De bijbel verboden
● In 1229 werden er op het concilie van Toulouse vijfenveertig canons uitgevaardigd om een eind aan de ketterij te maken. Een daarvan „verbiedt het leken een of ander exemplaar der boeken van het Oude en Nieuwe Testament in hun bezit te hebben, behalve het Psalter en de gedeelten van de Schrift die in het Brevier of het Uur van de Maagd voorkomen, en het verbiedt die werken in de volkstaal ten strengste.” Enige eeuwen later deed Hendrik VIII al het mogelijke om de smokkel van bijbels naar Engeland tegen te gaan. Op openbare aankondigingen stond te lezen: „Geen vrouwen, handwerkslieden, leerlingen, reizigers, dienstboden, boeren, landlieden of werklui mogen de bijbel in het Engels voor zich zelf of voor anderen lezen, in privé noch in het openbaar, op straffe van een maand gevangenisstraf.” Alhoewel thans miljoenen mensen de bijbel in vrijheid kunnen lezen, is het overgrote deel er van onkundig van zijn inhoud.