Bewoners der Fidzji-eilanden doen nieuwe persoonlijkheid aan
CHRISTENEN wordt geboden zich met „de nieuwe persoonlijkheid die door nauwkeurige kennis wordt vernieuwd naar het beeld van haar Schepper”, Jehovah God, te bekleden (Kol. 3:10, NW). Het volgende bericht geeft er blijk van dat sommige Fidzjianen hier acht op hebben geslagen:
Toen een zendeling van Jehovah’s getuigen in een stad van huis tot huis ging, ontmoette hij er een van de belangrijkste zakenlieden. Nadat deze had gehoord dat de zendeling een van Jehovah’s getuigen was, nodigde hij hem binnen en zei hem dat de Getuigen in zijn huis altijd welkom waren. Ter verklaring hiervan vertelde hij het volgende: ’Jaren lang werd het dorp door een groep straatschenders geplaagd. Toen kwamen ongeveer een jaar geleden Jehovah’s getuigen in de stad. Al gauw werden enkele van de voornaamste bandieten Getuigen en daardoor vreedzame en eerbare burgers. In een jaar tijd is de hele situatie hierdoor aanmerkelijk verbeterd.’
Een van de straatschenders was een zekere Isoa. Vrienden van een vermoorde man hadden hem tot meineed overgehaald om een bepaalde persoon van wie verondersteld werd dat hij de moord had gepleegd, te laten veroordelen. Om deze vrienden van de vermoorde een plezier te doen, had hij voor het gerechtshof twee keer gezworen dat hij de verdachte met de vermoorde had gezien. De rechtszaak bleef zich maanden lang voortslepen, en intussen werd Isoa een van Jehovah’s getuigen.
Isoa brak zich er nu het hoofd over wat hij moest doen, want hij wilde niet dat er bloedschuld op hem zou komen te rusten, Toen hij raad inwon, gaven de opziener en het gemeentecomité hem een juist advies. Hierna schreef Isoa een brief naar de magistraat waarin hij mededeelde dat hij in zijn vroegere religie niet goed was onderwezen, maar dat hij, nu hij een van Jehovah’s getuigen was geworden, gezien had dat meineed verkeerd was en dat hij deze introk. Als gevolg hiervan werd de beschuldigde in vrijheid gesteld. Dit bracht voor het gerechtshof natuurlijk een hele sensatie teweeg.
Een gevolg was ook, dat de politie kwaad op Isoa was, want zijn meineed had de misdaad schijnbaar opgelost. Men diende daarom van deze zijde een aanklacht wegens meineed tegen hem in. Gelukkig was er echter een Europese magistraat bij de rechterlijke autoriteiten op bezoek die de aanklacht onnodig vond en Isoa van rechtsvervolging ontsloeg. Het resultaat: de naam van Jehovah’s getuigen is hoog in aanzien.