Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w60 15/2 blz. 101-103
  • Andere „uitspraken” van Jezus

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Andere „uitspraken” van Jezus
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Vergelijkbare artikelen
  • Haal zo veel mogelijk uit de afbeeldingen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2025
  • Schatten uit Egyptische afvalbergen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Verrassend nieuw bewijsmateriaal komt aan het licht!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • 1C De goddelijke naam in oude Griekse vertalingen
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
w60 15/2 blz. 101-103

Andere „uitspraken” van Jezus

HET is geen verrassing wanneer wij horen van de ontdekking van oude papyri waarop uitspraken van Jezus voorkomen, die in een ander verband geplaatst zijn als waarin ze voorkomen in de canonieke Griekse Geschriften. Schreef Johannes niet in 98 n. Chr.: „Er zijn echter nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft; indien deze één voor één beschreven werden, dan zou, naar ik meen, de wereld zelf de boeken, die geschreven werden, niet kunnen bevatten”? (Joh. 21:25) Lukas geeft hiervan eveneens in zijn inleiding blijk als hij schrijft: „Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, . . . ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen”. — Luk. 1:1-3.

In 1897 groeven de papyrologen Grenfell en Hunt uit een vuilnishoop te Oxyrhynchus in Egypte één enkel onvolkomen papyrusblad op. Het bleek afkomstig te zijn van een Griekse codex uit de derde eeuw en bevatte zeer bekende uitspraken van Jezus. Het fragment wordt in het algemeen het „Oxyrhynchus Papyrus” genoemd. Een Nederlandse vertaling ervan luidt: „Jezus zei, ’Wanneer gij u niet van de wereld onthoudt, zult gij op geen enkele wijze het koninkrijk Gods vinden; en tenzij gij de sabbat tot een werkelijke sabbat maakt, zult gij de Vader niet zien’. Jezus zei, ’Ik stond temidden der wereld en in het vlees kon men mij zien, en ik bemerkte dat alle mensen dronken waren en ik vond niemand onder hen die dorstig was, en mijn ziel bedroefde zich over de zonen der mensen, omdat zij blind van hart zijn en niet zien’. Jezus zei, ’Een profeet wordt in zijn eigen land niet aanvaard, noch geneest een geneesheer iemand die hem kent’. Jezus zei, ’Een stad die boven op een hoge heuvel is gebouwd en gevestigd, kan vallen noch verborgen worden’”.a

Merk op dat de eerste twee uitspraken inlichtingen bevatten die niet in de bijbel staan. Sommigen zijn van mening dat deze woorden tot die „vele andere dingen” behoren waarnaar Johannes verwees en die niet in de bijbel zijn opgenomen. Het deel van de derde uitspraak waarin staat, „Een profeet wordt in zijn eigen land niet aanvaard”, komt overeen met Matthéüs 13:57, maar de rest is „nieuw”. De vierde uitspraak vertoont grote gelijkenis met Matthéüs 5:14.

In 1934 kwamen er nog andere uitspraken aan het licht toen het Brits Museum in Londen van een handelaar een aantal fragmenten van papyri wist te krijgen. Daaronder bevonden zich enkele fragmenten die niet later dan het midden van de tweede eeuw, dat is dus ongeveer 150 n. Chr., geschreven konden zijn en beschrijvingen vormden over een ’onbekend leven van Jezus’. Het volgende jaar publiceerden Bell en Skeat, van de afdeling manuscripten in het Brits Museum, fotokopieën van de drie gevonden bladen. De bladen bleken deel uit te maken van een oude in Egypte vervaardigde Griekse codex. Deze bladzijdenfragmenten staan thans bekend onder de naam „Egerton Papyrus 2”. De fotokopie van de fragmenten 1 en 3 is in dit artikel afgedrukt.b

Deze Griekse tekst geeft de schrijfgewoonten uit deze periode weer waarin men gebruik maakte van samentrekkingen van heilige namen en woorden (nomina sacra). Deze gewoonte is in overeenstemming met die der joden die het tetragrammaton of de heilige naam יהוה in het Grieks vervingen door de woorden kyrios („Heer”) zonder het bepalende lidwoord en theos („God”) en daarvan dan slechts de eerste en de laatste letters schreven met een streep erboven. Zo kon men dus de naam Jehovah in het Grieks aanduiden met [Afbeelding: Griekse letters] of [Afbeelding: Griekse letters].c De christelijke afschrijvers breidden deze lijst van afkortingen uit door er de volgende aan toe te voegen: [Afbeelding: Griekse letters] (ho kyrios, met een bepalend lidwoord, waardoor dit dus betrekking heeft op Jezus en niet op Jehovah), [Afbeelding: Griekse letters] (Iesous, Jezus), [Afbeelding: Griekse letters] (patera, vader) en [Afbeelding: Griekse letters] (Moijses, Mozes).d Kijk eens naar het fragment „1 verso” en let eens op [Afbeelding: Griekse letters] in de twaalfde, [Afbeelding: Griekse letters] in de dertiende, en [Afbeelding: Griekse letters] in de zestiende regel. Kijk vervolgens ook eens naar „1 recto” en merk daar in regel 9 de letters [Afbeelding: Griekse letters] en in regel 12 de letters [Afbeelding: Griekse letters] op. Kyrios zonder het bepalende lidwoord, dat op Jehovah van toepassing is, komt in de fragmenten niet voor.

De klassieke geleerde, sir F. Kenyon, levert commentaar op deze fragmenten. „Ze bevatten vier heel eenvoudig beschreven episoden uit het leven van onze Heer, die daardoor geen overeenkomst vertonen met de overdreven en grillige stijl van latere apocriefe evangeliën en wat taal betreft soms sterke verwantschap vertonen met de synoptische evangeliën (Matthéüs, Markus en Lukas) en een andere keer met het vierde evangelie (dat van Johannes). De juiste bewoordingen zijn dikwijls als gevolg van beschadiging van het papyrus, wat twijfelachtig, maar van de vier gedeelten is de hoofdgedachte ons toch duidelijk geworden”.e Vervolgens geeft Kenyon ons dan nog de volgende vertaling. (Wij hebben de cursief gedrukte gedeelten toegevoegd om aan te geven welke stukken men veronderstelt „nieuw” te zijn. De erboven geplaatste letters aan het einde van de zinnen, geven onze voetnoten aan die verwijzen naar de overeenkomstige bijbelse verslagen.)

„. . . toen zij bij hem kwamen, begonnen zij hem met vragen te verzoeken, en zeiden, ’Rabbi Jezus, wij weten dat gij van God zijt gekomen;f want de dingen die gij doet, getuigen daarvan boven alle profeten.g Zeg ons daarom: Is het wettig koningen te geven wat tot hun regering behoort? Zullen wij hun geven of niet?’h Jezus kende echter hun gedachten,i werd verontwaardigd en sprak tot hen: ’Waarom noemt gij mij Rabbi met uw mond en luistert gij niet naar wat ik zeg?j Wel heeft Jesaja over u geprofeteerd en gezegd, „Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is verre van mij. Tevergeefs aanbidden zij mij, terwijl zij de leringen [van mensen als hun leerstellingen onderwijzen]”’”.k

„En zich kerend tot de regeerders van het volk, sprak hij dit woord: ’Gij onderzoekt de schriften, waarin gij denkt dat ge leven hebt, deze zijn het die getuigenis van mij afleggen.l Denk niet dat ik gekomen ben om u bij mijn Vader aan te klagen; er is er een die u aanklaagt, namelijk dezelfde Mozes op wie gij uw hoop hebt gevestigd’.m En toen zij zeiden, ’Wij weten heel goed dat God tot Mozes sprak, maar het is ons niet bekend vanwaar gij komt’,n antwoordde Jezus en zei tot hen, ’Nu veroordeelt uw gebrek aan geloof u . . .’ [En de priesters zeiden] tot het volk [dat zij] stenen om hem te stenigen [zouden nemen].o En de regeerders sloegen de hand aan hem om hem gevangen te nemen en hem aan de menigte over te leveren; en zij konden hem niet gevangen nemen want het uur van zijn verraad was nog niet aangebroken.p De Heer trok echter door hun midden en verliet hen daarna”.q

Deze „toegevoegde” uitspraken hebben hoogstens waarde als curiositeit. Daar deze „nieuwe” gedeelten niet onder inspiratie voor ons bewaard gebleven zijn toen de canonieke Geschriften werden geschreven, zijn ze voor de bediening van het evangelie niet van een dusdanige waarde dat opgedragen christenen erdoor gebonden zouden zijn.

Wat manuscripten betreft, helpen deze fragmenten ons echter weer opnieuw de hogere critici te tonen dat zij het bij het verkeerde eind hebben. Deze critici hebben bout beweerd dat het Evangelie van Johannes pas in 150 n. Chr., door een ander dan Johannes zelf, werd geschreven. Daar er in deze fragmenten zoveel uitdrukkingen staan die ook in het verslag van Johannes voorkomen, vormt dit er een krachtig bewijs voor dat de schrijver de geschriften van Johannes als basis heeft gebruikt. Dat houdt in dat het verslag van Johannes ver voor 150 n. Chr. moet zijn geschreven om tegen die tijd al in Egypte gevonden te kunnen worden waar ongeveer terzelfdertijd deze fragmenten geschreven werden. Deze fragmenten, ondersteund door de ontdekking van een fragment van het Evangelie van Johannes in 1935 (Papyrus Rylands Gk 457) dat ook op het midden van de tweede eeuw n. Chr. gedateerd en in Egypte gevonden werd, bevestigen dat het tijdstip waarop Johannes zijn verslag schreef het algemeen aanvaarde jaar van 98 n. Chr. is.

[Verwijzingen]

a Light from the Ancient Past, 1946, door J. Finegan, blz. 322, 323.

b Fragments of an Unknown Gospel, 1935, door H.I. Bell en T.C. Skeat, blz. 65, plaat 1.

c Nomina Sacra, door Traube, III, i, blz. 32.

d Fragments of an Unknown Gospel, door Bell en Skeat, blz. 2.

e The Bible and Archaeology, 1940, door sir F. Kenyon, blz. 216, 217.

f Joh. 3:2; Matth. 22:16.

g Joh. 10:25.

h Matth. 22:17.

i Matth. 9:4.

j Luk. 6:46.

k Matth. 15:7-9.

l Joh. 5:39.

m Joh. 5:45.

n Joh. 9:29.

o Joh. 8:59; 10:31.

p Joh. 7:30.

q Luk. 4:30.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen