Wie predikt er een onredelijke God?
IN DE uitgave van januari 1957 van het tijdschrift The Diocesan, het officiële orgaan van de Kerk van Engeland in Newfoundland, verscheen een artikel van de hand van de geestelijke R.F. Palmer. Onder het opschrift „Wat aan de deur tegen Jehovah’s getuigen te zeggen”, schrijft deze geestelijke: „Ik bewonder uw ijver om te trachten uw overtuigingen uit te dragen. Ik ben ervan overtuigd dat u het oprecht meent, maar ik kan uw lectuur niet aanvaarden. U predikt een wrede en onredelijke God die van plan is in een verschrikkelijke strijd van Armageddon de meeste van zijn kinderen weg te vagen terwijl jullie, getuigen, staan toe te kijken. . . . Ik wil niets met zo’n God te maken hebben.”
● Wie is het echter in werkelijkheid die een wrede en onredelijke God predikt? Wie is het die een god predikt die voor eeuwig in een letterlijke pijniging van onuitblusbaar vuur personen straft? Wie is het die altijd bereid is een oorlogsschip in te zegenen? Wie is het die altijd bereid is God om de vernietiging van nationale vijanden te bidden, zelfs al belijden die vijanden hetzelfde religieuze geloof als hen die om hun vernietiging bidden? Ja, wie is het die de onrechtvaardige oorlogen van deze wereld heeft ondersteund — oorlogen welke erin zijn tekortgeschoten iets blijvends tot stand te brengen — en dan terzelfder tijd God het recht ontzegt een rechtvaardige oorlog te voeren om voor altijd goddeloosheid weg te vagen? Het is de geestelijkheid van de christenheid zelf!
● Jehovah’s getuigen daarentegen prediken de God die zich heeft voorgenomen een rechtvaardige nieuwe wereld te brengen, de God die vastbesloten is dit goddeloze samenstel van dingen te vernietigen, waarbij hij de goddelozen niet in een letterlijke hel van eeuwige pijniging maar voor altijd in een toestand van niet-bestaan zal werpen. Dit zal hij te Armageddon doen „bij de openbaring van den Here Jezus van den hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onzen Here Jezus niet gehoorzamen. Dezen zullen boeten met een [eeuwige vernietiging], ver van het aangezicht des Heren.” — 2 Thess. 1:7-9; NW.