Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w59 1/4 blz. 221-224
  • Mijn doel in het leven nastreven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijn doel in het leven nastreven
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
w59 1/4 blz. 221-224

Mijn doel in het leven nastreven

Zoals W.A. Bivens dit heeft verteld

ONGEVEER een week nadat ik aan de hand van de publikaties van het Genootschap een bijbelstudie was begonnen, kreeg ik een prachtig aanbod. Ik werkte namelijk op het kantoor van een autobedrijf en de directeur bood me nu een zes maanden durende kosteloze opleiding in Detroit aan, waarna ik dan een eigen bedrijf zou kunnen beginnen. Dit zou betekenen dat ik de rest van mijn leven financieel een zorgeloos bestaan zou kunnen leiden. Nu ik de bijbel studeerde, kwam ik echter te weten dat het leven veel langer kon duren dan slechts zestig of zeventig jaar, ja, dat het zelfs wanneer men Jehovah’s Woord gehoorzaam is, eeuwig kon voortduren. Ik kreeg steeds meer het idee dat al de tijd die ik aan mijn werk besteedde, verloren was. Al spoedig kwamen mijn vrouw en ik tot de conclusie dat het werk dat wij wilden gaan doen, het werk des Heren was. Wij besloten ons levensdoel te gaan nastreven door de pioniersdienst op ons te nemen.

We kochten een aanhangwagen en binnen enkele maanden waren we in de pioniersdienst. Iets meer dan een jaar later nodigde het Genootschap ons voor de speciale pioniersdienst uit en dat bezorgde ons grote vreugde. Dit was echter nog niets vergeleken bij datgene wat enkele maanden daarna gebeurde. We waren juist uit de dienst thuisgekomen toen mijn vrouw buiten adem en opgewonden van het kantoor van de kampeerplaats naar me toe kwam. In haar hand had ze een brief afkomstig van de president. Het was een uitnodiging voor Gilead. Onze wagen moet vast wel hebben staan te schudden vanwege de opwinding. We hoopten wel naar Gilead te zullen gaan, maar pas over een jaar of twee en daarom was dit wel zeer onverwachts. Zelfs toen we daar aankwamen, vroegen we ons nog steeds af of niet alles misschien een vergissing was; maar neen hoor, ze verwachtten ons reeds en er was al een kamer voor ons klaargemaakt. Vijf maanden van hard, maar vreugdevol werk, zowel fysiek als mentaal, volgden. We werden aan de tuinploeg toegewezen. De eerste dagen bezorgde ons dit wel enige spierpijn, maar na enkele dagen verdween dit en hadden we met de anderen een erg prettige tijd.

Naarmate het einde van de cursus naderde, vroegen wij ons af waar we heen gezonden zouden worden. Met verschillende andere broeders werd ik als gemeentedienaar aan een van de New Yorkse eenheden toegewezen. Het was een groot voorrecht daar met verschillende leden van de Bethelfamilie samen te kunnen werken en we kregen een grotere waardering voor Jehovah’s aardse organisatie. We waren echter niet naar Gilead geweest om hier in New York te blijven. Toen we dan ook een toewijzing voor Centraal-Amerika ontvingen, waren we klaar om te gaan, ook al betekende dit voor ons dat we de vele nieuwe vrienden die we in onze huidige toewijzing hadden gemaakt, moesten verlaten.

Met z’n achten vertrokken we naar dezelfde plaats. We reisden vanuit New York per trein naar Miami in Florida en van daar gingen we per vliegtuig naar onze buitenlandse toewijzing. We wisten niet welk een toekomst er voor ons lag, maar we hadden de toewijzing door middel van Jehovah’s organisatie ontvangen en daar wilden we gehoor aan geven. Ofschoon we naar een van de grootste steden van Centraal-Amerika gingen, was onze eerste indruk niet erg bemoedigend. Met New York vergeleken, was dit een klein plaatsje. Ik besefte toen nog in de verste verte niet dat enkele jaren nadien een pueblo hier me even groot zou voorkomen als New York. Ons nieuwe zendingshuis was wel een beetje anders dan onze kamers in New York. Het was opgetrokken uit adobe (een ander woord voor klei) en het comfort liet wel iets te wensen over. Maar, zo dacht ik later, worden bakstenen ook eigenlijk niet uit klei vervaardigd en is het verschil niet alleen in de bewerking gelegen? De keuken bestond uit een lange, smalle kamer zonder ramen; aan de zolder hing slechts een enkele gloeilamp. Om de kachel, die eveneens uit adobe was vervaardigd, brandende te kunnen houden, moesten we enorme hoeveelheden hout hebben.

Waarschijnlijk vormde de taal wel de grootste moeilijkheid. Alle zendelingen waren in staat een kort toespraakje te houden waarna ze de lectuur aanboden, maar als we dat dan ook gedaan hadden, wisten we geen woord meer uit te brengen. Wanneer de mensen tot ons spraken, konden wij ze niet verstaan. Nadat we onze aanbieding hadden gedaan, vroegen de mensen ons soms waar we vandaan kwamen, en we antwoordden dan wel eens, „Goed boek; twee gulden.” Of er moeilijkheden waren? O, ja, maar later konden we er hartelijk om lachen. We hadden veel zegeningen. Spoedig konden we een kleine gemeente oprichten en iets meer dan twee jaar later was deze uitgegroeid tot vijfenvijftig koninkrijksverkondigers.

Enkele weken na onze aankomst begonnen we de taal een beetje beter te beheersen, kregen we aandelen in de vergaderingen en begonnen we lezingen uit te spreken. Nadat er zo twee en een half jaar voorbij waren gegaan, werden zes van ons groepje naar een kleinere plaats gezonden om het werk daar te beginnen. Deze plaats lag hoog in de bergen en het was er het hele jaar door erg koud. Het leven in een kleinere plaats bracht weer nieuwe problemen met zich. We konden hier echter eveneens een kleine gemeente oprichten die nog steeds bestaat. Toen mijn vrouw en ik hier twee jaar hadden gewerkt, kregen we opnieuw een andere toewijzing en ditmaal werden we naar een nog kleiner plaatsje gezonden, aan de kust, waar het het hele jaar door erg warm was.

Comfort ontbrak natuurlijk ten enen male, maar dat deerde ons niet. We hadden bij ons werk zo goed als geen tegenstand; we lieten lectuur bij de mensen achter en vonden mensen van goede wil. Spoedig namen enkelen van hen tot onze grote vreugde eveneens aan de prediking deel. We hoorden dat er nieuwe zendelingen zouden komen en dat wij weer naar een andere plaats zouden vertrekken. Nadat we enige tijd met deze nieuwelingen hadden samengewerkt, om hen met de gewoontes en gebruiken en de taal op de hoogte te brengen, vertrokken wij naar een nog niet eerder bewerkt gebied.

In onze nieuwe toewijzing was het zelfs nog heter dan in het kustplaatsje, daar het in een dal lag. Licht en water baarden ons hier de meeste zorgen. Wij gebruikten voor het hele huis drie lampen van elk vijfentwintig watt maar soms gaven zij nog minder licht dan een kaars. Het water moesten we koken en filtreren. We waren hier eveneens erg gelukkig daar de mensen hier verlangend waren de waarheid te horen en zich bij de Nieuwe-Wereldmaatschappij aan te sluiten. Binnen zes maanden leverden tien verkondigers reeds velddienst in en leerden hoe zij zorg konden dragen voor hun theocratische belangen. We verheugden ons zeer toen we een nieuwe broeder, nadat hij drie maanden in de waarheid was, in een dienstvergadering hoorden opmerken „wij die rijp zijn moeten de zwakkeren bij het werken van huis tot huis helpen”! Hij was inderdaad een van de rijperen.

Wij werkten eveneens in enkele dorpjes in de omgeving. Een van deze plaatsjes lag op ongeveer dertig kilometer van onze woonplaats en we vertrokken hier om 6.30 ’s morgens per trein heen. Het was geen moderne gestroomlijnde trein en we hadden voor deze betrekkelijk korte afstand twee uur nodig. We reisden altijd tweede klas, wat betekende dat we op houten banken zaten, en na enkele kilometers gereisd te hebben, voelden we pas goed hoe hard deze wel waren. Temidden van de mensen die manden, pakjes, kippen en soms levende hagedissen bij zich hadden, maakten we het ons zo gemakkelijk mogelijk. We werkten dan de hele dag door tot ongeveer 9.30 uur ’s avonds, waarna we het meegebrachte voedsel op een van de stenen banken die in het centrum van het plaatsje stonden, opaten. Om 10.30 uur kwam de trein dan en we waren om ongeveer 12.30 of 1 uur ’s nachts thuis. Een keer zijn we zelfs de volgende morgen pas om 6.30 uur thuisgekomen, precies vierentwintig uur nadat we van huis waren gegaan. De trein werd door een aardverschuiving tegengehouden. Maar al dit werken was niet tevergeefs. Twee zeer belangrijke leden van een protestantse organisatie werden getuigen van Jehovah. Spoedig sloten anderen zich bij hen aan wanneer ze in de velddienst uittrokken, en er kon spoedig een regelmatige Wachttoren-studie met hen gehouden worden. We hadden steeds wanneer we onder al deze moeilijkheden volhardden rijke zegeningen.

Twee en een half jaar lang werkten mijn vrouw en ik samen zonder dat we geholpen werden door andere zendelingen of rijpe broeders. We verheugden ons er over nieuwelingen de waarheid te zien aannemen en het predikingswerk op zich te zien nemen, terwijl ze hun leven aan Jehovah God opdroegen en in rijpheid groeiden. Op zekere avond toen we vermoeid en warm laat thuiskwamen, lag er een brief van het kantoor van de president met de vraag of ik een andere toewijzing wilde aanvaarden en wel als bijkantoordienaar in een ander land. Ik behartig deze toewijzing nu al verscheidene jaren en beschouw het als een groot voorrecht. Ik werk nu niet meer samen met een klein groepje, maar met honderden broeders en zusters. Fysieke moeilijkheden kennen we zo goed als niet meer, al zijn er natuurlijk altijd wel bepaalde problemen. Overal echter zul je in Jehovah’s dienst vreugde en geluk ondervinden.

We hebben nu hier in Costa Rica een prachtig nieuw bijkantoor; het werk is goed georganiseerd en er is een gestadige groei. De afgelopen jaren heb ik eveneens het voorrecht gehad als zonedienaar de bijkantoren in Centraal-Amerika te mogen bezoeken en de zendelingen te mogen helpen met de moeilijkheden die zich in het veld voordoen. Er komt geen eind aan de zegeningen van hen die de volle-tijd-dienst op zich hebben genomen.

Verloor ik er iets bij door niet in het zakenleven te gaan? Ongetwijfeld zou ik dan veel aardse goederen hebben bezeten en materiële zekerheid hebben gehad, maar weegt dit op tegen de vreugden en voorrechten van de pioniersdienst? Ondanks de vele moeilijkheden — je weet soms ’s avonds nog niet waar je de volgende dag geld vandaan moet halen voor voedsel — die je in geïsoleerde gebieden tegenkomt, ondanks het feit dat je helemaal alleen werkt, zou je dit toch voor geen geld willen missen. De volle-tijd-dienst is niet de gemakkelijkste levenswijze, maar zeker wel de beste. Daarom is het voor hen die dit willen en hiertoe in staat zijn het allerbeste deze dienst op zich te nemen. Zij die in de nieuwe wereld willen leven, zullen zich zeker verheugen in het allerbeste, daarom is er geen geschikter tijd dan juist nu voordat wij de nieuwe wereld zullen binnengaan, je doel in je leven te gaan nastreven door deze dienst op je te nemen. Jezus’ in Mattheüs 6:25-34 geuite woorden hebben waarschijnlijk meer op pioniers betrekking dan op wie ook: „Weest dus nooit bezorgd voor de volgende dag, want de volgende dag zal zijn eigen zorgen hebben. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” Duizenden pioniers hebben getoond dat ze vertrouwen hadden in deze belofte. De dienst waarin zij steeds voorwaarts blijven gaan, vormt een bewijs voor de waarheid van deze woorden. Vele duizenden meer kunnen eveneens, wanneer zij moedig in deze steeds korter wordende „gunstige tijd” voor Armageddon de pioniersdienst op zich nemen, bewijzen dat deze woorden waar zijn, en dit alles tot Jehovah’s vreugde en lof.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen