Nooit te oud om te leren
HET gezegde „Men is nooit te oud om te leren,” is even waar als het afgezaagd is. Ook al is men oud van jaren, dan kan men toch nog jong van geest en hart blijven door nieuwe dingen te leren. Natuurlijk zal dit voor iemand op leeftijd moeilijkheden met zich meebrengen; het zal hem bijvoorbeeld zwaarder vallen een verandering aan te brengen dan in zijn jeugd of in de bloei van zijn leven. Kunnen wij dit, wanneer we tot de ouderen behoren, echter niet compenseren door ons wat meer in te spannen? Daar we ons thans hoogst waarschijnlijk beter bewust zijn van de belangrijkheid van het bezitten van kennis dan in onze jeugd, kan dit niet zo moeilijk zijn. Een gevorderde leeftijd behoeft ons er daarom niet van te weerhouden nieuwe dingen te leren of, indien nodig, een heilzame verandering in ons leven aan te brengen.
Jehovah God gebruikt oude mensen als zij willen leren en zich willen veranderen. Daarom werd er in de profetie van Joël voorzegd dat Jehovah in onze dagen wat van zijn geest op alle soorten van vlees zou uitstorten, waardoor zelfs toegewijde christenen op leeftijd in kennis en begrip zouden toenemen en zodoende tot een grotere activiteit aangespoord zouden worden (Joël 2:28, 29). Dat dit zelfde beginsel van toepassing is op mensen van goede wil wordt duidelijk door de feiten aangetoond.
Zo maakt het Yearbook of Jehovah’s Witnesses voor 1958 melding van een Amerikaanse methodistische predikante die op vijfenzestig-jarige leeftijd het goede nieuws van Jehovah’s koninkrijk leerde kennen. Hoewel ze eerst dacht alles van de bijbel af te weten en zichzelf nogal belangrijk en rechtvaardig vond, bleek ze toch een ontvankelijke geest te bezitten die voor de waarheid openstond. In slechts enkele weken tijds leerde ze genoeg nieuwe dingen om een totale verandering in haar leven aan te brengen; ze verbrak haar banden met haar religieuze organisatie en werd een getuige voor Jehovah.
Onder hen die tijdens de grote vergaderingen van Jehovah’s volk worden gedoopt, zijn er altijd wel enkelen die al op zeer gevorderde leeftijd zijn. Wat een Londens nieuwsblad hierover opmerkte, is zeer typerend: „Er was [zowel] een grijsharige overgrootmoeder van 76,” als „een mager klein vrouwtje met heel dun haar van 86,” luidde het verslag. Door zich te laten dopen, gaven zij te kennen vele nieuwe dingen geleerd te hebben waardoor zij hun leefwijze terdege hadden moeten veranderen.
Onlangs ontving het Wachttorengenootschap een afschrift van een door een voormalige lekenprediker van de Kerk van Engeland aan een van Jehovah’s getuigen in Canada geschreven brief. Op tweeënnegentig-jarige leeftijd was deze lekenprediker tot een nauwkeurige kennis der waarheid gekomen, waarna hij door zijn standpunt voor Jehovah en zijn Koninkrijk in te nemen een verandering in zijn leven had aangebracht. Als gevolg hiervan is hij nu veel gelukkiger dan in alle voorgaande tweeënnegentig jaar. Sommige toegewijde christenen op leeftijd hebben ingezien dat ook zij het voorrecht hebben de volle-tijd-dienst op zich te nemen, en zij hebben de gelegenheid hiertoe, beseffend dat ’het gelukkiger is te geven dan te ontvangen,’ dan ook met beide handen aangegrepen. — Hand. 20:35.
Het is inderdaad onverstandig om, louter omdat men op leeftijd is, te weigeren zich voor nieuwe denkbeelden open te stellen of zich te veranderen. Dit is speciaal het geval wanneer het de waarheid uit Gods Woord en de aanbidding van Jehovah betreft. Alleen zij die de juiste soort van kennis tot zich blijven nemen en hun leven dienovereenkomstig inrichten, kunnen verwachten aan de in Armageddon tot uitdrukking gebrachte toorn Gods, welke spoedig zal ontbranden, te ontkomen. Daarom geeft Gods Woord ons de raad nieuwe gedachten te verwerven en ons leven — ongeacht onze leeftijd — hiermee in overeenstemming te brengen. „Zoekt den HERE [Jehovah], alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op den dag van den toorn des HEREN [van Jehovah].” — Zef. 2:3, NBG.