Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 1/11 blz. 527-528
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bied jij bijbelstudies aan?
    Onze Koninkrijksdienst 1992
  • Voordeel trekken van dagelijks bijbellezen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Kan ook jij delen in de vreugde van het maken van discipelen?
    Koninkrijksdienst 1974
  • De wederkomst des Heren bekendmaken (1870–1914)
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 1/11 blz. 527-528

Vragen van lezers

● Mijn man heeft een boek, The Chaos of Cults, van Jan Karel Van Baalen, waarin op bladzijde 218 en 219 over pastor Russell staat: ’Zijn vrijmoedigheid was zo groot dat hij op de eerste bladzijden van zijn Schriftstudiën rustig aankondigde dat het maar beter was de bijbel ongelezen te laten doch zijn commentaar te lezen, dan het laatste na te laten en de bijbel te lezen.’ Nu luidt mijn vraag, heeft pastor Russell werkelijk zo iets gezegd of geschreven in het boek of de boeken de Schriftstudiën? — E.N., Verenigde Staten.

Gezien de reputatie welke de bijbelonderzoekers in de dagen van pastor Russell genoten en de naam welke de hedendaagse getuigen van Jehovah zich terecht hebben gemaakt om hun bijbelkennis, moet er iets verkeerds zijn in verband met wat Van Baalen in zijn boek zegt. Dat is ook zo.

Allereerst zij opgemerkt dat de twee discipelen op weg naar Emmaus de bijbel lazen en toch niet begrepen waarom God had toegestaan dat Jezus ter dood was gebracht. De schriftgeleerden en Farizeeën lazen voortdurend in Gods Woord en toch zagen zij niet in dat Jezus hun Messias was. De Ethiopische ambtenaar die Filippus tegenkwam, las de profetie van Jesaja, maar begreep niet wat hij las. Klaarblijkelijk is slechts het lezen van de bijbel niet voldoende; wij hebben hulp nodig om hem te begrijpen. Daarom voorzag God in apostelen, profeten, zendelingen, herders en leraars. — Luk. 24:25-27, 32; Joh. 5:39; Hand. 8:30, 31; Ef. 4:11-15, NW.

Van Baalens aanhaling noch iets wat er ook maar enigszins op lijkt, is ooit in een van de zes, voornamelijk voor het publiek geschreven Schriftstudiën verschenen. Ongeveer zes jaar nadat pastor Russell zijn zesde deel had geschreven, schreef hij echter wel in The Watchtower — toen nog een tijdschrift voor de met de organisatie verbondenen — van 15 september 1910 onder het opschrift „Is het lezen van de ’Schriftstudiën’ bijbelstudie?” iets anders. Blijkbaar heeft Van Baalen dit artikel verdraaid. Wat daar toen geschreven werd, kan echter in het licht van de voorgaande schriftuurlijke voorbeelden gemakkelijk worden begrepen. Wij citeren er het volgende uit:

„Wij kennen allen wel mensen die al dagen, weken en jaren lang de bijbel bestuderen en er weinig of niets uit hebben opgestoken. . . . Het is voor een groot deel gelijk jagen of vissen. Sommige mensen gaan elk jaar jagen, maar alhoewel zij veel jagen, zegt dit nog niets over de hoeveelheid wild welke zij vangen. Sommigen vissen veel, maar vangen niet veel. Met een studie van de bijbel is het haast precies zo. Niet de hoeveelheid tijd welke wij besteden aan het overpeinzen van een passage is belangrijk, maar de hoeveelheid kennis welke wij uit de bijbel opdoen.

De zes delen van de Schriftstudiën beogen niet de bijbel te vervangen. Er moeten bij een studie van de bijbel verschillende methoden worden gebruikt en deze hulpmiddelen daarbij zijn in een zodanige vorm gegoten, dat zij de belangrijkste elementen van de bijbel bevatten en tevens het commentaar of de verklaring van die bijbelse uitspraken, gebaseerd op precies hetzelfde beginsel dat ook onze Heer en de apostelen aanhalingen deden uit het Oude Testament en vervolgens die passages uit het Oude Testament verklaarden.”

In plaats dat in het artikel geloochend wordt dat de bijbel de basis voor ons geloof is, vervolgt het juist aldus: „Wij dienen na een eerste en wellicht een tweede lezing [van de Schriftstudiën] te zeggen alvorens wij ook maar iets als onze geloofsovertuiging zouden aanvaarden: ’Ik zal het niet aannemen omdat deze studiën het zo zeggen; ik wil graag weten wat de bijbel er over zegt.’ Aldus bestuderen wij de Schrift in het licht van deze Schriftstudiën; wij bewijzen of weerleggen alles, wat dan ook. Wij stellen ons tevreden met niets minder dan een grondig onderzoek van de bijbel vanuit dit standpunt.”

Uit het gedeelte onder het opschrift „De ’Schriftstudiën’ geen vervanging van de bijbel,” halen wij verder aan: „Wij stellen de Schriftstudiën daarom niet in de plaats van de bijbel, want in plaats daarvan verwijzen de Studiën juist voortdurend naar de bijbel; en wanneer men enige twijfel koestert in verband met een verwijzing of wanneer uw geheugen u enigermate in de steek laat, dient u het op te frissen en er juist op te letten dat elke gedachte in overeenstemming met de bijbel is — niet slechts in overeenstemming met de Schriftstudiën maar met de bijbel.”

Het door Van Baalen verdraaide gedeelte luidt:

„Niet alleen bemerken wij voorts dat de mensen het goddelijke plan niet zien wanneer zij slechts de bijbel bestuderen, maar tevens dat wanneer iemand de Schriftstudiën terzijde legt, zelfs nadat hij ze gebruikt heeft, er bekend mee is geworden en ze tien jaar lang al heeft gelezen — wanneer hij ze dan terzijde legt en negeert en zich alleen tot de bijbel wendt, alhoewel hij de bijbel tien jaar lang heeft begrepen, en dat heeft de ervaring ons geleerd — hij binnen twee jaar weer in duisternis verkeert. Had hij daarentegen de Schriftstudiën met de verwijzingen slechts gelezen en geen enkele bladzijde uit de bijbel, dan zou hij na twee jaar nog in het licht zijn, omdat hij het licht uit de Schrift zou ontvangen.”

Wanneer men door het lezen van de bijbel geen juist begrip ontvangt van het gelezene, zoals duidelijk blijkt uit de genoemde schriftuurlijke en hedendaagse voorbeelden, ligt het voor de hand dat alleen dit bladzijde voor bladzijde lezen van de bijbel met voorbijzien van de hulpmiddelen waardoor men inzicht kan verkrijgen, tot gevolg heeft dat men hetgeen men leest, niet kan begrijpen. Te meer is dit zo gezien de profetische belofte dat „het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot den vollen dag” (Spr. 4:18, NBG.) De gezalfde groep christenen die als de „getrouwe en beleidvolle slaaf” van Mattheüs 24:45-47 (NW) dienst doet, brengt dit steeds helder wordende licht onder de aandacht van alle oprechte bijbelonderzoekers.

Gezien al het voorgaande is het duidelijk dat de heer Van Baalen opzettelijk een vals getuigenis aflegt over zijn naaste wanneer hij beweert dat de vrijmoedigheid van pastor Russell zo groot was dat hij ’op de eerste bladzijden van zijn Schriftstudiën rustig aankondigde dat het beter was de bijbel maar ongelezen te laten doch zijn commentaar te lezen, dan het laatste na te laten en de bijbel te lezen.’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen