„Voldoende reden om groot ontzag te hebben”
● Ongeveer drieduizend jaar geleden riep de musicus, dichter en koning, David, uit: „Ik zal u prijzen omdat ik op vrees-inboezemende wijze wonderbaarlijk ben gemaakt” (Ps. 139:14, NW). W.O. Fenn, professor in de fysiologie, is dezelfde mening toegedaan, want hij besloot zijn interessante artikel over de longen in de januari-uitgave 1960 van de Scientific American met de volgende alinea:
● „De bouw van het ademhalingsorganisme is een van de vele wonderen welke het menselijke lichaam tentoonspreidt. De longen bieden een oppervlakte ten minste half zo groot als een tennisbaan, voor de diffusie van zuurstof en kooldioxyde tussen het bloed en de lucht. Het longvlies via hetwelk de uitwisseling plaatsvindt, is van een dergelijke ragfijne structuur en zó dun, dat het in doeltreffendheid nog niet door [de mens] is geëvenaard. De inspanning, nodig om de lucht in de long te vernieuwen, is te verwaarlozen en de energie welke vereist is om de werking ervan gaande te houden, kan . . . per dag door twee klontjes suiker of hun equivalent worden geleverd. Het ademhalingsmechanisme is een uitzonderlijk goed aangepast bouwwerk en vormt voor elk denkend mens voldoende reden om groot ontzag te hebben voor de processen die dit allemaal tot stand hebben gebracht. ’Wij zijn heel bijzonder gewrocht, ja, op vrees-inboezemende en wonderbaarlijke wijze gemaakt.’”