Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w60 1/6 blz. 343
  • Troost aan allen die treuren

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Troost aan allen die treuren
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Vergelijkbare artikelen
  • Tijdschriften wijzen de weg naar het leven
    Onze Koninkrijksdienst 1984
  • Troost hen die verdriet hebben
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Onze tijdschriften zo goed mogelijk gebruiken
    Onze Koninkrijksdienst 1995
  • Een zendelinge vertroost een Japanse moeder
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
w60 1/6 blz. 343

Troost aan allen die treuren

WIL een christen zijn opdracht getrouw nakomen, dan dient hij „alle treurenden te troosten” (Jes. 61:2). In de Verenigde Staten is het de gewoonte dat nabestaanden op de 30ste mei van elk jaar bloemen naar de graven van hun geliefden brengen. Jehovah’s getuigen hebben het zich daarom ten doel gesteld op die dag met de troost van Gods opstandingshoop, die in uitgaven van De Wachttoren en Ontwaakt! is vervat, de begraafplaatsen te bezoeken. Dat zij er in zijn geslaagd de treurenden te troosten, blijkt duidelijk uit de volgende ervaringen:

● „Ik zag een man staan die geheel alleen maar wat voor zich uit staarde. Toen ik hem aansprak, lichtte zijn gelaat op. Hij vertelde mij dat zijn vrouw twee jaar geleden was gestorven, nam mij mee naar haar graf en zei dat hij mij graag een vraag wilde stellen: ’Mijn vrouw was tien jaar jonger dan ik en had een goede opleiding genoten; ik ben niet ontwikkeld. Waarom heeft God mij niet genomen in plaats van haar?’ Ik beantwoordde zijn vraag aan de hand van de Schrift, waarbij ik onder andere Hebreeën 2:14 gebruikte. Gretig aanvaardde hij de tijdschriften en hij zou het prettig vinden wanneer ik bij hem thuis zou komen om hem verder vertroostend materiaal te verschaffen”.

● „Toen wij de bewaarder vroegen of wij de mensen op de begraafplaats getuigenis mochten geven, antwoordde hij: ’Natuurlijk, gaan jullie je gang — Ik zou graag zien dat meer predikers dit werk deden, maar het schijnt dat zij het er te druk voor hebben’”.

● „Nadat ik aan een gezin de schriftuurlijke opstandingshoop had uiteengezet, bleek de vrouw zo belangstellend te zijn dat zij een exemplaar van de New World Translation of the Christian Greek Scriptures, het bijbelstudiehulpmiddel ’God zij waarachtig’ (welke ik beide gelukkig bij mij had), twee tijdschriften en een brochure wilde hebben. Ik kon een regeling treffen hen thuis op te zoeken om een bijbelstudie met hen te beginnen”.

● „Een jonge vrouw had juist wat bloemen op een graf gelegd en wendde zich er toen met tranen in haar ogen vanaf. Ik maakte mij aan haar bekend en vertelde haar dat ik een bedienares van het evangelie was die de treurenden wilde troosten door middel van twee tijdschriften die de artikelen ’De vreugdevolle dag waarop God de doden gedenkt’ en ’Waar zijn de doden?’ bevatten. Door haar tranen heen glimlachend nam zij de tijdschriften graag van mij aan. Toen ik later voorbij dezelfde plaats kwam, zag ik haar te zamen met twee jongemannen, aan elke zijde een, De Wachttoren lezen, waarbij zij hun verschillende dingen in het tijdschrift aanwees”.

● „Een groepje van zes personen was net bezig bloemen op een graf te leggen toen ik er aankwam en een ogenblikje van hun tijd vroeg. Nadat wij ons aan elkaar hadden voorgesteld, merkte ik op wat een prachtige dag het was en dat er, hoewel het een dag was om dankbaar voor te zijn, geen werkelijke vreugde kon zijn, zolang de gehele mensheid de dood in het vooruitzicht heeft. Wij kunnen echter, zo ging ik verder, werkelijk verheugd zijn vanwege ’De vreugdevolle dag waarop God de doden gedenkt’, welke dag nu nabij is. Ik bood hun de over dit onderwerp handelende tijdschriften aan welke zij verheugd aanvaardden. Toen ik aanstalten maakte om weg te gaan, zei een van de mannen met tranen in zijn ogen dat hij zeer dankbaar was voor de hoopvolle boodschap die ik hem had gebracht, en dat deze boodschap de dag die als een dag van droefheid was begonnen in een dag van hoop op Gods beloften had veranderd”.

● „Ik ging naar een bewaarder toe en begon met hem een gesprek om er achter te komen hoe hij over het getuigenis geven op zijn begraafplaats dacht. Hij bleek een unitariër te zijn en hij vertelde mij dat hij onder zijn vrienden wegens zijn beroep een maatschappelijk uitgestotene was, en dat het wel leek alsof zij er bevreesd voor waren dat zij zich door hem met de dood zouden inlaten. Ik vertelde hem onder meer dat Jehovah’s getuigen de dood van het lichaam niet vrezen, maar alleen de tweede dood, en dat hij voor ons geen uitgestotene was. Toen ik hem vroeg of wij het feit dat hij een maatschappelijk uitgestotene was, teniet zouden kunnen doen door hem thuis met de boodschap te bezoeken, sprong hij bijna op van vreugde. Hij was ook voor mijn plan te vinden dat ik tot anderen op de begraafplaats zou spreken”.

● De getuigen die op deze speciale dag de begraafplaatsen bezochten, kregen nog vele andere commentaren te horen, zoals:

● „Ik vind het prachtig dat jullie vandaag naar de begraafplaats zijn gekomen. Onze mensen zouden dit ook moeten doen”.

● „Dit bewijst dat jullie christenen zijn. . . . Volgens mij bezitten de mensen niet die waardering voor Jehovah’s getuigen als zij wel zouden moeten”.

● „Indien mijn overleden beminde u had gekend, zou hij stellig graag hebben gewild dat u vandaag hier was gekomen en had verteld wat u tot mij hebt gezegd”.

● „God moet u vandaag hierheen hebben gezonden, want u heeft mij werkelijke troost uit de bijbel gebracht”.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen