Hoe te bewijzen dat u christelijk geloof bezit
MOET een christen een giftige slang aan kunnen pakken om zijn geloof te bewijzen? Er zijn mensen die dat denken. Op een afgelegen plaats in de heuvels van Kentucky in de Verenigde Staten komt op gezette tijden tussen het voor- en najaar een religieuze groep mensen bijeen om er giftige slangen te vangen, ze in de hand te houden of ze als slingers om hun hals te hangen.
Als reden voor dat vreemde gebruik verwijzen zij naar Markus 16:18 (NBG) waar staat: „Slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen.” Deze passage komt echter niet in de oudste en meest betrouwbare bijbelmanuscripten voor. Lang nadat het boek Markus was geschreven, is dit gedeelte eraan toegevoegd en daarom is het geen echt deel van de geïnspireerde bijbel.
Er staat nergens in de bijbel dat Christus en zijn apostelen met giftige slangen omgingen. Toen de apostel Paulus eens op een keer een bos hout droeg, kroop er een giftige slang uit die zich om zijn hand kronkelde. Paulus ging het dier niet ten aanschouwen van de menigte liefkozen maar boven het vuur schudde hij hem er snel vanaf. Hij wist maar al te goed dat het hanteren van giftige slangen niet de juiste manier was om christelijk geloof te tonen.
Paulus demonstreerde zijn geloof op dezelfde wijze als Christus, namelijk, door te prediken. Hij onderwees het volk in Gods Woord. Hij bewees zijn geloof door zendingswerk te verrichten. Toen hij aan de christenen in Rome schreef, verbond hij geloof met de openbare bekendmaking van de waarheden uit de Schrift door te zeggen: „Want met het hart oefent men geloof tot rechtvaardigheid, maar met de mond doet men een openbare bekendmaking tot redding.” — Rom. 10:10.
Jakobus, de broer van Jezus, heeft ook een gedeelte van de bijbel geschreven en hij zette uiteen dat geloof door werken getoond moet worden. Hij zei: „Wordt echter daders van het woord, en niet alleen hoorders, uzelf met valse redeneringen bedriegende.” „Welk nut heeft het broeders, indien een zeker iemand zegt dat hij geloof heeft, maar hij heeft geen werken? Dat geloof kan hem niet redden, niet waar? Zoals inderdaad het lichaam zonder adem dood is, is ook het geloof zonder de werken dood.” — Jak. 1:22; 2:14, 26.
Het belangrijkste werk om ons geloof levend te houden en het te tonen, is in de prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk en de vele verlichtende waarheden van zijn Woord gelegen. Jezus gaf hierin het voorbeeld en hij gaf zijn volgelingen het gebod „gaat, predikt, zeggende: ’Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen’” (Matth. 10:7). Met betrekking tot zijn volgelingen die aan het einde der dagen zouden leven, zoals wij nu, zei hij: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt om alle natiën een getuigenis te geven” (Matth. 24:14). Dit predikingswerk, en niet het hanteren van giftige slangen, bewijst of u een christelijk geloof hebt.