Hoe praktisch is uw kennis?
HET denkvermogen van de mens onderscheidt hem, meer dan iets anders, van de lagere dieren. ’s Mensen superioriteit in dit opzicht, is in overeenstemming met het feit dat alleen hij naar de gelijkenis van zijn Schepper, Jehovah God, is gemaakt. Evolutionisten zijn geneigd dit verschil te bagatelliseren. Daarom verzuchtte onlangs een der toonaangevendste Amerikaanse antropologen: „Wij worden zo door het naspeuren van de zichtbare aspecten der evolutie in de verschillende vormen van dieren in beslag genomen, dat we ons hoofd, die kleine wereldbol welke de middernachtelijke hemel en de schitterende onzichtbare universums van onze gedachtenwereld bevat, bijna als iets even vanzelfsprekends als de groei van een gele pompoen in de herfst, zijn gaan beschouwen.”
De geest van de mens, welke met een spons vergeleken kan worden, voelt zich sterk aangetrokken tot, en heeft een onbeperkte capaciteit voor het bezitten van kennis. Deze begerigheid naar kennis manifesteert zich al vroeg in zijn leven door zijn nieuwsgierigheid naar alles om hem heen. Geleidelijk aan bouwt de mens een herinnering, een verstand en een persoonlijkheid op, waardoor elkeen zich van alle andere menselijke schepselen onderscheidt. Deze aangeboren weetgierigheid maakt het verwerven van kennis tot iets vreugdevols.
Het lag echter nimmer in de bedoeling van de Schepper dat de mens louter vanwege de vreugde welke hem dit schonk, kennis tot zich zou nemen. Terecht merkte derhalve een geschiedschrijver op: „Geestelijke vreugden geven, tenzij ze een praktisch doel dienen, slechts een kortstondige bevrediging. . . . Wij dienen het intellect er nooit toe aan te zetten louter zichzelf te voeden. Indien de geestelijke veredeling er niet op is gericht iets nuttigs, en dit in het bijzonder ten aanzien van de behoeften en het nut van anderen, tot stand te brengen, dan is het slechts een zinsbegoocheling en een valstrik.” — Beacon Lights of History van Lord, Deel 5, blz. 299.
Louter voor het genoegen kennis tot zich te nemen, staat gelijk met leven om te eten in plaats van eten om te leven. Het doet aan de epicuristen denken, die, na zich eerst overdadig aan een maaltijd te goed te hebben gedaan, braakmiddelen innamen, om daarna alles uit te braken, zodat zij zich opnieuw in het genoegen dat eten met zich brengt, konden verheugen. Kennis tot zich nemen alleen voor de vreugde van het bezit er van, is slechts een weinig beter. Sterft zo’n persoon, dan betekent dit het einde van zijn kennis; anderen zijn er niet mee gebaat noch heeft ze hun vreugde geschonken, en evenmin zal ze blijven voortbestaan. Allen die geneigd zijn voor het bezit van kennis warm te lopen, dienen per se aandacht aan Paulus’ woorden te schenken; hij zei namelijk: „Kennis blaast op.” Iemand die de kennis welke hij tot zich neemt niet in daden omzet, ’bedriegt zichzelf met een valse redenering.’ — 1 Kor. 8:1; Jak. 1:22.
Het dient gezegd te worden dat het tot zich nemen van ontaarde, verdorven kennis zelfs nog slechter is dan het vergaren van kennis alleen om zichzelf te behagen. Schandaalblaadjes, pornografische tijdschriften, best-sellers op seksueel gebied, hetzij „klassiek” of populair, en pseudo-wetenschappelijke werken, zoals de Kinsey-rapporten over de vermoedelijke seksuele gewoonten van bepaalde mannen en vrouwen in de Verenigde Staten, richten zich alle op een verdorven begerigheid naar kennis. Evenals goede boeken gelijk goede vrienden zijn, zijn slechte boeken gelijk ’slechte omgang welke nuttige gewoonten verderft.’ Verstandige christenen zullen al deze dingen vermijden. — 1 Kor. 15:33; Jak. 3:15.
In feite zijn er slechts twee gezonde redenen voor het verwerven van kennis. Israëls schrijver na de ballingschap, Ezra, maakt ons duidelijk welke dit zijn; „Want Ezra had zijn hart er op gezet de wet van Jehovah te raadplegen, [haar] na te komen en in Israël voorschriften en rechtvaardigheid te onderwijzen.” Ja, ons gehele streven kennis tot ons te nemen, dient er op gericht te zijn er in ons leven een praktisch gebruik van te maken en/of om aan anderen te onderwijzen. — Ezra 7:10.
Er is een grote verscheidenheid van kennis welke ons, wanneer we haar bewust, met een doel voor ogen verwerven, voor onszelf heilzamer en voor anderen nuttiger doet zijn. Hieronder kunnen we de kennis over natuurkunde, geneeskunde, de elektronica en de kunst, rekenen. Door de praktische toepassing van deze kennis kan de mens een nuttig gebruik van de dingen om hem heen maken en er vreugde uit putten.
Door onvolmaaktheid en zonde kan de mens echter slechts enkele jaren van de vruchten van zulk een kennis genieten. Evenmin heeft deze kennis hem vrijheid van strijd met zichzelf en met zijn medemens geschonken, zoals blijkt uit de toenemende nationale en internationale spanningen, en de toename in wetteloosheid en immoraliteit. Bij een gelegenheid vroeg Jezus, ten einde de nadruk te leggen op de beperkte waarde van zulke kennis: „Want wat zal het een mens baten, wanneer hij de gehele wereld verwerft, maar zijn leven verbeurt? Of wat zal een mens in ruil voor zijn leven geven?” De praktische waarde van alle menselijke kennis is inderdaad beperkt. — Matth. 16:26, voetnoot.
Wat is er nog meer nodig? De mens moet zijn kennis en krachtsinspanningen op zijn Schepper en diens voornemen ten aanzien van de mens richten. Dat is de kennis die van het grootste belang is. Deze is de meest praktische van alle en wordt alleen in de bijbel, Gods Woord, gevonden. In dit opzicht stelde de Zoon van God, toen hij op aarde was, ons een goed voorbeeld. Evenals Ezra, concentreerde hij zich op de allerbelangrijkste kennis, die betreffende Jehovah, en hij maakte er een praktisch gebruik van door er naar te leven en haar aan anderen te onderwijzen. — Matth. 4:17; Joh. 17:4, 6.
De vervulling van bijbelprofetieën geeft te kennen dat we nu in soortgelijke dagen als die van Noach leven (Matth. 24:37-39). Met het oog op dit feit is de noodzakelijkste en meest praktische kennis welke we thans kunnen verwerven die, welke over de wijze waarop we het einde van deze oude wereld of dit goddeloze samenstel van dingen kunnen overleven, handelt. Betreffende dit soort van kennis wordt ons gezegd: „Wijsheid is evenals geld ter bescherming; kennis heeft echter vóór dat wijsheid haar bezitters in het leven behoudt.” Zo als vanzelf spreekt, is deze wijsheid in het in overeenstemming met Gods wil gebruiken van juiste kennis gelegen. In de woorden van de profeet wil dit zeggen, Jehovah, gerechtigheid en ootmoed te zoeken. — Pred. 7:12; Zef. 2:3, NBG.
Daar de mens naar Gods beeld is geschapen, schept hij er behagen in kennis tot zich te nemen. Dit alleen maar uit eigenbelang te doen, is ijdel, terwijl het vergaren van ontaarde of verdorven kennis pure dwaasheid is. Alhoewel vele soorten van kennis een verscheidenheid van praktische doeleinden kunnen dienen, is het toch het meest praktisch met een doel voor ogen kennis van Jehovah God en zijn wil ten aanzien van ons tot zich te nemen. Jezus zei hierover: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij kennis tot zich nemen van u, de enige waarachtige God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” — Joh. 17:3.