Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 1/12 blz. 563-565
  • Godsdienstvervolging in Paraguay

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Godsdienstvervolging in Paraguay
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 1/12 blz. 563-565

Godsdienstvervolging in Paraguay

DE VLAMMENDE pamfletten fladderden uit de lucht neer. Een papierzee overdekte het terrein rondom de kerk van pastoor Ascencio Ayala. De plattelandsbevolking in de omgeving van het stadje Itá ging nieuwsgierig op jacht naar een pamflet. Het vliegtuig dat ze had laten vallen, zette zijn tocht voort, want het had zijn deel bijgedragen in een recent voorbeeld van godsdienstvervolging in Paraguay.

De mensen konden op het door de parochiepriester geschreven pamflet lezen: „Vrijdagavond, 1 maart 1957, zal er om 5.30 uur n.m. voor de kerk een grote concentratie van alle katholieke christenen van de stad en omstreken zijn. . . . Om 6.30 uur een overweldigende manifestatie van katholieken als protest tegen ’Jehovah’s (valse) Getuigen.’ De protestantse ketters hebben geen enkel recht om een vergadering in Itá te houden.”

Lang voordat deze pamfletten onder priesterlijke leiding vanuit de hemel neerfladderden, hadden Jehovah’s getuigen wettige regelingen getroffen om een christelijke vergadering te houden in Itá, dat ruim vijfenvijftig kilometer van de Paraguese hoofdstad Asunción verwijderd ligt. De plaatselijke gemeente had graag dat daar de vergadering werd gehouden, opdat de vele mensen van goede wil in het stadje er voordeel van zouden trekken. Jehovah’s getuigen hadden dus toestemming gevraagd om het stadszwembad als vergaderplaats te mogen gebruiken. De stedelijke autoriteiten van Itá keurden dit goed en het hoofdbureau van politie in Asunción verleende toestemming om de vergadering te houden.

Uit vele plaatsen arriveerden er getuigen in Itá voor hun vergadering. De christelijke groep had van de boze actie der pastoor vernomen en dit noopte hen hun vergadering voort te zetten in het huis van een der getuigen, dat gewoonlijk als de plaatselijke Koninkrijkszaal werd gebruikt. De vergadering begon met een bijeenkomst, welke beoogde hun bekwaamheid in het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk te vergroten.

Twee blokken verder had er zich voor de kerk een menigte van meer dan duizend personen samengehoopt. Toen verscheen de pastoor en nam de leiding van de menigte. Zijn toespraak begon als een tirade; ze ging over in een vlammende rede om het gepeupel op te hitsen tot het plegen van gewelddaden tegen de verzamelde getuigen.

Naarmate de pastoor sprak werd de menigte met de minuut opgewondener. Nu kwam er een met verlof zijnde tweede luitenant van de Paraguese luchtmacht, Solano Gamarra, op pastoor Ayala af. De officier besefte dat de pastoor de aanstichter was en trachtte hem te kalmeren. Hij sprak ook met de helpers van de pastoor en hoopte daardoor te voorkomen dat het gepeupel tot actie zou overgaan. Men wenste zijn raad echter niet. Een medepriester van Ayala was zo verontwaardigd, dat hij de luitenant een klap gaf, waardoor diens lip gewond werd. Dit priesterlijke voorbeeld werkte inspirerend op het gepeupel. Ze dromden naar voren, grepen de luchtmachtofficier en sloegen hem, waardoor hij gapende wonden aan zijn hoofd opliep. Zij scheurden zijn overhemd van zijn lichaam en bonden het aan een stok om het in brand te steken. Zonder hemd wist Gamarra te ontsnappen en hij vluchtte voor zijn leven.

De menigte was nu een onredelijk, wild gepeupel geworden. Sommigen schreeuwden „¡Abajo Jehová!” (Weg met Jehovah!) Anderen schreeuwden „¡Muera Jehová!” (Dood aan Jehovah!) De opgewonden bende trok op naar de bijeenkomst in de Koninkrijkszaal. Het gepeupel was tot bijna 2000 personen aangegroeid. Als wilde beesten kwamen zij op zestig vredelievende christelijke getuigen van Jehovah af. Toen het gepeupel zich naar de zaal richtte, kon de lichte politiebescherming niets uitrichten. In de zaal ging het programma voort. Tijdens het programma kookte het gepeupel buiten, en voortdurend weerklonken er uitbarstingen van lelijke woorden. De Koninkrijkszaal nu was een rustpunt in een kolkende mensenzee. Om te verhinderen dat het gepeupel binnen zou komen, barricadeerden de christelijke bedienaren van het evangelie de deuren van binnen en gingen met hun vergadering voort. Zij leerden hoe belangrijk het was elke dag een tekst uit de bijbel te bestuderen — een boek dat de schreeuwende, wild zwaaiende en wild uit hun ogen ziende menigte buiten niet kende.

Herhaaldelijk deed men pogingen om de zaal binnen te komen, maar slaagde daar niet in. Het gepeupel begon in kleinere groepjes uiteen te vallen, die bijna de gehele nacht in de omgeving bleven, als wachtten zij er op dat een argeloos slachtoffer naar buiten zou komen. Ten slotte namen de bewakers hun plaats voor de deur weer in. Zij lieten niemand naar buiten komen, maar stonden wel toe dat de bende trachtte binnen te komen! Wat een manier om de enkele tientallen vrouwen en kinderen binnen te beschermen! ’s Nachts bleven de christelijke getuigen van Jehovah in de zaal.

De volgende ochtend had het nieuws Asunción bereikt. De politie aldaar bevestigde dat de getuigen rechtens konden bijeenkomen op het terrein van het contractueel gehuurde zwembad, maar zij zeiden dat de comisario, een plaatselijke politiebeambte, voor bescherming moest zorgen. Toen de getuigen naar deze beambte toegingen, zei hij dat hij niet op de situatie berekend was. Later deelde hij de getuige mee dat men op het hoofdbureau van politie in Asunción de vergunning had ingetrokken en dat er bekend was geworden dat het gepeupel die avond terug zou komen. De vergadering werd toen voortgezet in de centrale vergaderplaats van Jehovah’s getuigen in Asunción. De congresgangers charterden een bus en verlieten de stad gelukkig zingend, zelfs toen zij bij het verlaten van het stadje de katholieke kerk passeerden.

Dit voorbeeld van godsdienstvervolging is afkomstig uit een land dat een deugdelijke grondwet bezit. Het is een prachtig document voor degenen die zich er naar willen schikken en de rust in het land willen bewaren. Tot eer van Paraguay moet gezegd worden dat er in maart 1957 rondschrijvens zijn verstuurd naar alle Civiele afgevaardigden van ’s lands zestien departamentos (ongeveer zoiets als onze provincies). In het rondschrijven stond dat het voorschrift was dat de Civiele afgevaardigden de vrede moesten bewaren en de rechten van niet-katholieke minderheden in hun rechtsgebied moesten beschermen.

Pastoor Ayala had de christelijke getuigen van Jehovah er van beschuldigd „valse” getuigen te zijn. Was deze actie, het ophitsen van een menigte mensen, het bewijs dat hij een ware getuige was? Hitsen ware getuigen van Jehovah het gepeupel op, of prediken zij uit de bijbel? Waren degenen die deel uitmaakten van het door de priester opgehitste gepeupel ware getuigen van Jehovah toen zij schreeuwden „Weg met Jehovah!”? Wie gaven er blijk van dat zij getuigen van Jehovah waren, door vreedzaam bijeen te komen om zijn Woord te bestuderen? Het zal de lezer niet moeilijk vallen hierop het antwoord te geven.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen