Houdt u rekening met anderen?
REKENING houden met anderen betekent dat men bedachtzaam of op sympathieke wijze hun meningen en handelwijze ontziet. Wij brengen dit tot uitdrukking, wanneer wij in een gang zacht praten, ’s avonds onze radio wat zachter zetten of een dank- of condoleantiebrief schrijven. In feite houden wij elke keer dat wij „Mag ik?”, „Dank u”, „Alstublieft” of „Het spijt me” zeggen, rekening met anderen. De waarheid is, dat het zo eenvoudig is om rekening met anderen te houden, dat velen van ons dit honderden keren per dag doen zonder zich hiervan bewust te zijn. Toch is het dermate essentieel en fundamenteel, dat zonder dit het leven miserabel zou zijn. Door het dagelijkse contact met anderen zouden wij verruwen indien zij geen rekening met ons zouden houden.
De beste manier om uzelf in dit opzicht op de proef te stellen, is misschien wel om na te gaan hoe uw houding is tegenover andere mensen en hoe u hen behandelt — speciaal degenen die u bedienen of voor u werken. De schrijver F. Benton maakte hierover een interessante opmerking. Hij zegt: „Een oud axioma verklaart, dat wij in onze omgang met personen die ervoor betaald worden om ons te dienen, beleefder, attenter en voorzichtiger moeten zijn dan in onze omgang met iemand anders. Dit is natuurlijk van toepassing op de wijze waarop u uw werkster, de verkoopster die op u wacht, de bediende in een cafetaria, uw kapper of kapster, en de kantoorbediende behandelt. Het houdt ook verband met de wijze waarop elk van deze personen de mensen die hem of haar dienen, behandelt. Elke ruwheid tegenover een dergelijke werknemer is onvergeeflijk, want indien hij of zij u op dezelfde manier zou antwoorden, zou de betrokkene zijn middel van bestaan in gevaar brengen. Wanneer men een man bars tegen een kelner ziet uitvaren of een vrouw een verkoopster hoort afsnauwen, ontkomt men er niet aan dat men het gehele gedrag en fatsoensbegrip van de betrokkene in twijfel trekt.”
Anderen die ons dienen of meer dan gewone aandacht verdienen, zijn onderwijzers, leraars, sprekers en predikers van Gods Woord. Mensen die altijd te laat komen in de klas of op een vergadering, die zitten te suffen of onverschillig aan hun slaap toegeven en tijdens een lezing of een religieuze dienst maar wat dommelen, houden meestal maar weinig rekening met anderen. Ook degenen die tijdens congressen, wanneer zij zouden moeten zitten luisteren, wat in de gangen rondhangen, tonen geringschatting ten aanzien van de spreker en hetgeen hij zegt.
Ook door ons gedrag thuis geven wij er blijk van of wij rekening houden met anderen. Er zijn mensen die buitenshuis de beste manieren aan de dag leggen, doch ten aanzien van hun meest geliefde en naaste familie geringschatting tonen. Vele van deze mensen zullen hun voeten vegen voordat zij het huis van hun buurman binnengaan, maar doen dit nooit in hun eigen huis. Als zij niet thuis zijn, hebben zij schitterende tafelmanieren, maar zij schuiven ze thuis opzij. In het huis van een vriend zouden zij er niet over denken om een rommelige badkamer achter te laten, maar thuis zijn ze uitgesproken slordig. Zij dwingen anderen om alles achter hen op te ruimen. Stelt u zich eens voor welk een verandering het thuis tot resultaat zou hebben, indien zij voortdurend en onpartijdig rekening met anderen zouden houden. Het huis zou netter en de onderlinge omgang vriendelijker zijn. Iedereen zou op de belangen van anderen letten. Volgens de bijbel dient dit het geval te zijn. De apostel Paulus schrijft: „Niemand zoeke zijn eigen voordeel, maar een ieder zoeke het voordeel van zijn naaste.” Voorts geeft hij de raad: „Ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder lette ook op dat van anderen”, want liefde „zoekt zichzelf niet”. Indien men thuis een dergelijke belangstelling aan de dag legt, wacht men aan tafel niet totdat iemand vraagt of hem het eten kan worden aangereikt, maar let men op andermans behoeften. Alvorens op te scheppen zal de gastvrouwe vragen of men het lust, want zij beseft dat niet iedereen dezelfde eetgewoonten heeft. Doordat men rekening houdt met anderen maakt men het leven gelukkiger, vollediger. — 1 Kor. 10:24, OB; Fil. 2:4; 1 Kor. 13:5.
Ook uit ons gedrag in het openbaar blijkt of wij de beginselen van het rekening houden met anderen eerbiedigen. Wanneer men met zichzelf pronkt, houdt men geen rekening met anderen. Als men in een volle lift luid spreekt of het recht om te converseren geheel voor zichzelf opeist, is men niet alleen onattent, maar ook ruw. Roken in openbare vervoermiddelen of waar anderen zich niet van u kunnen verwijderen, is ook zeer onbeleefd en onattent. U geeft geen hoge indruk van uzelf en uw respect voor de mensen wanneer u iemand in het gezicht hoest. Er zijn nog andere dingen die men onbewust uit gewoonte kan doen, zoals haar kammen of nagels schoonmaken aan de eettafel, of een kunstgebit in het openbaar uit de mond halen. Ten aanzien van persoonlijke gewoonten moet men er evenwel aan denken dat het onattent is om iets in het publiek te doen wat anderen kan ergeren, in verlegenheid brengen, afkeer inboezemen of ongemak bezorgen.
Mensen die anderen ontzien, verdringen niet iedereen op het trottoir door met zijn drieën of vieren naast elkaar te lopen zodat anderen niet gemakkelijk kunnen passeren of door midden op het looppad een heel gesprek te voeren. Zij gaan aan de kant staan als zij een vriend ontmoeten met wie zij willen spreken. Consideratie met anderen zal iemand ertoe brengen om niet in of voor een deuropening te gaan zitten, zodat anderen over de betrokkene heen moeten stappen of zich langs hem moeten wringen om binnen te komen.
Een goede raad voor iedereen is, dat men rekening houdt met een anders verlangen om eens alleen te zijn. De Schrift verklaart: „Zet uw voet niet te dikwijls in het huis van uw naaste, opdat hij niet genoeg van u krijge en u hate.” De raad van de spreuk is om u bij uw medemens niet door te veelvuldige bezoeken minder welkom te maken. — Spr. 25:17.
Houd in gedachten dat consideratie met anderen in werkelijkheid tot uitdrukking gebrachte liefde, naastenliefde, is. Daar dit het geval is, dienen wij erop uit te zijn deze hoedanigheid tot uitdrukking te brengen. Wij kunnen rekening houden met anderen door tactvol te zijn in ons woordgebruik en in onze handelwijze, want hierdoor maken wij voor alle betrokkenen het leven gelukkiger.