Velddienstervaring
Van het Nigeriaanse bijkantoor van het Wachttorengenootschap
● Wij waren ’s zondagsochtends bijeengekomen om de openbare lezing aan te kondigen. Ik ging regelrecht naar het dorpshoofd en zei hem wat het doel van mijn komst was. Hij toonde zich zeer verheugd en zegde me zijn medewerking toe. Het was ondertussen laat geworden, we stelden onze geluidsinstallatie op en maakten alles gereed. Er was reeds een menigte van meer dan 700 mensen bijeengestroomd.
● Het zinde de plaatselijke religieaanhangers niet dat Jehovah’s getuigen de grootste groep bij elkaar zouden brengen welke het dorp ooit had gezien. Evenmin waren zij verrukt over het onderwerp, „Een christelijk gedrag in een goddeloze wereld.” Het dorpshoofd verleende geen medewerking aan hun plannen, en hij zeide: ’Jullie luiden vaak de bel om de mensen tot luisteren te noden. Waarom zou ik dit Jehovah’s getuigen beletten? Ik heb ook nimmer getracht jullie dit te beletten.’
● De lezing was nog niet begonnen, of de religieaanhangers begonnen ons overlast aan te doen, maar het publiek stond geheel aan onze zijde. De religieaanhangers begonnen te dansen en te schreeuwen, maar hun kabaal werd overstemd door de geluidsinstallatie. In hun opzet gedwarsboomd, begonnen zij de kerkbel te luiden. Geen succes. Toen brachten zij al hun inlandse trommels en toebehoren voor de dag en begonnen een ontzettend kabaal te maken. Dat liep de spuigaten uit! Vertoornd eisten enkele toehoorders stilte. Geen resultaat. Woedend renden zij op de religieaanhangers af, ontnamen hun de trommels en sleepten hen een nabijgelegen leegstaand huis binnen, sloten hen op en plaatsten er een wacht voor.
● Nadat de lezing was afgelopen, toonden de 854 aanwezigen hun warme waardering. Toen de deur van het huis werd geopend, rolde er geen door het dolle heen vechtende massa uit, zoals iedereen verwachtte, maar het bleef stil. Als Satan in de afgrond lagen zij in diepe slaap gedompeld op de grond.