramiden en die in Egypte schuilt hierin dat ze niet als graftombes maar als bases voor tempels werden gebruikt. De Piramide van de Zon heeft de hoogte van een gebouw met twintig verdiepingen. Priesterlijke processies beklommen de verschillende trappen om vanaf de top hun god Quetzalcoatl te aanbidden. Daar deze een natuurgod was, was hij de patroon van handwerkslieden, boeren, planters, tuiniers en andere bewerkers van de grond, alsook van steengraveurs, de vervaardigers van houtsnijwerk, bouwlieden en goud- en zilversmeden.

Ongeveer anderhalve kilometer van de Piramide van de Zon verwijderd, bevinden zich ruïnes van paleizen met muurschilderingen die nog in goede staat verkeren. Er is een tijd geweest dat de inwoners van Teotihuacán al hun muren met fresco’s bedekten. Op muur na muur van het Zacuala-paleis zijn schilderingen van goden aangebracht. Quetzalcoatl wordt daar afgebeeld als gedeeltelijk mens, vogel en slang. Op één muurschildering ziet men hem op een zwevende massa slangen wegzeilen naar de opkomst van de zon.

De gedachte aan boetedoening wordt uitgebeeld door een cactusbloem die is doorstoken met zeven bloedige doornen. Tijdens het blootleggen van de gebouwen ontdekte men op een plaat klei een afbeelding van het kruis van Quetzalcoatl. De aanwezigheid van het kruis bij deze heidenen is niet verbazingwekkend, daar het een vruchtbaarheidssymbool is dat in vele delen van de wereld uit de oudheid algemeen door heidenen werd gebruikt. Het komt veelvuldig op de reliëfs van de Egyptenaren voor.

In kamers die op de voornaamste binnenplaats van het paleis uitkomen, bevinden zich verscheidene schilderingen van Yacatecutli, de god van de pochteca of zwervende kooplieden. Dit gilde schijnt van religieuze oorsprong te zijn. In de tijd van de Azteken, die veel van de bevolking van Teotihuacán hebben overgenomen, besteedden de pochteca tien tot twintig jaar aan het bijeenbrengen van een groot fortuin, terwijl zij in armoede leefden. Dan gaven zij een uitgebreid feestmaal, waaraan zij alles wat zij bezaten, uitgaven. Op die manier toonden zij klaarblijkelijk hun geloof in een morele verplichting om zich van alle stoffelijke rijkdommen te ontdoen.

Betreffende de zienswijze die de bevolking van Teotihuacán over de dood bezat, schreef L. Séjourné in zijn boek Un Palacio en la Ciudad de los Dioses (Een paleis in de stad der goden): „Dat het ontvangen van een nieuw leven na de dood door het aanbreken van een nieuwe dag en door rood gesymboliseerd zou zijn, wordt niet alleen in woorden geuit, maar ook met Teotihuacán zelf in verband gebracht. En zij noemden de stad Teotihuacán omdat ze de plaats was waar de meesters werden begraven. Want zij plachten te zeggen: ’Wanneer wij sterven, sterven wij niet werkelijk, omdat wij leven, een opstanding krijgen, verder leven en ontwaken. Dat maakt ons gelukkig.’ In die zin richtten zij zich tot de dode wanneer hij stierf. . . . ’Word wakker, de lucht wordt rood, de dageraad is aangebroken.’ . . . Daarom plachten de oude mensen te zeggen: ’Hij die is gestorven, is een god geworden.’”

In graven werden vele figuurtjes van klei aangetroffen, waaronder zich ook afbeeldingen van mensen met een kaalgeschoren hoofd bevonden. Men is van mening dat deze verband houden met bepaalde priesterklassen. Ook werden er kandelaars van klei gevonden. L. Séjourné merkte hierover het volgende op: „Deze moeten te maken hebben met voorwerpen die, zoals onze kaarsen die heilige beelden verlichten, op de rijkelijk versierde houtskoolbranders, waarvan wij zovele overblijfselen in Zacuala bezitten, werden geplaatst.”

Lang voordat de Spanjaarden in Mexico verschenen, brachten deze vroege bewoners offers aan hun beelden, zij gebruikten heilig water, kenden priesterorden, gebruikten het teken van het kruis, brandden kaarsen als een onderdeel van hun religieuze ceremoniën, geloofden in de onsterfelijkheid van de ziel en hadden zich een denkbeeld gevormd van lagere regionen zoals de hel. Sommigen die zich op de hoogte hebben gesteld van wat zij geloofden, vragen zich af of de Azteken, die de cultuur van Teotihuacán hebben geërfd, het moeilijk vonden om de religie van hun Spaanse overwinnaars te aanvaarden. Met het oog op het feit dat er religieuze overeenkomsten bestaan tussen deze heidense volken uit oude tijden en de christenheid — echter niet tussen hen en de bijbel — zijn deze volken uit het oude Mexico bijzonder belangwekkend voor belijdende christenen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen