Op school waarheidszaadjes zaaien
Een van Jehovah’s getuigen in Texas schrijft de volgende ervaring over de tijd toen zij nog als jong meisje op school zat: „Wij woonden midden in de bossen op een boerderij, en omdat mijn vader er niet van hield dat er mensen naar ons huis toe kwamen, hield hij de poort gesloten. De gesloten poort hield echter niet de waarheid buiten de deur! Op de lagere school waren verschillende jeugdige getuigen van Jehovah die in de oorlogsdagen een bewonderenswaardig standpunt voor de waarheid innamen; zij schenen mij altijd zo aardig toe. Hun gedrag stak scherp af bij dat van alle anderen en tot op de huidige dag ben ik Jehovah dankbaar dat zij hun speelmakkertjes getuigenis gaven.
Op zekere dag legde een tienjarig meisje mij de hoop op eeuwig leven op aarde uit; haar woorden klonken mij heel geloofwaardig in de oren. Het maakte allemaal een diepe indruk op mij, totdat mijn dertienjarige zusje en ik, nu vijftien jaar oud, beiden tegelijkertijd besloten dat dit de waarheid moest zijn en zeiden: ’Laten wij Jehovah’s getuigen worden.’ Wij begonnen dus met een studie, maar vader was woedend!
Aangezien hij ons niet naar een middelbare school had gestuurd, waren wij niet in de gelegenheid die jeugdige Getuigen te ontmoeten. Wij mochten ook niet naar hun huis gaan. Zij schreven ons echter vele brieven waarin zij ons hulp boden. Wij abonneerden ons op De Wachttoren en Ontwaakt! en bestelden vele boeken bij het Genootschap. Omdat wij van vader niet naar de vergaderingen mochten gaan of in de dienst mochten uittrekken, hadden wij geregeld thuis, met ons tweetjes, onze eigen vergaderingen, waardoor wij op het gebied van kennis een goede achtergrond verkregen. Wij gaven ook terloops getuigenis, hoofdzakelijk per post.
Vader was van plan ons beiden naar de handelsschool te sturen wanneer ik achttien was; in de hoop uiteindelijk van huis weg te gaan en aldus de vergaderingen te kunnen bezoeken, verzoenden wij ons met het idee nog drie jaar thuis te moeten blijven. Vader besteedde er vele uren, ja, vele dagen aan om ons ertoe te bewegen de door ons gekozen gedragslijn de rug toe te keren, echter zonder resultaat. Nadat wij van huis waren weggegaan om de lessen aan de handelsschool te volgen, spoorden wij de plaats van een Koninkrijkszaal op en begonnen wij de vergaderingen te bezoeken en in de dienst uit te trekken. Wij werden al gauw gedoopt. Bij elke stap voorwaarts van onze zijde trachtte vader ons er des te wanhopiger van te weerhouden ermee door te gaan. Ongeveer de laatste keer dat hij pogingen in die richting deed, was toen ik een goed-betaalde baan verliet, werk voor halve dagen zocht en begon te pionieren. Nu, na 18 jaren, zijn wij nog steeds dankbaar dat die kinderen ons op school getuigenis gaven en dat de waarheid ons achter die gesloten poort bereikte!”