Een gesprek met katholieken
WANNEER Jehovah’s getuigen bij iemand aan de deur komen en de huisbewoner vraagt: „Bent u een van Jehovah’s getuigen?” betekent dit gewoonlijk dat de huisbewoner geen belangstelling heeft. Een getuige in het midden der Verenigde Staten trof het echter anders. Toen hij die vraag met „Ja” beantwoordde, werd hij door een jong echtpaar binnengenodigd, dat hem vertelde: „Wij zijn godvruchtige katholieken en onze beste vrienden in Washington zijn Jehovah’s getuigen geworden. Wij willen graag weten wat wij hun in hemelsnaam kunnen schrijven om hen tot bezinning te brengen.” Gedurende de volgende twee uur toonde de Getuige hen aan de hand van hun grote nieuwe bijbel die ongeveer ƒ 100,– had gekost, waarom hun beste vrienden getuigen van Jehovah waren geworden. „Ik ga hier dadelijk mee naar mijn priester”, zei de jonge vrouw toen de Getuige wegging.
Toen de Getuige terugkwam, werd hij zeer koel ontvangen en vertelde het echtpaar hem dat hij niet meer hoefde terug te komen. Zij mochten van de priester de bijbel niet met vreemdelingen bestuderen, daar hij met hen zou gaan studeren zodra hij tijd had en vooral wanneer zij een groepje bij elkaar konden krijgen, zodat het meer lonend zou zijn, aangezien hij voor hen alleen geen tijd kon vrijmaken. Zij wachtten — hetgeen de Getuige, die zo af en toe terugkwam, eveneens deed — maar de priester hield zich nooit aan zijn belofte.
Toen op een dag in december belde het echtpaar de Getuige op en nodigde hem uit bij hen te komen eten. Daarna begonnen zij een bijbelstudie en het duurde niet lang of zij namen hun standpunt voor Jehovah in, ondanks hun katholieke hospita, hun katholieke buren, de nonnen van de school waar hun kinderen naartoe gingen, de priester en hun familieleden, van wie er enkelen een reis van meer dan 650 km voor over hadden om hen „tot bezinning te brengen”. Zij namen hun kinderen van de parochieschool en verhuisden om onder de schaduw van de Rooms-Katholieke kerk vandaan te komen.
Nog geen drie maanden na de dag dat de Getuige bij hen had gegeten, gooiden zij twee grote zakken vol met kruisbeelden, kruizen, prentjes van heiligen, heilig water, beelden, het altaar van de Maagd Maria waar zij urenlang voor hadden gebeden, halskettingen en dure rozekransen weg. Hun waardering voor de waarheid van Gods Woord nam zo snel toe, dat zij gedurende het afgelopen jaar hun opdracht door middel van de waterdoop hebben gesymboliseerd en zich thans in het voorrecht verheugen om, evenals alle getuigen van Jehovah, naar de deuren van anderen te gaan.