Het dilemma van de biechtstoel
STELT u zich eens voor dat u een dierbare vriend had die, daar de aanwijzingen tegen hem getuigen en er valse verklaringen zijn afgelegd, spoedig voor een moord waaraan hij onschuldig is, opgehangen zal worden. Denkt u zich vervolgens eens in dat de moordenaar naar u toekwam en zijn schuld aan u bekende. Zou u de politie hiervan niet onmiddellijk in kennis stellen, zodat uw onschuldige vriend niet ter dood gebracht zou behoeven te worden? Natuurlijk zou u dit doen! Zou u echter een rooms-katholieke priester zijn en deze man had zijn zonde aan u opgebiecht, dan zou u terwijl uw geliefde vriend voor een niet door hem gepleegde moord werd ter dood gebracht, machteloos moeten toezien. Fantastisch? Katholieke theologen beweren van niet.
● Op 9 mei 1952 publiceerde de Catholic Herald van Londen in haar vragenrubriek het volgende: „Kan een priester ter wille van de gerechtigheid en dergelijke, zoals in het ernstige geval van moord, zijn biechtgeheim breken? Neen. Hij kan door niets, uitgezonderd dan door de toestemming van de biechteling (die nooit verplicht kan worden deze te verlenen) van zijn eed worden ontslagen. . . . zelfs indien de omstandigheden zo zijn dat de misdadiger het volgens de priester verplicht is zichzelf aan te geven — ja, zelfs al kan er een onschuldig leven door worden gered — dan nog mag hij nooit van de kennis die niet hem maar alleen God toebehoort, gebruik maken.”
● Door twee werkelijke voorvallen wordt het voorgaande geïllustreerd: „Buit van bankroof teruggebracht; wilde de dief niet bekendmaken. Lippen van priester verzegeld. . . . gedeelte van het geld dat door een berouwvolle bankrover was gestolen, werd door een priester uit Denver aan wie hij zijn zonde had beleden, teruggebracht, maar de autoriteiten weten nog niet wie hij is. De rooms-katholieke priester, met een ’heilige verplichting’ om niets van wat hij in de biechtstoel heeft gehoord, te openbaren, heeft gisteren aan de autoriteiten $6850 aan bankbiljetten overhandigd waarvan hij verklaarde dat het een gedeelte van de hier op 17 februari overdag bij een roofoverval gestolen $7780 was. . . . De procureur van de Verenigde Staten zei de priester dat hij de boodschap moest overbrengen dat een gedeeltelijke teruggave van het geld de rover niet van zijn ’verantwoording voor het plegen van een misdaad’ zou ontslaan. ’Ik hoop nu dat hij het besluit zal nemen zijn geweten helemaal te zuiveren door naar de juiste autoriteiten te komen’, verklaarde [procureur] Kelley.” — Los Angelos Herald & Express van 13 april 1955.
● Het tweede voorval stond in het nummer van 14 augustus 1953 van The Inland Register, een rooms-katholiek weekblad uit Spokane te Washington vermeld. Het handelde over een artikel dat in de London Times betreffende een priester aan wie een zekere misdadiger, die dacht dat hij op sterven lag, bekende dat hij de misdaad waarvoor een andere man gevangen zat, had bedreven, was verschenen. De biechteling herstelde, maar na zijn dood, een jaar later, maakte de priester bekend wat hij had verteld waardoor de onschuldige persoon op vrije voeten werd gesteld. Er werd op gewezen dat zelfs de dood een priester niet van zijn belofte om te zwijgen, kan ontslaan en dat dit, indien het waar was, waarschijnlijk de eerste keer in de geschiedenis was dat een priester zijn belofte verbrak en wat hem in een biecht was verteld, aan de openbaarheid prijsgaf.