Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w64 1/9 blz. 543-544
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • Vergelijkbare artikelen
  • De engelen — „Geesten voor openbare dienst”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • Engelen — Gods geestenboodschappers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Engelen — Wat ze voor ons doen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
  • Staat uw leven onder de invloed van engelen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
w64 1/9 blz. 543-544

Vragen van lezers

● Duidt de verklaring in Efeziërs 3:10 (NW) erop dat God de hemelse regeringen en autoriteiten, de engelen, door bemiddeling van de leden van de christelijke gemeente onderwijst terwijl zij nog op aarde verblijven? — B.F.

Neen, daar doelde de apostel niet op. Wanneer wij het verband waarin deze tekst staat, aan een onderzoek onderwerpen, bemerken wij dat het in dit schriftgedeelte niet gaat om een kennis van alle voornemens van God, maar om zijn voornemen uit de mensen een groep personen te nemen die Christus’ medeërfgenamen zullen worden en de hemelse heerlijkheid met hem zullen delen.

Te beginnen met 3 vers vijf, lezen wij: „In andere geslachten werd dit geheim niet aan de zonen der mensen bekendgemaakt zoals het nu door geest aan zijn heilige apostelen en profeten is geopenbaard, namelijk dat mensen uit de natiën medeërfgenamen en medeleden van het lichaam zouden zijn en met ons deelgenoten van de belofte zouden zijn in eendracht met Christus Jezus, door middel van het goede nieuws. . . . Aan mij, de allerminste van alle heiligen, werd deze onverdiende goedheid gegeven, opdat ik het goede nieuws over de onpeilbare rijkdom van de Christus aan de natiën zou bekendmaken en de mensen zou doen zien hoe het heilige geheim wordt volvoerd, dat sinds het onbepaalde verleden verborgen is geweest in God, die alle dingen heeft geschapen. Dit geschiedde opdat nu aan de regeringen en de autoriteiten in de hemelse gewesten door middel van de gemeente de rijk-gevarieerde wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, overeenkomstig het eeuwige voornemen dat hij heeft opgevat in verband met de Christus, Jezus onze Heer.” — Ef. 3:5-11, NW.

Aangezien God de mensen een weinig minder dan de engelen heeft geschapen, is het niet redelijk aan te nemen dat de engelen voor het ontvangen van onderricht van de mens afhankelijk zouden zijn. Jehovah heeft zich juist herhaaldelijk van engelen bediend om de mens op aarde te onderwijzen en wel in het bijzonder heeft hij hen dienst laten verrichten ten behoeve van de leden van de christelijke gemeente, die een hemelse roeping hebben. — Dan. 10:10-14; Hebr. 1:14, NW.

Hoe kan er dan worden gezegd dat God zijn rijk-gevarieerde wijsheid door middel van de gemeente bekendmaakt? Doordat hetgeen God door middel van, voor en met deze gemeente doet, als een illustratie dient van de rijk-gevarieerde wijsheid van God. Aangezien dit heilige geheim iets is wat de engelen met bewondering en verbazing aanschouwen, kan er worden gezegd dat zij door middel van dit heilige geheim de rijk-gevarieerde wijsheid van God leren zien zoals zij deze nog niet eerder hadden gekend.

Wat valt er over 1 Petrus 1:12 (NW) te zeggen? Wij lezen daar: „Hun werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar u dienden met de dingen die u nu zijn aangekondigd door bemiddeling van hen die het goede nieuws aan u hebben bekendgemaakt met heilige geest, die van de hemel uitgezonden is. In diezelfde dingen zijn engelen begerig te turen.” Deze tekst doelt op dezelfde gedachte als Efeziërs 3:10 (NW). De engelen wilden graag de dingen begrijpen die de profeten uit de oudheid over de christelijke gemeente hadden geschreven, maar zij zouden hier pas inzicht in krijgen wanneer God zijn voornemens zou ontvouwen, zoals met Pinksteren gebeurde, en zij hoefden dus niet te wachten totdat de aardse leden van de christelijke gemeente hun zouden onderwijzen.

De gedachte die in Efeziërs 3:10 (NW) onder woorden wordt gebracht, zou als volgt geïllustreerd kunnen worden. Wanneer wij de sterrenhemel aanschouwen, raken wij onder de indruk van Gods eigenschappen en daarom zou er gezegd kunnen worden dat God ons door middel van deze sterrenstelsels, bestaande uit onbezielde hemellichamen, over zijn eigenschappen inlicht. Nu is het niet zo dat deze hemellichamen iets weten wat de mens niet weet, want ze weten niets, maar alleen al door het feit dat ze bestaan, onderwijzen ze ons. Hetzelfde kan worden gezegd van de engelen en de aardse leden van de christelijke gemeente. Door hetgeen God voor de gemeente heeft gedaan en nog zal doen, maakt Hij aan de hemelse regeringen en autoriteiten, de legerscharen van engelen, zijn rijk-gevarieerde wijsheid bekend.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen