’Volkomen tegengesteld aan het vroegere’
● In het boek Advance to Barbarism bespreekt F.J.P. Veale, een Engelse jurist, hoe „het gehele karakter van oorlogvoering en internationale betrekkingen” sedert 1914 totaal is veranderd. „Wat er met deze ontwikkeling zo opmerkenswaardig is”, schrijft hij, „is, dat ze volkomen tegengesteld is aan de vroegere loop der gebeurtenissen. Gewoonten zijn door de eeuwen heen tot op 1914, met bepaalde tijdelijke schommelingen, geleidelijk aan milder geworden en vooral in de oorlogvoering zijn de methoden van primitieve woestheid door een toenemende verzameling van beperkingen en bepalingen langzamerhand gevormd. Dat men zich naar deze beperkingen en bepalingen schikt, wordt over het algemeen als datgene beschouwd waardoor het onderscheid tussen een woeste en een geciviliseerde oorlogvoering wordt gekenmerkt. . . . Geleidelijk aan kwam er een reglement van gedragsregels tot stand dat door alle landen waar de beschaving was doorgedrongen, formeel in acht werd genomen. Een in 1913 geschreven geschiedenis over de oorlogvoering zou een eenvoudig verslag van deze langzame en schommelende, maar over het geheel genomen toch stabiele, vooruitgang vormen. . . . Zulk een plotselinge en totale ommekeer in het proces van een geleidelijke verbetering in de oorlogvoering, welk proces al meer dan tweeduizend jaar voortduurt, vraagt zeer zeker om een verklaring. Is de afgezaagde uitdrukking ’veelbetekenend’ bij hoge uitzondering in dit geval niet op zijn plaats?”
● De verklaring voor de opzienbarende toename in weeën en het barbaarse gedrag sinds 1914 werd in het feit gevonden dat wij, zoals al vaak zeer uitgebreid in dit tijdschrift is besproken, in de „laatste dagen” leven waarin er „kritieke tijden zullen zijn, die moeilijk zijn door te komen”. — 2 Tim. 3:1-5, NW.
„Leert dan van den vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. Zo moet gij ook, wanneer gij dit alles ziet geschieden, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt”. — Markus 13:28-30.