Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 15/9 blz. 411-412
  • Een samenzwering tegen . . . Jehovah’s naam?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een samenzwering tegen . . . Jehovah’s naam?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Wandel in de naam van Jehovah, onze God, voor altoos”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1953
  • De Goddelijke Naam in latere tijden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Hoe de King James Version populair werd
    Ontwaakt! 2011
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 15/9 blz. 411-412

Een samenzwering tegen . . . Jehovah’s naam?

GOD, de grote Schepper van het universum, heeft zich zelf een naam gegeven, waardoor hij zich van anderen onderscheidde. Waarom? Omdat, zoals de apostel Paulus ons vertelde, „er vele ’goden’ en vele ’heren’ zijn,” en om zich als de Schepper en de Opperste Soeverein van alle mindere en valse goden te onderscheiden. Vandaar deze unieke naam. — 1 Kor. 8:5, NW.

In de Hebreeuwse Geschriften wordt zijn naam voorgesteld door de vier medeklinkers, JHVH. Alhoewel deze unieke naam in de Hebreeuwse tekst minstens 6823 keer voorkomt, verschijnt ze in de Statenvertaling en de Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap geen enkele maal. De van der Palmvertaling sluit zich hierbij aan, „eenige weinige plaatsen uitgezonderd.” In de Statenvertaling gaat de naam schuil achter het woord „HERE.”

De American Standard Version welke in 1901 werd uitgegeven, deed deze naam echter recht wedervaren en vertolkte haar alle 6823 maal dat hij voorkomt, met „Jehovah.” De vertalers hadden hierover in hun voorwoord onder andere het volgende te zeggen: „Deze persoonsnaam, met haar schat aan heilige tradities is thans in de heilige tekst op de plaats waarop ze onbetwistbare rechten kon doen gelden, hersteld.” Jehovah’s getuigen stemmen hier ten volle mee in en de Engels-sprekende getuigen gebruiken daarom liever de American Standard Version dan de King James Version.

Dit verklaart ook waarom mevr. Ida Eisenhower op 20 augustus 1944 aan de Amerikaanse soldaat Richard Boeckel — die vanwege zijn schriftuurlijke standpunt inzake het voeren van oorlog met zijn superieuren in conflict was gekomen — schreef: „Als moeder van generaal Eisenhower en als een getuige van en voor de Grote Jehovah der Heirscharen (hetwelk ik al 49 jaar ben), verheugt het mij u hierbij tot getrouwheid te kunnen aansporen.” Daarom ook gaf zij haar zoon Ike, toen deze in 1915 aan de Militaire Academie West Point gradueerde, een exemplaar van de American Standard Version, zoals duidelijk blijkt uit een foto in The Illustrated London News van 2 februari 1957.

Toen de pers er echter melding van maakte dat president Eisenhower bij het afleggen van zijn ambtseed gebruik maakte van zijn eigen bijbel welke bij Psalm 33:12 openlag, vermeldde ze niet hoe die tekst in de American Standard Version luidt, waar staat: „Gezegend de natie wiens God Jehovah is, het volk dat hij zich ten erfdeel heeft uitverkoren.” Neen, de pers deed de aanhaling uit de King James Version: „Gezegend de natie wiens God de HERE is; en het volk dat hij zich ten erfdeel heeft uitverkoren” Terloops zij opgemerkt dat de psalmist iets zinneloos zou hebben gezegd, wanneer de naam van Israëls God slechts „Here” zou zijn geweest, want elke valse godheid wordt „here” genoemd.

Waarom heeft men „Jehovah” door „HERE” vervangen en wie heeft dit gedaan? Heeft de Amerikaanse pers een samenzwering tegen de naam Jehovah op touw gezet? Een samenzwering welke overeenkomt met de werkwijze van de vertalers der Revised Standard Version, die „Jehovah” weer door „HERE” vervingen, door welke algehele ommekeer hun geleerde voorgangers die de American Standard Version samenstelden, tot dwazen werden gemaakt. Dat het een samenzwering kan zijn, moge blijken uit wat Jack Anderson, de jongere medewerker van Drew Pearson, in Pearsons „Washington Merry-Go-Round” schreef, geciteerd uit de Detroit Free Press van 19 december 1956:

„President Eisenhower, wiens moeder eens bijbeltraktaten voor Jehovah’s getuigen verkocht, zoekt naar een delicate manier om de familienaam van deze smet te zuiveren. Hij is gevoelig voor het feit dat Jehovah’s getuigen de vlag niet willen groeten en niet bij de gewapende macht willen dienen. . . . Een verdere bijzonderheid is, dat de moeder van de president op latere leeftijd door een verpleegster die tot de sekte behoorde, beïnvloed werd. Daar mevr. Eisenhower met de bijbel was grootgebracht, stemde zij er grif mee in Jehovah’s getuigen te helpen bijbeltraktaten te verspreiden. . . . De gebroeders Eisenhower zouden nu graag op een fatsoenlijke wijze bekend willen maken dat hun moeder in haar hart geen getuige van Jehovah was.”

„In haar hart geen getuige van Jehovah,” en pas „op latere leeftijd”? Hoe kan dat waar zijn, wanneer zij Boeckel in 1944 schreef dat zij ’een getuige was van en voor de Grote Jehovah der Heirscharen (hetwelk ik al 49 jaar ben)’?

De houding van hen die de vertolking van Psalm 33:12 van de American Standard Version, verwisselden voor de King James Version, om zich van den naam „Jehovah” te ontdoen, lijkt op die van een regeerder uit de oudheid. Toen Mozes ongeveer 3500 jaar geleden in Jehovah’s naam voor de Egyptische Farao verscheen, spotte deze: „Wie is Jehovah, zodat ik zijn stem zou gehoorzamen om Israël weg te zenden? Ik ken Jehovah in het geheel niet en bovendien zal ik Israël niet wegzenden.” — Ex. 5:2, NW.

Farao gaf er evenals zijn hedendaagse tegenhangers de voorkeur aan Jehovah’s naam te negeren. Jehovah maakte Farao er echter mee bekend wie hij was door plaag na plaag over hem te laten komen, waarvoor Hij hem als volgt liet waarschuwen: „Hiertoe heb ik u juist laten bestaan, om u mijn macht te tonen en ten einde mijn naam op de gehele aarde te laten bekendmaken.” Toen Farao en zijn legerscharen ten slotte door de wateren van de Rode Zee werden verzwolgen, moest Farao zijn nederlaag erkennen en toegeven dat de God der Israëlieten, Jehovah, inderdaad de Oppermachtige is. — Ex. 9:16, NW.

Evenals door de plagen Farao’s bewustzijn er geleidelijk aan van doordrongen werd wat de naam Jehovah betekende, begint het de wereldse leiders in de huidige tijd door de met een plaag te vergelijken prediking van Jehovah’s getuigen steeds duidelijker te worden wie Jehovah is. Aangezien zij, evenals de Farao uit de oudheid, besloten zijn Jehovah te negeren, zullen zij gedwongen worden Jehovah op een manier te zien, die hun niet zal aanstaan, namelijk doordat hij hen in „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige,” welke als Armageddon bekendstaat, zal vernietigen. — Openb. 16:14, 16, NW.

Dan zal het gebed van de psalmist worden vervuld: „Dat zij te schande worden en vergaan! Zoo worden zij ’t gewaar, dat Gij, wiens naam Jehovah is, dat Gij alleen zijt Opperheer der gansche aarde!” — Ps. 83:18, 19, Pa.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen