Gefeliciteerd, Formosa!
ER IS een overwinning behaald op Formosa! Een overwinning voor menselijke rechten en beminde vrijheden welke alle verlichte mensen dierbaar zijn. Een overwinning voor de Chinese regering die zich thans op Formosa bevindt, waardoor wordt aangetoond dat ze waardering heeft voor de idealen welke heden ten dage door vrije mensen worden hoog gehouden. Er wordt door aangetoond dat de regering er niet alleen vlug bij is te beweren een voorstandster van vrijheid en gelijke rechten voor een ieder te zijn, maar, dat ze ook bereid is haar woorden te ondersteunen door daden.
Op 23 maart 1955 hechtte de gouverneur van de provincie Taiwan (Formosa) er zijn goedkeuring aan dat de International Bible Students Association in Taiwan, werd geregistreerd, en deze registratie trad in werking toen de arrondissementsrechtbank in Taipei er na haar onderzoek, op 25 april haar definitieve goedkeuring aan hechtte.
Zo heeft dus een strijd voor erkenning en religieuze vrijheid welke de getrouwe getuigen van Jehovah op Taiwan nu 18 jaar hebben gevoerd, ten slotte vruchten afgeworpen. Een lofwaardig resultaat, omdat er door wordt aangetoond dat nimmer aflatende vastberadenheid, geduld en rechtschapenheid van de zijde van Gods dienstknechten wordt beloond. Lofwaardig van de zijde van de regering op Formosa, omdat er door wordt aangetoond dat de regering bereid is geweest vroegere vooroordelen terzijde te leggen en de fouten welke door voorgaande regeringsemployé’s zijn gemaakt, te herstellen.
Het is nu achttien jaar geleden dat de eerste inboorling van Taiwan de Bijbelse leringen van Jehovah’s getuigen aanvaardde. Van het allereerste ogenblik af hebben zij een strijd voor de waarheid moeten voeren. De eerste Taiwanese bedienaar van het evangelie van Jehovah’s getuigen werd drie weken nadat hij was gedoopt, al gevangengezet door de Japanners, en uit zijn staat van dienst blijkt dat hij het overgrote deel van de daaropvolgende tien jaar achter gevangenismuren en in folterkamers heeft doorgebracht.
Doch hij bleef voor de waarheid strijden, en anderen voegden zich bij hem in de strijd. Deze strijd was moeilijker dan een gewone strijd, want zij hadden geen vleselijke wapens om zich tegen hun Japanse vervolgers te verdedigen. Maar omdat zij door het Woord Gods werden gesterkt en het schild des geloofs en ander door God verschaft uitrustingsmateriaal hadden, streden zij verder. Van de buitenwereld kregen zij geen tijdschriften De Wachttoren om hen te helpen. Zij hadden geen omgang met anderen van hun geloof. Alle omgang die enigen van hen in die eerste tien jaar hadden, was de ene week die de eerste Taiwanese bedienaar van het evangelie had met de Japanse bedienaar van het evangelie die hem het eerst de Bijbelse waarheid had gebracht. Deze Japanse bedienaar van het evangelie werd later door de Japanse dictators doodgeschoten omdat hij een actieve christen durfde te zijn.
Toen gingen de Japanse heersers weg en kwam de Chinese regering. De 300 getuigen van Jehovah verheugden zich zeer. Zou er dan ten slotte religieuze vrijheid komen? Doch hun hoop was een kort leven beschoren. De plaatselijke Chinese politie nam de valse gegevens over die door de Japanse dictators waren achtergelaten en hechtte er blijkbaar geloof aan, en de verdrukking duurde voort. Acht aanvragen voor erkenning van de christelijke organisatie van Jehovah’s getuigen zijn door de regeringsdepartementen in behandeling genomen; achtmaal werd er afwijzend beschikt.
Er waren zich echter veranderingen aan het voltrekken op Taiwan. De Nationalistische regering, welke nu zo nauw samenging met de democratieën van het westen, nam westerse denkbeelden in zich op. President Chiang gaf zelf toe dat hij op het vasteland fouten had gemaakt en dat een ernstige poging in het werk gesteld zou worden deze fouten te herstellen. Er werden stappen gedaan een verlichte regering in Taiwan te vestigen. Geleidelijk aan verdwenen de wreedheden en onrechtvaardigheden die eigen zijn aan vele oosterse landen. En ten slotte werd de zaak van Jehovah’s getuigen herzien, met als resultaat dat bij de negende poging hun organisatie op Taiwan werd geregistreerd.
Jehovah’s getrouwe getuigen in Taiwan zijn er achttien jaren mee doende geweest voor deze erkenning te strijden. En zij zijn nog druk bezig. Wat doen zij dan wel? Zij bouwen de acht en twintig Koninkrijkszalen die nodig zijn om vergaderingen te houden, dit echter met inachtneming van de wet onder de oorlogstoestanden in Taiwan. Men verwacht dat wanneer gij deze woorden leest, deze Koninkrijkszalen voltooid zullen zijn en de 1782 actieve bedienaren van het evangelie van Jehovah’s getuigen in Taiwan, tezamen met vele andere personen van goede wil, met elkaar zullen bijeenkomen ten einde Jehovah God te aanbidden. Verder zullen zij voortgaan Christus’ koninkrijk van de nieuwe wereld bekend te maken en door hun ordelievende handelwijze tonen dat de regering haar vertrouwen in hen niet heeft misplaatst door hen volledige vrijheid van aanbidding toe te staan.
Dat een verlicht Formosa vriendelijkheid heeft betoond jegens Jehovah’s getuigen, strekt haar tot eer en het is een bron van grote vreugde voor Jehovah’s getuigen. Gefeliciteerd, Formosa!