De moderne geschiedenis van Jehovah’s getuigen
Deel 8: De internationale poging om het Genootschap te vernietigen, mislukt
LATER, in februari 1918, begon het informatiebureau van het leger der Verenigde Staten in de stad New York, een onderzoek in te stellen op het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap te Brooklyn. Valse berichten hadden de ronde gedaan dat het Genootschap op het Bethelhuis een krachtig zendstation had geïnstalleerd waarmede boodschappen over de Atlantische Oceaan uitgezonden konden worden, en dat dit station werd gebruikt om in contact te treden met de Duitse vijand. De feiten zijn dat een broeder aan „Pastor” Russell tijdens diens leven, een klein ontvangtoestel voor draadloze telegrafie had geschonken. Er was geen zendapparaat. Nimmer werd er een boodschap per draadloze telegrafie van het Bethelhuis uitgezonden. Dit gebeurde in 1915, voordat de radio werd uitgevonden en toen zelfs de draadloze telegrafie nog in haar kinderschoenen stond. Toen in 1918 twee agenten van het informatiebureau van het leger Bethel doorzochten, werden zij meegenomen naar het dak en werd hun het afdakje getoond waar het ontvangtoestel voor draadloze telegrafie had gestaan; en daarna werd hun het toestel zelf getoond, dat in een lager gelegen opslagruimte was opgeborgen. Er werd toestemming gegeven dat deze agenten van het leger het ontvangtoestel meenamen.a
Op donderdag, 28 februari 1918, nadat J.F. Rutherford de zondag daarvoor te Los Angeles, Californië,b een lezing had uitgesproken, nam het informatiebureau van het leger aldaar bezit van het gebouw van waaruit de werkzaamheden van de gemeente van bijbelonderzoekers te Los Angeles werden geleid, en nam vele publikaties van het Genootschap in beslag. De daaropvolgende maandag (4 maart 1918), werden te Scranton, Pennsylvanië, verscheidene personen die met het Genootschap waren verbonden, gearresteerd en van samenzwering beschuldigd, en zij moesten een borgsom storten als waarborg dat zij in mei voor de rechtbank zouden verschijnen. Reeds meer dan twintig anderen waren ten gevolge van inlijving in de oorlog met geweld in legerbarakken of militaire gevangenissen gedetineerd.c De druk van buiten op het Genootschap nam snel toe.
Moedig zette de groep dappere strijders hun werk voort, ondanks groeiende overmacht, en op 15 maart 1918 gaven zij een nieuw, twee pagina’s tellend traktaat ter grootte van een nieuwsblad vrij, Kingdom News (Koninkrijksnieuws) No. 1, met als opschrift: „Religieuze onverdraagzaamheid — Pastor Russells volgelingen vervolgd omdat zij de mensen de waarheid vertellen — De behandeling der bijbelonderzoekers riekt naar de ’Donkere Middeleeuwen.’” Miljoenen van deze traktaten werden er verspreid, waardoor de door de geestelijken geïnspireerde vervolging van deze ijverige predikers in Duitsland, Canada en de Verenigde Staten aan de kaak werd gesteld.d Bovendien werd in dit traktaat aangekondigd dat de president van het Genootschap op 24 maart 1918 in de Muziekacademie te Brooklyn de historisch geworden lezing „De wereld is geëindigd — Miljoenen nu levende mensen zullen nimmer sterven!” zou uitspreken. Drieduizend personen hoorden deze belangrijke lezing aan.e Een verslag over het jaar 1918 toont aan dat er 7000 personen actief waren geweest door van deur tot deur boeken te verspreiden, afgezien nog van de ontelbare anderen die traktaten en strooibiljetten hadden uitgereikt en persoonlijk mondeling getuigenis hadden gegeven.f In april werden er nog meer door de geestelijken geïnspireerde pogingen gedaan om deze predikers van de Koninkrijksboodschap vrees aan te jagen. Op 15 april 1918 verscheen echter Kingdom News No. 2, waarvan miljoenen exemplaren werden verspreid en dat de vrijmoedige titel droeg: „The Finished Mystery en waarom verboden — Geestelijken hebben er de hand in.” De tot op 15 april van dat jaar bijgewerkte feiten waardoor werd aangetoond hoe het werk in Canada en de Verenigde Staten werd onderdrukt, werden aan het publiek geopenbaard, waardoor de pogingen der geestelijken om de activiteit van het Genootschap teniet te doen, aan de kaak werden gesteld. Tezamen met deze verspreiding deed een petitionnement de ronde, dat was gericht aan president Wilson van de Verenigde Staten:
„Wij, de Amerikanen wier handtekening hieronder staat, zijn de mening toegedaan dat elke inmenging van de zijde der geestelijken bij een onafhankelijke bijbelstudie, van onverdraagzaamheid getuigt, en niet-Amerikaans en onchristelijk is; en dat iedere poging om Kerk en Staat te verbinden, radicaal verkeerd is. In het belang van zowel burgerlijke als religieuze vrijheid, protesteren wij ernstig tegen het verbod dat op The Finished Mystery staat, en verzoeken wij de regering alle verbodsbepalingen ten aanzien van het gebruik er van op te heffen, opdat de mensen dit hulpmiddel voor bijbelstudie zonder inmenging of molestatie kunnen kopen, verkopen, in bezit kunnen hebben en kunnen lezen.”g
Op 1 mei 1918 begon de verspreiding van miljoenen exemplaren van het Kingdom News No. 3, dat tot opschrift had: „Er woeden twee grote oorlogen — Strategie van Satan tot falen gedoemd — De geboorte van de antikrist.”
Op 7 mei 1918 werden er door de Arrondissementsrechtbank der Verenigde Staten voor het oostelijk arrondissement van New York bevelen uitgevaardigd tot inhechtenisneming van acht broeders die belast waren met de leiding van het Genootschap en het redactiecomité. Dit waren J.F. Rutherford, W.E. Van Amburgh, A.H. Macmillan, R.J. Martin, C.J. Woodworth, G.H. Fisher, F.H. Robison en G. DeCecca. De volgende dag, 8 mei, werd op Bethel tot deze arrestaties overgegaan door de „United States Marshal Power.” Kort na hun arrestatie werden deze acht broeders voor een federale rechtbank gedaagd, waar rechter Garvin presideerde, en allen werden feiten te laste gelegd die voordien door de grote jury waren afgewezen; de acht bovengenoemden werden er van beschuldigdh dat zij —
„onwettig en misdadig hadden samengezworen, samengewerkt, samengespannen en met elkaar en verschillende andere, aan de genoemde grote jury onbekende, personen waren overeengekomen een bepaald misdrijf tegen de Verenigde Staten van Amerika te begaan, te weten: het misdrijf onwettig, misdadig en opzettelijk aan te zetten tot insubordinatie, deloyaliteit en dienstweigering in de militaire strijdkrachten en bij de zeemacht wanneer de Verenigde Staten van Amerika zich in tijd van oorlog bevonden . . . door middel van persoonlijke aandrang, brieven, openbare toespraken, het in de Verenigde Staten van Amerika verspreiden en openbaar in omloop doen brengen van een zeker boek Volume VII Bible Studies The Finished Mystery genaamd, en het in de Verenigde Staten verspreiden en in omloop doen brengen van zekere artikelen, gedrukt in de vorm van vlugschriften en genaamd Bible Students Monthly, Watch Tower, Kingdom News en andere niet met name genoemde vlugschriften.”i
Nadat de beklaagden voor de rechtbank waren verschenen, werden zij op een borgsom van $2500 per persoon vrijgelaten en werd de datum voor het verhoor vastgesteld op 3 juni 1918: The Tablet (rooms-katholiek), Brooklyn, deed in zijn nummer van 11 mei 1918 de volgende onthulling:
„Kingdom News alom verspreid — Enkele personen belanden misschien in de gevangenis. Joseph F. Rutherford en enkele van zijn collega’s zullen hun zomermaanden waarschijnlijk in een villa doorbrengen, alwaar zij beschermd zullen zijn tegen aanvallen van het gepeupel, dat hen beledigt door hen te vragen Liberty Bonds [oorlogsobligaties] te kopen. . . . Het is zeer belangwekkend op te merken, dat Rutherford en consorten, die zich er in verlustigen de [Katholieke] Kerk in beroering te brengen, voortdurend door de regeringsambtenaren worden vervolgd. Anti-katholicisme en anti-Amerikanisme schijnen tweelingen te zijn.”
Op maandag 3 juni begon de rechtszitting voor de federale rechtbank te Brooklyn. De acht beklaagden vulden beëdigde verklaringen in waarin zij toelichtten waarom zij dachten dat rechter Garvin bevooroordeeld was ten aanzien van hen en hun werk, en hierdoor werd de zaak automatisch verwezen naar rechter Chatfield, die ze op zijn beurt verwees naar rechter Howe van de Verenigde Staten die speciaal uit Vermont naar Brooklyn was geroepen om de rechtszitting te presideren.j Na een verhoor van vijftien dagen sprak de jury op donderdag 20 juni, om 10 uur n.m., het vonnis „schuldig bevonden” uit. Later bleek dat er tijdens dit verhoor meer dan 125 fouten waren gemaakt, waarvan het hof van appèl er ten slotte slechts een paar uitzocht om de gehele procedure als onbillijk te veroordelen.k De volgende dag, 21 juni, heel in het begin van de middag, sprak rechter Harland B. Howe het vonnis uit: twintig jaar opsluiting in de federale strafgevangenis te Atlanta, Georgia.l De uitspraak van het hof ten aanzien van broeder DeCecca werd tot een nadere datum verschoven. De New York Tribune van 22 juni 1918 zeide:
„Joseph F. Rutherford en zes andere ’Russellisten,’ schuldig bevonden aan schending van de Spionagewet, werden gisteren door rechter Howe tot twintig jaar gevangenisstraf in de Atlanta-strafgevangenis veroordeeld. ’Dit is de gelukkigste dag van mijn leven,’ zeide de heer Rutherford, op weg van de rechtbank naar de gevangenis, ’een aardse straf te ondergaan ter wille van iemands religieuze overtuiging is een der grootste voorrechten die een mens te beurt kunnen vallen.’ Een der vreemdste demonstraties die de Marshal-zaal in de federale rechtbank van Brooklyn ooit heeft aanschouwd, werd gegeven door de familie en de intieme vrienden der veroordeelden, direct nadat de gevangenen naar de zaal van de grote jury waren gebracht. Het gehele gezelschap deed het oude gebouw weergalmen van de melodieën van ’Gezegend de hand die samenbindt.’ ’Het is geheel Gods wil,’ zeiden zij tot elkaar, en hun gezichten straalden bijna. ’Eens zal de wereld te weten komen wat dit alles te beduiden heeft. Laten wij onderwijl dankbaar zijn voor de genade Gods die ons in onze beproevingen heeft ondersteund, en laten wij uitzien naar de Grote Dag die zal komen.’”
Tot tweemaal toe werd er op onwettige wijze afwijzend beschikt over het verzoek uit New York tot het in vrijheid stellen op borgsom, en voordat men zover was dat men met medewerking van het Hooggerechtshof te Washington, een derde poging ondernam tot vrijlating op borgsom, werden de gevangenen op 4 juli van New York overgeplaatst naar de federale strafgevangenis te Atlanta, Georgia. Op 3 juli 1918 vermeldt Rutherford het volgende in een brief die later is gepubliceerd:
„Wij zijn te weten gekomen dat zeven personen die het Genootschap en zijn werk het afgelopen jaar tegenstonden, de rechtszitting bijwoonden en onze vervolgers hulp hebben verleend. Geliefden, wij waarschuwen u voor de slinkse pogingen van sommigen van hen, die u thans vleien in een poging vat te krijgen op het Genootschap.”a
Er werd een bestuur aangesteld dat aan het hoofd van het Genootschap moest staan tijdens de afwezigheid van de gevangen gezette bestuursleden van het Genootschap, en een redactiecomité van vijf personen werd er mee belast The Watch Tower te blijven schrijven, van welk tijdschrift geen enkel nummer heeft ontbroken in deze crisisjaren.b De daaropvolgende maanden bleef de vervolging tegen de bijbelonderzoekers in het gehele land woeden. Velen meer werden er gevangen genomen, de onwaardige behandeling door het gepeupel nam toe en er werden nog meer aanvallen op vergaderplaatsen gedaan, terwijl er boeken werden verbrand en er van de zijde van de pers en van de kansel af niets anders dan lasterpraat was te horen.c Door de druk van de oorlogstijd, waardoor het onmogelijk werd gemaakt de benodigde bedrijfsvoorraden te verkrijgen, was men genoodzaakt op 26 augustus 1918 het hoofdbureau te Brooklyn te sluiten. Men verhuisde naar een kantoorgebouw gelegen aan de Federal Street en Reliance Street te Pittsburgh, Pennsylvanië.d Het bureau en de expeditieafdeling in de Brooklyn Tabernakel waren verkocht en het Bethelhuis was gesloten. Aldus werd tegen de zomer van 1918 de eens georganiseerde luide stem van de getuigen van Jehovah over diens koninkrijk, tot zwijgen gebracht, hun georganiseerde werk werd figuurlijk gesproken, gedood en een op de dood gelijkende inactiviteit kwam over de eens zo energieke groep christenen. Zij geraakten in stevige gevangenschap aan hun Babylonische overwinnaars.
Op 11 november 1918 kwam er plotseling een einde aan de eerste wereldoorlog. Talloze krijgsgevangenen werden ontslagen, maar er was nog geen vrijheid in zicht voor de vele bijbelonderzoekers die zich nog overal in de Verenigde Staten in gevangenissen en kampen bevonden. Ondertussen waren Rutherford en zijn zeven metgezellen druk bezig in de Atlanta-strafgevangenis te prediken. Het werd hun toegestaan iedere zondag in de gevangenis bijbelklassen te leiden, en ongeveer honderd van hun medegevangenen woonden die bij.e Op 4 januari 1919 werd een gecombineerde congres- en corporatiebijeenkomst belegd, waar ongeveer duizend energieke werkers bijeenwaren, om de verkiezing van Rutherford en de anderen als bestuursleden te bevestigen. Zij namen ook een resolutie aan waarin vertrouwen tot uitdrukking werd gebracht in de onschuld van de acht opgesloten bestuursleden.f In februari 1919 werd er in het gehele land door bepaalde nieuwsbladen een actie op touw gezet voor de vrijlating van Rutherford en zijn metgezellen.g Ook schreven vrienden van de gevangen genomen mannen duizenden brieven aan nieuwsbladredacteuren, leden van het congres, senatoren en gouverneurs, bij wie zij op actie aandrongen. Velen werden er toe bewogen zich ten gunste van de vrijlating uit te spreken.h In maart begonnen die vrienden er vervolgens mee over de gehele natie een petitionnement te doen circuleren, hetwelk in korte tijd door 700.000 personen werd ondertekend en waarin de regering werd gevraagd recht te verschaffen aan deze valselijk beschuldigde en gevangen gezette mannen.i Alhoewel dit petitionnement nimmer werd aangeboden, was het „een getuigenis voor de waarheid” — een kenmerkend teken van de herrijzenis van de valselijk beschuldigde predikers van Jehovah’s koninkrijk.j
Op 2 maart 1919 zond Harland B. Howe, de federale arrondissementsrechter, die de eerste was die de vrijlating op borgtocht nadat hij hun tot gevangenisstraf had veroordeeld, had geweigerd, de Procureur-Generaal Gregory in Washington een telegram met het verzoek tot ’aanbeveling van onmiddellijke verzachting’ van de vonnissen van de acht personen die hij in zijn telegram noemde.k (Op 4 maart 1919 ging Gregory’s ontslag als Procureur-Generaal in.) Maar deze manoeuvre die het intrekken van hun beroep beoogde, faalde. In plaats daarvan werd op 21 maart 1919 door de uit drie rechters bestaande federale arrondissementsrechtbank te New York, onder leiding van rechter Louis D. Brandeis van het Hooggerechtshof der Verenigde Staten, besloten tot vrijlating op borgtocht van de acht en tevens werd er bepaald dat zij van Atlanta naar New York moesten terugkeren ter horing van hun beroep op 14 april. De volgende dinsdag, 25 maart, verlieten zij Atlanta per trein op weg naar Brooklyn, alwaar zij op 26 maart formeel tegen een borgsom van $10.000 per persoon werden toegelaten en in vrijheid werden gesteld.l Bij hun aankomst wachtten hun feestmalen, allereerst in Brooklyn, en later toen zij zich bij de gelukkige Bethelfamilie voegden, die toen tijdelijk te Pittsburgh vertoefde.
(Wordt vervolgd)
[Voetnoten]
a Watch Tower 1918, blz. 77; W 1919, blz. 117; Kingdom News, Deel 1, No. 1.
b Op zondag, 24 februari 1918, werd te Los Angeles voor de eerste keer de lezing gehouden die later werd getiteld „Miljoenen nu levende mensen zullen nimmer sterven.” Zie W 1924, blz. 358.
c W 1918, blz. 25.
d W 1918, blz. 82.
e W 1918, blz. 110. Dit was in hoofdzaak dezelfde lezing als die welke op 24 februari 1918 te Los Angeles werd gehouden.
f W 1919, blz. 281.
g Kingdom News No. 2, blz. 2.
h W 1918, blz. 171.
i Rutherford c. United States (14 mei 1919), 258 F. 855, Transcript of Record, Deel 1, blz. 12.
j W 1918, blz. 178.
k The Case of the International Bible Students Association, blz. 4.
l W 1918, blz. 194.
a W 1919, blz. 58.
b W 1918, blz. 242, 255.
c The Case of the International Bible Students Association, blz. 4.
d W 1918, blz. 290.
e W 1919, blz. 116; Consolation [Vertroosting], 23 augustus 1939, blz. 8.
f W 1919, blz. 23.
g National Labor Tribune, Pittsburgh, Pennsylvanië, 20 februari 1919.
h W 1919, blz. 101.
i W 1920, blz. 162; W 1919, blz. 93.
j W 1919, blz. 194.
k W 1919, blz. 117; Consolation, 6 september 1939, blz. 5, 6.
l W 1919, blz. 98, 118; W 1925, blz. 71.