Maar waar zijn de vruchten?
EEN wijnstok kan er prachtig bijstaan en toch geen vruchten voortbrengen: Dat de ranken steeds groter worden en niet worden gesnoeid, kan echter in feite zelfs de oorzaak van deze onvruchtbaarheid zijn. In zijn illustratie van de wijnstok legde Jezus niet de nadruk op het aantal ranken en bladeren of de grootte ervan, maar op zijn vruchtbaarheid: „Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt, snoeit [mijn Vader] opdat ze meer vrucht moge dragen.” — Joh. 15:2, voetnoot.
Men zou de religiën der christenheid in Sowjet-Rusland met een wijnstok die belijdt christelijk te zijn, kunnen vergelijken. Nu er de laatste jaren een einde aan de hevige aanvallen is gekomen, breidt de wijnstok zich naar alle kanten uit. Zo zei een rector van een Russisch orthodox seminarie: „Het wordt van jaar tot jaar gemakkelijker religieus onderwijs te geven.” En elders werd gezegd: „Uit vele dingen blijkt dat de invloed van de godsdienst in de gehele Sowjet-Unie groter wordt.” „In Rusland gaan er net zoveel mensen naar de kerk als in Groot-Brittannië.” Een Engelse geestelijke merkte na zijn bezoek aan Rusland op: „Ik had verwacht een kerk in de catacomben te vinden, maar in plaats daarvan vond ik een, springlevende en actieve kerk.”
Ter ondersteuning van het bovenstaande mogen de verklaringen van zegslieden van de Russische Orthodoxe Kerk dienen, dat er 25.000 kerken waarin door 30.000 priesters diensten worden gehouden, ongeveer zeventig kloosters en ten minste tien seminaries en academiën onder haar ressorteren. Er worden nu zes maal zoveel kerken gebruikt als twintig jaar geleden, ofschoon het er nog steeds minder zijn dan voor de revolutie van 1917.
Wat haar materiële voorspoed betreft, een nieuwscorrespondent berichtte dat „vele priesters in het bezit van een auto waren, het goed hadden en beslist prachtige gewaden droegen.” Hij zei ook dat verscheidene patriarchen „de laatste modellen grote auto’s hebben”. De Engelse methodistische geestelijke dr. Soper drukte zich als volgt uit: „Òf de kerk is rijk, òf de regering geeft een bijzonder grote toelage.”
Ook vele andere religieuze organisaties maken van een opmerkenswaardige groei in Rusland gewag, vooral de baptisten, die er de op één na grootste religieuze groepering beweren te zijn. Haar plaatselijke leiders verklaren dat ze nu meer voorspoed geniet dan onder de tsaren en in totaal 5400 gemeenten, 500.000 gedoopte leden en ongeveer drie miljoen aanhangers telt. Een Russische-baptistenpredikant zei: „Onze mensen zijn ’vurige’ christenen. Wij doen het christendom der eerste eeuw in de twintigste eeuw herleven.” De wijnstok der christenheid tiert klaarblijkelijk welig in Rusland, maar brengt hij ook vruchten voort?
Uit de Schrift blijkt overduidelijk dat de ware christelijke wijnstok vruchten moet dragen die in de prediking en het getuigenisgeven tot uitdrukking komen. Jezus predikte. Zijn apostelen predikten. Ook anderen kregen de opdracht te prediken. Aan allen werd verteld dat hun redding van de openbare bekendmaking van hun geloof afhankelijk was. Het is echter opmerkenswaardig dat, hoewel de grondwet van Sowjet-Rusland het atheïstische communisme de vrijheid verleent zijn grondstellingen te propageren; ze religieuze organisaties dat recht ontzegt. Vrijheid van aanbidding? O ja, maar alleen zolang deze beperkt blijft tot godsdienstig ritueel in religieuze gebouwen.
Zo wordt ons betreffende een populair maandblad dat door, de Orthodoxe Kerk wordt uitgegeven, verteld: „Er wordt echter geen rechtstreekse poging in het werk gesteld hem [de lezer], te bekeren door de zegslieden van de atheïstische Staat op hun eigen geliefde terrein der natuurwetenschap ter verantwoording te roepen. Dit zou, waarschijnlijk, ’religieuze propaganda’ zijn, een recht dat de trouwe aanhangers niet door de grondwet van de Sowjet-Unie is verleend.”
Een groep Amerikaanse geestelijken die Rusland in 1956 hadden bezocht, verklaarden dat de kerken in Rusland „onder invloed van de Russische regering staan” en er „in ruil voor vrijheid van aanbidding” „klaarblijkelijk in hebben toegestemd in belangrijke opzichten het Sowjet-Communistische leiderschap te ondersteunen”, zoals in het geval van de communistische vredespropaganda. Wat vormt voor de wereld echter de hoop op vrede, het communisme of Gods koninkrijk?
Gods Woord verlangt van christenen dat zij de „vrucht van de geest” voortbrengen, namelijk „liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid,” enz. Dat sluit het gebruik van vleselijke wapenen volkomen, uit (Gal. 5:22). In plaats van dergelijke vruchten te dragen, geeft de wijnstok der christenheid in Rusland zijn steun aan de militaristische plannen der regeerders.
Quaker S.A. Bailey zei in The Christian Century van 12 maart 1958: „Als quaker interesseerde het me vooral of het voor een Russische adventist mogelijk is het zesde gebod te gehoorzamen. Zij antwoordden dat niemand een persoon die zich niet aan een misdaad heeft schuldig gemaakt, mag doden, maar dat het geoorloofd is zijn familie of natie tegen agressie te verdedigen.” Ook vroeg hij de voorzitter van de Raad voor Kerkelijke Zaken „hoe de sowjetregering tegenover principiële dienstweigering staat. Eerst zei hij dat er in Rusland geen dienstweigeraars waren. . . . In de loop van het gesprek werd het mij echter duidelijk dat er in Rusland nog steeds enkele personen zijn die militaire dienst weigeren. De heer Gostev was op dit punt niet nauwkeurig, maar . . . zij die elke vorm van militaire dienst weigeren, zoals de getuigen van Jehovah, worden klaarblijkelijk als deserteurs behandeld en door militaire rechtbanken berecht.”
De wijnstok der christenheid in Rusland mag dan groot zijn en steeds groter worden, maar draagt hij de vruchten der Koninkrijksprediking en brengt hij de vrucht van de geest voort?