Hoe de kerken van thans Paulus zouden beschouwen
The Challenge, een interkerkelijk religieus weekblad in Nieuw-Zeeland, drukte een „beroemde ongeschreven brief” af, van J. Flavius Goedbloed, secretaris van de commissie voor zending in den vreemde, aan Paulus, onafhankelijk zendeling, te Korinthe, Griekenland. Hier volgen enige puntige zinsneden:
„Geachte heer Paulus, Kort geleden ontvingen wij uw aanvraag om onder supervisie van onze commissie in de dienst te gaan. Het is onze gedragsregel, zo openhartig en onbevangen mogelijk met al onze aanvragers te zijn. Wij hebben een uitgebreid onderzoek naar uw geval ingesteld. Om u de waarheid te zeggen, het verrast ons dat u in staat bent geweest voor een bona fide zendeling ’door te gaan.’ . . .
Wij vernemen dat u te Antiochië Dr. Simon Petrus hebt weerstaan, een geacht kerkelijk secretaris, en u hem eigenlijk in het openbaar hebt berispt. Te Antiochië heeft u zoveel moeilijkheden veroorzaakt dat er een speciale commissievergadering te Jeruzalem moest worden belegd. Wij kunnen zulke acties niet gedogen. Acht u het passend dat een zendeling gedeeltelijk werelds werk verricht? Wij vernemen dat u er tenten bij maakt. In een brief aan de kerk te Filippi heeft u toegegeven dat zij de enige kerk was die u ondersteuning verleende. Wij vragen ons af, waarom?
Is het waar dat u in de gevangenis hebt gezeten? Bepaalde broeders en zusters berichten ons dat u twee jaar te Caesarea hebt vastgezeten en dat u te Rome werd gevangengezet. Te Efeze veroorzaakte u de zakenlieden zoveel last dat zij naar u verwijzen als de ’man die de wereld in opschudding heeft gebracht.’ Er is in de zendingsdienst geen behoefte aan sensatie. Wij betreuren eveneens de lugubere ’in-een-mand-over-de muur’-episode te Damascus.
Wij zijn ontzet over uw in het oog springend gebrek aan verzoeningsgezind gedrag. Diplomatieke mensen worden niet gestenigd en buiten de stadspoort gesleept, of door woedende menigten aangevallen. Heeft u er ooit wel eens aan gedacht dat u door zachtere woorden veel meer vrienden zou krijgen? . . . Waar u ook bent gegaan, heeft u veel moeilijkheden veroorzaakt. U stond de achtenswaardige vrouwen te Berea en de leiders van uw eigen nationaliteit te Jeruzalem tegen. Wanneer een man niet met zijn eigen volk kan omgaan, hoe kan hij dan vreemdelingen dienen?
U hebt vele brieven geschreven naar de kerken waar u voorheen herder bent geweest. In een van deze brieven heeft u er een kerkelid van beschuldigd met de vrouw van zijn vader te leven, u was er de oorzaak van dat de gehele kerk zich diep bedroefd gevoelde; en de arme kerel werd er uit gegooid. U besteedt teveel tijd aan het spreken over ’de tweede komst van Christus.’ Uw brieven aan de mensen te Thessalonica waren bijna geheel aan dit thema gewijd. Stel van nu af aan de belangrijkste zaken op het eerste plan. . . .
Uw preken duren voorshands veel te lang. In één plaats heeft u tot na middernacht gesproken en een jonge man was zo slaperig dat hij uit het raam is gevallen en zijn nek heeft gebroken. Na de eerste twintig minuten wordt er niemand gered. ’Sta op, spreek op, en schiet dan op,’ is onze raad. . . . Kort geleden heeft u aan Timotheüs geschreven dat ’u een goede strijd hebt gestreden.’ Strijden is moeilijk een aanbeveling voor een zendeling. Geen strijd is een goede strijd. Jezus kwam niet om het zwaard te brengen, maar vrede. U beroemt zich er op dat u ’heeft gestreden met de wilde beesten te Efeze.’ Wat ter wereld bedoelt u daarmee? Het doet mij leed, broeder Paulus, u dit te vertellen, maar in mijn gehele 25-jarige ervaring heb ik nimmer een man ontmoet die zo in strijd met de vereisten van onze commissie voor zending in den vreemde heeft gehandeld.”
Heden ten dage dienen er dus geen Paulussen onder het toezicht van zulke commissies.