Zou Jezus dit doen?
JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God, was een groot onderwijzer en leider. Hij oefende een grotere invloed ten goede op het menselijke geslacht uit dan enige andere persoon die ooit geleefd heeft. Hoe anders zou deze wereld, en wel in het bijzonder de christenheid, eruitzien indien meer mensen zich in hun leven zouden laten leiden door de vraag: „Zou Jezus dit doen?”
Zou Jezus zich bijvoorbeeld dermate om zijn status in de gemeenschap bekommeren dat hij zou liegen, bedriegen en stelen om tot aanzien te geraken? Of zou hij het verzuimen om in de bijbel te lezen en zijn Vader te aanbidden, omdat hij wat extra geld kon verdienen? Verre van dat! Hij leefde in overeenstemming met de beginselen die hij verkondigde: „Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.” „Gij kunt niet God dienen èn Mammon. . . . Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles” — wat u zult eten en drinken en wat u zult dragen — „zal u bovendien geschonken worden.” — Matth. 7:12; 6:24, 25, 33.
Stelde Jezus de bereiding en het genot van uitgebreide maaltijden boven geestelijke belangen? Integendeel, zelfs na veertig dagen gevast te hebben, herinnerde hij de Verleider, Satan de Duivel, er nog aan dat de mens „niet alleen van brood zal . . . leven, maar van alle woord, dat uit den mond Gods uitgaat”. Het gebeurde wel eens dat hij zo intensief met het onderwijzen bezig was, zoals in het geval van de Samaritaanse vrouw bij de bron van Sichar, dat zijn discipelen het nodig achtten hem eraan te herinneren dat hij honger had: „Rabbi, eet.” — Matth. 4:4; Joh. 4:31-34.
Doordat Gods heilige geest in een bijzondere mate op hem rustte, kon Jezus vele machtige werken verrichten, zieken genezen, op wonderbaarlijke wijze menigten voeden, de woelige zee tot bedaren brengen en zelfs doden opwekken. Bracht deze grote macht hem ertoe zichzelf op een voetstuk te plaatsen? Achtte hij zich hierdoor beter dan het gewone volk? Terzelfder tijd predikte hij met buitengewone welsprekendheid en hield hij de aandacht van grote mensenmenigten gevangen. Steeg al dit succes hem echter naar het hoofd? Maakte het hem verwaand? Neen, Jezus gedroeg zich niet zo, want hij zei van zichzelf: „Neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” Hij waste zelfs de voeten van zijn apostelen, hij, hun „Meester” of „Here”. — Matth. 11:29, 30; Joh. 13:4-14.
Denk ook eens aan de nadruk die er in deze tijd op het seksuele element wordt gelegd. Om op zelfzuchtige wijze winst te maken, worden de zwakheden van mannen, vrouwen en kinderen geëxploiteerd. Seksuele omgang, wettig of onwettig, wordt als het meest begerenswaardige in het leven afgeschilderd. Als gevolg hiervan is het vertellen van smerige verhalen en sensuele grapjes, het lezen van pornografische romans en tijdschriften en het gaan naar wellustige films of toneelstukken aan de orde van de dag. Zou Jezus dit ook doen? Zou hij aan hartstochtelijke dansen, zoals de „Twist”, meedoen of hoererij bedrijven? Het lijkt er wel op alsof belijdende christenen, wanneer zij dergelijke dingen doen, bekeerlingen zijn geworden van de heidense fallusdienst of de sekse-aanbidding. Welk een kloof ligt er tussen dit alles en de hoge maatstaf die Jezus stelde en zelf aanhield! „Ik zeg u echter dat een ieder die naar een vrouw blijft kijken ten einde hartstocht voor haar te hebben, in zijn hart reeds overspel met haar heeft gepleegd.” — Matth. 5:28, NW.
Of zou Jezus Christus, die naar de aarde kwam om zijn leven voor alle rassen af te leggen, rassenvooroordeel aan de dag leggen? Toch heerst overal, en wel speciaal in het deel van de wereld dat als de christenheid bekendstaat, rassenvooroordeel. Zo feliciteerde een bepaalde groepering, de „World Baptist Fellowship” genaamd, de gouverneur van Mississippi, Ross Barnett, met zijn pogingen om te beletten dat een neger zich aan de universiteit van deze staat zou laten inschrijven, en ze drong er zelfs bij hem op aan om, indien nodig, hiervoor zijn leven veil te hebben! Bepaalde broederschappen, die altijd over hoogstaande beginselen spreken, zoals bijvoorbeeld de vrijmetselaars, weigeren negers toe te laten, en verplichten hen ertoe hun eigen aparte loges te vormen. Dit geldt onder andere voor de „Prince Hall”-vrijmetselaars. Volgt u Jezus’ voorbeeld in dezen op, of gelooft u in het gezegde: ’Doe zoals iedereen doet’?
Of zou Jezus in religieus opzicht een ongeletterde man zijn, zoals zovelen thans in de christenheid, die maar weinig weten van wat zij worden geacht te geloven en van het waarom hiervan? Neen, zijn opgetekende woorden tonen dat hij uitermate goed van het Woord van zijn Vader op de hoogte was. Dit stelde hem in staat bij elke gelegenheid een schriftuurlijk getuigenis te laten horen: „Er staat geschreven”, „Hebt gij nooit gelezen in de Schriften”, „Hebt gij niet gelezen, wat door God tot u gesproken is”, enzovoorts. — Matth. 4:4; 21:42; 22:31.
Velen laten het thans na te bidden; bij anderen is het een soort van sleur; weer anderen zeggen steeds hetzelfde, terwijl er in het openbaar dikwijls gebeden worden opgezonden waarbij meer aan de mens dan aan God wordt gedacht. Zou Jezus in één van deze opzichten zijn te kort geschoten? Beslist niet, want vaak bad hij op ernstige wijze en hij veroordeelde gebeden die met een bepaald effectbejag of met steeds dezelfde woorden werden opgezegd. — Matth. 6:5-8; Luk. 6:12; 11:1; Joh. 17:1-26.
Zou Jezus voorts, zoals zovele mensen in deze tijd, door gebrek aan kennis of vanwege mensenvrees, in verlegenheid raken wanneer hij over zijn geloof zou moeten spreken? Hij legde een heel andere houding aan de dag; het doel waarmee hij naar de aarde kwam, was juist om getuigenis van de waarheid af te leggen, en dat heeft hij ook gedaan. Hij was bedacht op elke mogelijkheid om zijn Vader te eren en anderen te verlichten en troost te schenken. — Joh. 18:37; 4:16-26; Openb. 3:14.
Ja, wat een andere wereld zouden wij hebben, indien allen die zeggen dat zij Jezus Christus als een groot leraar en leider erkennen, zich zouden laten leiden door de vraag: „Zou Jezus dit doen?” Welk een eer zou God ontvangen, welk een hoge beginselen zouden er worden gevolgd en hoeveel naastenliefde zou er worden getoond! Hoe kunt u er echter zeker van zijn of Jezus iets al dan niet zou doen? Door uzelf een goede kennis te verschaffen van zijn leven en onderwijzingen, die in de twee grote geboden zijn vervat: Heb God lief met uw gehele hart, geest en ziel, en heb uw naaste lief als uzelf. Het is een van de doelstellingen van dit tijdschrift om u deze kennis te helpen verwerven. — Mark. 12:29-31.