Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 1/6 blz. 264
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoop voor de levenden en de doden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
  • Hoe staat het eigenlijk met de onsterfelijkheid van de ziel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Wat onderwees Jezus over de hel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • De hel — Eeuwige pijniging of het gemeenschappelijke graf?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 1/6 blz. 264

Vragen van lezers

● Een fundamenteel leerpunt van de religiën dezer wereld, of ze nu christelijk, joods of heidens zijn, is het geloof in de onafscheidelijk met de menselijke ziel verbonden onsterfelijkheid. Waarom geloven Jehovah’s getuigen dat de ziel niet onsterfelijk is?

Omdat er geen tekst in de bijbel voorkomt waarin staat dat de ziel wel onsterfelijk is, en daarentegen verschillende die vermelden dat ze het niet is. De ziel die zondigt, sterft: „De ziel, die zondigt, die zal sterven.” Zelfs over de zondeloze mens Jezus staat er geschreven: ’Hij heeft Zijn ziel uitgestort in den dood.’ Een ziel is niet iets ontastbaars, een onzichtbare geest welke afgescheiden van het lichaam van een schepsel bestaat, maar „ziel” betekent „leven.” Wanneer een schepsel leeft, kan er worden gezegd dat hij ziel heeft, of het nu een mens of een dier betreft. Van de vóór de mens gemaakte in het water levende schepselen zegt de bijbel in Genesis 1:20, in de marge van de Engelse King James Version: „Laten de wateren overvloedig het zich bewegende schepsel, dat ziel heeft, voortbrengen.” Dieren noch mensen hebben onsterfelijke zielen: „Want wat de kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook den beesten, en enerlei wedervaart hun beiden; gelijk die sterft, alzo sterft deze, en zij allen hebben enerlei adem, en de uitnemendheid der mensen boven de beesten is geen; want allen zijn zij ijdelheid. Zij gaan allen naar één plaats; zij zijn allen uit het stof, en zij keren allen weder tot het stof.” Het is louter een verdichtsel van de religiën om te zeggen dat de mens een onsterfelijke, bewustzijn bezittende ziel heeft, welke na de dood van het lichaam voortleeft: „Want de levenden weten, dat zij sterven zullen, maar de doden weten niet met al; zij hebben ook geen loon meer, maar hun gedachtenis is vergeten. Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw macht; want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar gij heengaat.” De dood maakt een eind aan het bewustzijn van de mens: „Zijn adem gaat uit, hij keert terug naar zijn aarde; te dien dage vergaan zijn gedachten.” — Ezech. 18:4; Jes. 53:12; Pred. 3:19, 20; 9:5, 10; Ps. 146:4, KJ.

Zou Christus’ volgelingen worden gezegd onsterfelijkheid te zoeken wanneer zij haar al zouden bezitten? Toch is dit het geval: „Het eeuwige leven aan hen, die . . . naar glorie en eer en onsterfelijkheid streven,” en „dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.” — Rom. 2:7, KJ; 1 Kor. 15:53.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen