Leert hoe u kunt leren
WANNEER men wil groeien, moet men leren hoe men kan leren. Wil een christen geestelijk groeien, dan moet hij leren hoe hij kan leren, omdat het christendom op een leerproces is gebaseerd. De ware christen moet om God te behagen, „wiens wil het is dat alle soorten van mensen gered zullen worden en tot een nauwkeurige kennis der waarheid komen,” voortdurend levengevende kennis tot zich nemen. — 1 Tim. 2:3, 4, NW.
Een christen moet leren dat hij nimmer te oud is om te leren; dat het leren een cumulatief proces is, want dat men, hoe meer men leert, des te beter beseft hoe noodzakelijk het is in nauwkeurige kennis der waarheid te groeien. Dat niet alleen, maar men moet het geleerde ook produktief maken; te eniger tijd moet het evenals een boom vruchten afwerpen. Een christen moet door het geleerde vruchtbaar worden in geestelijk goede werken. Waarom leert men iets? Opdat „gij vervuld moogt worden met de nauwkeurige kennis van zijn wil, in alle wijsheid en geestelijke onderscheiding, opdat gij waardiglijk moogt wandelen voor Jehovah om hem volledig te behagen terwijl gij er mede voortgaat vruchten voort te brengen in ieder goed werk en toe te nemen in de nauwkeurige kennis van God.” — Kol. 1:9, 10, NW.
Sommige belijdende christenen schijnen altijd maar te leren, maar nimmer tot een nauwkeurige kennis der waarheid te komen; bovendien brengen zij nimmer vruchten voort. Zij kunnen Gods Woord, de bijbel, niet opnemen, hem openen en hierdoor voor anderen een wereld van schoonheid doen opengaan door met hen te spreken over zijn diepe betekenis. Zij zijn als de personen over wie de apostel schreef dat zij „altijd leren en toch nimmer tot een nauwkeurige kennis der waarheid komen” (2 Tim. 3:7, NW). Waaraan gaan zij dan mank?
Niemand kan tot een nauwkeurige kennis der waarheid komen wanneer dat waarin hij onderwezen wordt, niet werkelijk tot de waarheid leidt. Jezus zeide dat er in deze „laatste dagen” vele vals-christelijke leraars zouden zijn. De christen die dus heeft geleerd hoe hij iets moet leren, zal zich dus ’van alles vergewissen.’ Hij zal ’blijven beproeven of’ hij nauwkeurige kennis heeft en „in het geloof” is. Hiervoor is een bereidheid nodig om alles wat men reeds heeft geleerd, te onderzoeken, opdat men zich er van kan vergewissen of het de juiste leer is, welke in overeenstemming is met de maatstaf voor nauwkeurige kennis, de bijbel. — 1 Thess. 5:21; 2 Kor. 13:5, NW.
Zelfs zij die het juiste onderwijs ontvangen, kunnen soms voortdurend leren en toch nimmer groeien. Waaraan gaan zij mank? De bijbel zegt: „De dwaas is het, die vele woorden gebruikt” maar „wijzen bewaren de kennis.” Het kan zijn dat er te veel wordt gesproken. Sommige mensen zijn dol op praten. Zij praten liever dan dat zij luisteren. Wanneer men meer tijd besteed aan een groot woordgebruik dan aan het bewaren van de kennis, kan men tot hen behoren die altijd leren maar „nimmer tot een nauwkeurige kennis der waarheid” komen. Wij moeten praten, dat is waar, maar wij moeten het spreken niet zo’n belangrijke plaats toekennen dat er geen gelegenheid om te luisteren en voor ijverige persoonlijke studie overblijft. — Pred. 10:14; Spr. 10:14, NBG.
De improduktieve persoon die altijd maar leert, is meestal alleen maar nieuwsgierig; wellicht wil hij alleen maar voor zelfzuchtige doeleinden kennis opdoen. Of wellicht neemt hij er niet de tijd voor af het geleerde te verwerken. Daarvoor moet men denken en het geleerde in eigen leven in praktijk brengen. Soms is het louter nieuwsgierigheid gepaard aan een zwakke wil. Men moet leren beslissingen te nemen. De grootste beslissing welke men in het leven moet nemen, is, of men Jehovah en zijn Zoon wil dienen of niet. Jezus zeide: „Wie niet aan mijn zijde staat, is tegen mij.” Er is moed voor nodig uw standpunt voor de waarheid te bepalen, maar God geeft „geen geest van lafhartigheid . . ., maar die van kracht, liefde en een gezond verstand.” — Matth. 12:30; 2 Tim. 1:7, NW.
Het leven is afhankelijk van uw geestelijke groei. Er is geen tijd te verliezen. Leert hoe u kunt leren.