Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w58 1/11 blz. 670-672
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
w58 1/11 blz. 670-672

Vragen van lezers

● Welke hoop is er nog voor de mensen op aarde nu de vernietigingswapens voor de oorlog steeds grotere vormen aan gaan nemen en de moraal en liefde voor beginselen afneemt? Zal er ooit nog eens een eind aan de goddeloosheid komen?

Ondanks de wedloop in het maken van de dodelijkste wapens die de menselijke geschiedenis ooit heeft gekend, kunnen zij die rechtvaardigheid liefhebben toch nog hopen eeuwig op aarde onder vredige toestanden te leven. Zo’n nieuwe wereld is niet tot het rijk der onmogelijkheden gaan behoren door menselijke wapens van goddeloosheid, want zei Jezus niet: „Bij mensen is dit onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk”? Gods belofte luidt: „Er zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij naar zijn belofte verwachten en hierin zal rechtvaardigheid wonen.” — Matth. 19:26; 2 Petr. 3:13.

De intrede van een rechtvaardige nieuwe wereld betekent dat er vrede op aarde zal zijn. Er is zelfs nu reeds een vreedzame Nieuwe-Wereldmaatschappij in werking waarin zich allen bevinden die thans al in overeenstemming met bijbelse profetieën leven: „Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen.” — Jes. 2:4, NBG.

De Nieuwe-Wereldmaatschappij is niet bevreesd dat de aarde vernietigd zal worden door ’s mensen dwaasheid. God verzekert ons: „Hij heeft de aarde op haar bevestigde plaatsen gegrondvest; ze zal noch tot onbepaalde tijd, noch voor eeuwig aan het wankelen worden gebracht.” Atoomwapens zullen de aarde niet onbewoonbaar kunnen maken, want God ’heeft de aarde geformeerd en gemaakt. Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd.’ — Ps. 104:5; Jes. 45:18, NBG.

Gods Woord geeft echter te kennen dat de mensen er op uit zijn de aarde te ruïneren. Daarom heeft de Almachtige God beloofd dat hij spoedig in de universele oorlog van Armageddon, de „oorlog van de grote dag van God de Almachtige,” ’hen zal ruïneren die de aarde ruïneren.’ Hierdoor zal de grote strijdvraag opgelost en Jehovah’s universele soevereiniteit bevestigd worden. Satan, die weet dat de resterende tijd kort is, zal hieraan niet ontkomen. Hij zal met zijn demonen in een plaats van afzondering, een op een gevangenis gelijkende afgrond, worden gebonden. Aldus zal Armageddon datgene tot stand brengen waartoe geen menselijke oorlog in staat is geweest — de bron van alle goddeloosheid zal weggevaagd worden. Allen die goddeloosheid bedrijven zullen geoordeeld worden, daar Jehovah’s legers in Armageddon komen „om aan allen het oordeel te voltrekken en alle goddelozen schuldig te verklaren om al hun goddeloze daden.” — Openb. 11:18; 16:14; 20:1-3; Judas 15.

Voordat Armageddon de weg zal banen voor de oprichting van Gods nieuwe wereld, moet er echter een waarschuwingswerk verricht worden. De vreedzame Nieuwe-Wereldmaatschappij van Jehovah’s getuigen laat die waarschuwing weerklinken, opdat allen die volgens zuivere maatstaven te werk willen gaan, uit Satans ten ondergang gedoemde wereld weg kunnen vluchten. Door hun vertrouwen op Jehovah te stellen, vinden zij veiligheid: „Hoop op Jehovah en bewaar zijn weg, en hij zal u verhogen en u bezit van de aarde doen nemen. Als de goddelozen afgesneden zullen worden, zult u [dit] zien. De zachtmoedigen zullen de aarde echter bezitten en zich buitengewoon verlustigen over overvloedige vrede.” — Ps. 37:34, 11.

● Waarom wordt er in de New World Translation of the Holy Scriptures de uitdrukking „herinneringsgraven” gebruikt in plaats van het woord „graf” dat de Statenvertaling in Mattheüs 8:28; 23:29; 27:52, 53, 60; 28:8; Johannes 5:28 en op andere plaatsen bezigt?

De New World Translation gebruikt in de aangehaalde schriftuurplaatsen „herinneringsgraf” of „herinneringsgraven” omdat het oorspronkelijke Griekse woord mnēmeiʹon is; de oorspronkelijke Christelijke Geschriften werden namelijk geschreven in het Grieks dat negentienhonderd jaar geleden gebruikt werd. Dit Griekse woord mnēmeiʹon is afkomstig van het werkwoord dat „herinneren” of „herdenken” betekent. Andere bijbelvertalingen mogen nu wel dit Griekse woord in het Nederlands door het woord „graf” weergeven, maar men drukt hier dan niet geheel mee uit wat het oorspronkelijke Griekse woord betekent. Waarom niet? Omdat „graf” in het Grieks is afgeleid van het werkwoord dat „snijden, hakken of graven”. betekent. Het Griekse woord mnēmeiʹon betekent echter ook herinnerd worden of herinnering.

De bedroefde familieleden van een overledene leggen het lichaam in een graf omdat zij de dode willen gedenken, en zij verwijlen graag bij de gedachte dat hij weer zal leven en zij de vreugde zullen smaken hem in een ander leven weer te ontmoeten. Het voornaamste is echter niet dat ménsen doden gedenken, maar dat de Almachtige God hen in zijn herinnering bewaart en hen een opstanding uit de doden kan geven.

Toen de Here Jezus dan ook zei, „Het uur komt waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen en zullen uitkomen, wie het goede hebben gedaan tot een opstanding des levens, wie het verachtelijke hebben beoefend, tot een opstanding des oordeels,” lag het voor de hand dat hij verwees naar Gods herinneringsvermogen, naar de doden die in Gods geest waren opgetekend. Het belangrijkste is, dat wij in zijn herinneringsvermogen blijven bestaan, omdat hij alleen de macht heeft om hen die gestorven zijn door middel van Jezus Christus, tijdens diens duizendjarige regering over de mensen, uit de doden op te wekken. Omdat het hier door Jezus gebruikte woord, mnēmeiʹon, de gedachte van herinnering insluit, mogen wij de hoop koesteren dat zij, die dood in de herinneringsgraven zijn, door God gedacht zullen worden en een opstanding zullen ontvangen.

Degenen die na hun dood door de joden in het dal van Hinnom buiten Jeruzalem, of in de Gehenna (zoals de Grieken het noemden) werden geworpen, werden daar vernietigd en kregen dus geen begrafenis in een mnēmeiʹon of herinneringsgraf. Dit omdat men vond dat zij niet waardig werden geacht door Gods volk gedacht te worden en daarom geen opstanding uit de doden op Gods bestemde tijd verdienden. Vandaar dat Gehenna, het dal buiten de muren van Jeruzalem waar het vuil en de afval van de stad door vuur, vermengd met zwavel werden vernietigd, een symbool werd van de tweede dood of eeuwige vernietiging door Gods hand, een algehele tenietdoening dus.

Daarom werd Judas Iskariot, die de Here Jezus Christus aan zijn vijanden verried, de „zoon des verderfs” of „zoon der vernietiging” genoemd; dit betekende dat Judas Iskariot de eeuwige vernietiging verdiende en niet in aanmerking zal komen voor een opstanding. Judas verried Jezus aan de schriftgeleerden en Farizeeën; Jezus zei tot deze religieuze leiders: „Slangen, adderengebroed, hoe zult gij het oordeel van Gehenna ontvlieden?” (Joh. 17:12; 6:70, 71; Matth. 23:33; 10:28). Wanneer dergelijke laaghartige, goddeloze mensen zoals die religieuze leiders stierven, werden zij met lichaam en ziel vernietigd, omdat zij geen opstanding zouden krijgen en nimmer weer als zielen ergens in Gods universum zouden leven.

Toen Jezus daarom over de opstanding der doden sprak, doelde hij op de plaats waar zij in de dood sliepen, namelijk, de herinneringsgraven. Hij gaf hierdoor te kennen dat zij die zich hierin bevonden in Jehovah’s herinnering voortleefden en dat hij hun ter rechter tijd een opstanding ten leven zou geven met alle daaraan verbonden voordelen in Gods nieuwe wereld.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen