Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w63 15/5 blz. 303
  • Wie is verantwoordelijk voor het gebrek aan geloof?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wie is verantwoordelijk voor het gebrek aan geloof?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
w63 15/5 blz. 303

Wie is verantwoordelijk voor het gebrek aan geloof?

DE PREDIKANT van de congregationalistische kerk in zuid-Brisbane, Australië, B.H. Parker, bracht onder woorden wat opmerkzame personen reeds enige tijd is opgevallen, toen hij zei: „Het ware christelijke geloof in onze kerken is dood.” Maar waarom? Waarom bestaat er overal in de christenheid zo’n gebrek aan geloof in de bijbel? Zijn de geestelijken in gebreke gebleven de bijbel te leren en het geloof van de mensheid erin op te bouwen? Ja!

Het komt thans zeer vaak voor dat men uitlatingen van predikanten leest of hoort welke klaarblijkelijk ten doel hebben het geloof in de bijbel te ondermijnen. J.G. Hall, geestelijk leider te Harrismith, Zuid-Afrika, zei in een brief aan de pers op 26 april 1959: De positie van de fundamentalisten „is ongetwijfeld onhoudbaar met het oog op de vele tegenstrijdigheden die er niet alleen tussen het bijbelse verslag en de stoffelijke wetenschap bestaan, maar ook met het oog op de vele tegenstrijdigheden die in de bijbelse verhalen zelf voorkomen”. De heer Hall ondersteunt zijn bewering niet door voorbeelden van tegenstrijdigheden te noemen, maar toch zullen velen hem geloven omdat hij predikant is.

Vele predikanten zijn een soortgelijke mening toegedaan. G.R. Service zei in zijn hoedanigheid van predikant aan de Augustine United Church in Winnipeg, Canada, dat „de personen die de verschillende [bijbel]manuscripten hebben geschreven, beperkt waren tot de kennis van hun tijd”, en dat daarom de bijbel aan dwalingen onderhevig was. Hij betoogde dat „ook de evolutie een bewezen feit is” en dat het Genesisverhaal van Adam en Eva noch vanuit historisch noch vanuit biologisch standpunt gezien waar zou kunnen zijn.

Wijlen E.W. Barnes, anglicaans bisschop van Birmingham, Engeland, heeft, zoals de pers citeerde, gezegd dat de bijbel „fantastische onwaarheden” bevatte over de oorsprong van de mens. Hij vertelde de predikanten van zijn diocees: „Wij kunnen die kinderen op onze kerkelijke scholen geen fantastische onwaarheden vertellen, hoe dichterlijk, literair of symbolisch ze ook mogen zijn.” Barnes vervolgde: „Indien wij het vertrouwen van onze jonge mensen willen winnen, dienen wij hun de pas ontdekte waarheden over de oorsprong van de mens en de menselijke beschaving te vertellen, en deze bewijzen moeten gecombineerd worden met hun religieus onderwijs.”

Juist degenen die zich als bijbelonderwijzers en -aanhangers opwerpen, zijn er de voornaamste tegenstanders van. H. Jochmus, redacteur van Der Feste Grund, een evangelisch maandblad dat in Duitsland wordt uitgegeven, merkte in de uitgave van mei 1961 op dat sommige hoogleraren „van mening waren dat de bijbel voornamelijk uit mythen, spreuken, legenden en mythologische begrippen bestaat. . . . de schepping van de wereld, de Vloed, de geschiedenis van de patriarchen, het leven van Jezus, dat hij de Zoon van God zou zijn, zijn geboorte uit een maagd, zijn wonderen, zijn offerandelijke dood aan het kruis, zijn opstanding, zijn hemelvaart, zijn wederkomst en de laatste dingen, waarover in het boek Openbaring staat geschreven — het zijn allemaal mythen, gezegden en legenden. Al deze dingen zijn niet gebeurd zoals is verhaald en zijn onwaar”.

De invloedrijkste theoloog in Duitsland in deze tijd, R. Bultmann, koestert een dergelijke mening over de bijbel. En men heeft bemerkt dat „zijn leerlingen thans de voornaamste universiteitsposten bekleden in de Duitse theologische wereld”. Geen wonder dat het geloof binnen de kerken van de christenheid dood is!

The Expository Times, een blad dat in Edinburgh wordt uitgegeven en wijd en zijd door predikanten van alle richtingen wordt gelezen, gaf in zijn uitgave van januari 1960 predikanten de volgende waarschuwing: „Zo lang wij in het openbaar zonder voorbehoud uit de bijbel blijven lezen en er geen uitleg aan geven, maken wij ons aan een soort van dubbelhartigheid schuldig. Wij hebben er bijvoorbeeld alle reden voor (en alle geleerden zijn het hierover eens) te geloven dat een groot deel van het Vierde Evangelie in de engste zin van het woord niet als ’historisch’ beschouwd kan worden; en toch blijven wij er in het openbaar uit voorlezen alsof dit wel zo was. . . .

Wij lezen alsof wij datgene wat wij lezen en zoals het zich aan ons voordoet, als ’waar’ zouden aannemen, terwijl wij zelf in feite weten dat wij het niet kunnen lezen zonder zeer veel reserve waarover wij niet spreken. . . . Hoeveel toehoorders geloven bijvoorbeeld dat de verhalen over Daniël en de drie jongemannen niets meer zijn dan overleveringen uit de oudheid die met veel letterkundig talent zijn omgewerkt tot verhandelingen voor die tijd, met het doel het verzet tegen de vervolgingen van Antiochus Epiphanes IV aan te wakkeren? De predikant dient onmiskenbaar duidelijk te maken wat deze verhalen zijn en ze niet te lezen alsof ze werkelijk historische gevallen van goddelijke tussenkomst zouden zijn.”

Het is geen wonder dat het geloof van miljoenen mensen dood is. Hiervoor zijn voornamelijk vals-religieuze predikanten verantwoordelijk. Jezus zei over hen: „Blinden zijn zij, die blinden leiden. Indien een blinde een blinde leidt, zullen zij beiden in een put vallen.” — Matth. 15:14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen