Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w61 1/5 blz. 271
  • De Moabitische steen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De Moabitische steen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mesa
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Mesa
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Moab, Moabieten
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Moab
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
w61 1/5 blz. 271

De Moabitische steen

„MESA, de koning van Moab, was rijk aan vee, en hij betaalde den koning van Israël honderdduizend lammeren, en honderdduizend rammen mét de wol. Maar toen Achab gestorven was, stond de koning van Moab tegen den koning van Israël op” (2 Kon. 3:4, 5, KB). De opstand van koning Mesa van Moab wordt buiten de bijbel om door de woorden op een oude gedenksteen — de Moabitische steen genoemd — bevestigd. Deze steen, waarop een dialect voorkomt dat slechts weinig van het bijbelse Hebreeuws verschilt, werd door koning Mesa opgericht, en wel ten dele om deze opstand te gedenken. In 1868 werd deze steen in het gebied van Moab gevonden. J.B. Pritchard schrijft hierover in Archaeology and the Old Testament het volgende:

● „Een buitengewoon spectaculaire uitbreiding van de bijbelse geschiedenis is afkomstig van een Kanaänitische inscriptie — de Moabitische steen genoemd — welke negentig jaar geleden in het Arabische dorp Dhiban in Transjordanië, ongeveer in het midden van de oostkust van de Dode Zee, te voorschijn kwam. . . . De beroemde platte, basalten steen bevat een verslag van de oorlogen en het bouwprogramma van Mesa, koning van Moab. . . . De tekst, een lange van vierendertig regels, staat in de eerste persoon enkelvoud en begint met een nogal pocherige opsomming door koning Mesa, de koning van Moab, van zijn overwinningen op het huis van Omri, de koning van Israël. . . .

● Mesa verklaarde het succes van zijn vijand, Israël, als een teken dat zijn eigen god toornig was op zijn land: ’Wat Omri, de koning van Israël betreft, hij vernederde Moab vele jaren, want Kamos was boos op zijn land. En zijn zoon volgde hem op en zei eveneens: „Ik zal Moab vernederen.” In mijn tijd sprak hij aldus, maar ik heb over hem en zijn huis gezegevierd, terwijl Israël voor eeuwig is verdelgd!’

● Mesa ontving zijn oorlogsinstructies [volgens zijn zeggen] van zijn god Kamos. Toen zijn god hem een overwinning schonk, ’wijdde’ hij — hier wordt in de inscriptie hetzelfde woord gebruikt dat in het Hebreeuwse verslag voorkomt waarin staat dat Jozua alle buit van Jericho aan Jahweh wijdde — alle inwoners van de stad Nebo aan zijn god Ashtar-Kamos. Het voorval van de inname van Nebo wordt als volgt door Mesa beschreven: ’En Kamos zei tot mij: „Ga, en neem Nebo van Israël!” Daarom ging ik ’s nachts en streed ertegen van de vroege morgenstond tot het middaguur. Ik nam de stad in en doodde allen, zevenduizend mannen, jongens, vrouwen, meisjes en dienstmaagden, want ik had hen voor de god Ashtar-Kamos aan de vernietiging prijsgegeven. En ik nam van daar de . . . van Jahweh [Jehovah], en sleepte hen voor Kamos.’ In deze korte passage treffen wij de enige vermelding van de naam van Israëls god, Jahweh [Jehovah], aan welke ooit buiten het eigenlijke land Palestina is gevonden.”

● Moabs koning was inderdaad een grote pocher. Zijn gepoch zou er ogenschijnlijk op kunnen wijzen dat Moabs valse god Kamos over de ware God Jehovah zegevierde. Op de Moabitische steen wordt echter niet het volledige verhaal weergegeven. Na Mesa’s opstand riep koning Joram van Israël de hulp in van koning Josafat van Juda om een veldtocht tegen Moab te ondernemen. De verenigde strijdkrachten waren in de droge woestijn echter bijna omgekomen wegens gebrek aan water. Op dit kritieke moment liet Josafat de profeet Elisa komen. Elisa legde uit dat de hulp die Jehovah in de strijd zou schenken, alleen aan de gunst die Josafat in zijn ogen genoot, was te danken. Elisa zei tot de koning van Israël: „Zo waar de HERE der heerscharen leeft, in wiens dienst ik sta, als ik geen rekening wilde houden met Josafat, den koning van Juda, dan zou ik op u geen acht slaan of naar u omzien.” Jehovah zou volgens Elisa de overwinning op Moab geven, „en ook is dit nog maar een kleine zaak in de ogen des HEREN: Hij zal . . . Moab in uw macht geven”. In overeenstemming met Jehovah’s belofte werden de Moabieten buitengewoon vernederd en verslagen. — 2 Kon. 3:14, 18.

● De valse god Kamos kon Moab niet redden en koning Mesa’s inscriptie op de Moabitische steen kon Jehovah’s overwinning op Moab niet in de doofpot stoppen, want er staan in de bijbel vele profetieën opgetekend waarvan de geschiedenis getuigt dat ze in vervulling zijn gegaan. Jeremia zei: „Dan wordt Moab verdelgd, zodat het als volk niet meer bestaat, omdat het zich tegen den HERE verheven heeft [zoals Mesa dit op de Moabitische steen deed]. Wee u, Moab! Verloren is het volk van Kamos.” En Zefanja profeteerde: „Daarom, zo waar Ik leef, luidt het woord van den HERE der heerscharen, den God van Israël, voorwaar, Moab zal aan Sodom gelijk worden, en de Ammonieten aan Gomorra, een veld van distelen en een zoutgroeve en een woestenij tot in eeuwigheid [zelfs tot op onbepaalde tijd, NW]. . . . Dit zal hun wedervaren voor hun overmoed, want zij hebben gesmaad en zich verheven tegen het volk van den HERE der heerscharen.” — Jer. 48:42, 46; Zef. 2:9, 10.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen