Een begrip van Gods Woord betekent leven
U LEEFT graag, niet waar? En zou u niet voor altijd willen leven, vooral wanneer de toestanden ten minste voor de helft zouden zijn van wat ze zouden moeten zijn? Natuurlijk zou u dat. Welnu, wist u dat in de Bijbel de hoop wordt gegeven dat wij voor altijd kunnen leven wanneer wij aan bepaalde voorwaarden voldoen? Merk op wat Jezus zeide, zoals wij in Johannes 17:3 (NW) kunnen lezen: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij kennis tot zich nemen van u, de enige waarachtige God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” En u kunt er van overtuigd zijn dat dit leven in geluk betekent, want de Bijbel vertelt ons dat de tijd komt waarin al het lijden en verdriet weggenomen zullen worden.
U zult opmerken dat Jezus zeide dat het eeuwige leven er van afhangt of wij een bepaalde kennis tot ons nemen. Ja, evenals wij de juiste soort van stoffelijk voedsel tot ons moeten nemen ten einde ons lichaam in leven te houden, moeten wij ook de juiste soort van geestelijk voedsel tot ons nemen wanneer wij eeuwig leven in geluk willen verwerven. Jezus bracht een soortgelijke gedachte tot uitdrukking toen de Duivel hem er toe trachtte te verzoeken stenen in brood te veranderen. Mattheüs vertelt hierover in hoofdstuk 4:2-4 (NW), waar wij lezen: „Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij honger. Ook de Verzoeker kwam en zeide tot hem: ’Indien gij een zoon van God zijt, zeg dan tot deze stenen dat ze broden worden.’ Als antwoord zeide hij: ’Er staat geschreven: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die door Jehovah’s mond uitgaat.”’” En waar wordt deze kennis gevonden? In de Bijbel.
Wanneer wij een loopbaan willen volgen die juist is, zodat wij het leven kunnen verwerven, moeten wij niet alleen een Bijbel in huis hebben, hetgeen met de meeste mensen het geval is, ten minste in de Westerse „Protestantse” landen, maar wij moeten die Bijbel ook lezen, en wat nog belangrijker is, wij moeten ook begrijpen wat wij lezen. Het is net zo als met stoffelijk voedsel. Enkel en alleen een brood te kopen, zal onze honger niet stillen; wij moeten het brood eten, en meer dan dat, onze maag moet het verwerken en onze bloedstroom moet het assimileren, wil het ons enig goed doen.
Dat wij hulp nodig hebben om de Bijbel te begrijpen, wordt duidelijk gemaakt door de ervaring die een zekere joodse proseliet heeft opgedaan. In Handelingen 8:28-31 (NW) lezen wij betreffende hem: „Hij keerde terug en zat in zijn wagen en las de profeet Jesaja hardop. Derhalve zeide de geest tot Filippus: ’Nader tot deze wagen en voeg u er bij.’ Filippus liep er naast en hoorde hem hardop de profeet Jesaja lezen en hij zeide: ’Weet gij werkelijk wat gij hardop leest?’ Hij zeide: ’Hoe zou ik dat toch ooit kunnen weten indien iemand mij niet leidde?’ En hij verzocht Filippus dringend in te stappen en naast hem te gaan zitten.”
Is dat niet vaak het geval geweest met u, dat u iets in de Bijbel las en niet begreep wat het werkelijk betekende? Dat is ongetwijfeld de reden waarom velen de Bijbel niet meer lezen, omdat zij zo dikwijls iets tegenkomen wat zij niet begrijpen, evenals in het geval van deze Joodse proseliet. En wat las hij, en hoe werd het hem verklaard?
De volgende verzen, Handelingen 8:32-35 (NW) vertellen ons: „Het gedeelte van de Schrift nu dat hij hardop las, was het volgende: ’Als een schaap werd hij ter slachting geleid, en als een lam dat stemloos is voor zijn scheerder, deed hij zijn mond niet open. Gedurende zijn vernedering werd gerechtigheid van hem weggenomen. Wie zal de bijzonderheden van zijn levenswijze vertellen? Want zijn leven is van de aarde weggenomen.’ Als antwoord zeide de eunuch tot Filippus: ’Ik smeek u: Over wie zegt de profeet dit? Over zichzelf of over iemand anders?’ Filippus opende zijn mond en, beginnend met deze Schriftuurplaats, verklaarde hij hem het goede nieuws omtrent Jezus.”
Slechts het lezen van deze profetie maakte van deze Joodse proseliet geen Christen, maar toen Filippus de betekenis er van aan hem had verklaard, begreep hij de profetie en geloofde, aanvaardde het Christendom en droeg zich op aan het doen van Gods wil, terwijl hij zonder verder uitstel in de naam van Christus Jezus werd gedoopt.
Is het nu niet redelijk de gevolgtrekking te maken dat God, evenals hij destijds hulp heeft verschaft voor hen die zijn Woord wilden begrijpen, in deze tijd, in onze tijd, hetzelfde zou doen? Deze gevolgtrekking is stellig redelijk. En dit is ook het geval. Hij heeft in een instrument, een organisatie, voorzien welke dienst doet als zijn dienstknecht om de mensen licht op de Bijbel te verschaffen. Trouwens, Jezus heeft in zijn grote profetie betreffende zijn tweede tegenwoordigheid en het einde van deze oude wereld of dit samenstel van dingen, voorzegd dat er zulk een dienstknechtorganisatie zou zijn. In deze profetie, welke in Mattheüs 24:45, 46 staat opgetekend, lezen wij: „Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf die door zijn meester over diens huisknechten is aangesteld om hun hun voedsel te geven op de juiste tijd? Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester bij zijn komst hem bezig vindt dit te doen. Waarlijk ik zeg u dat hij hem zal aanstellen over al zijn bezittingen.”
Die dienstknecht- of op een slaaf gelijkende organisatie heeft niet alleen Bijbels uitgegeven en blijft ze uitgeven, maar ook vele Bijbelse studiehulpmiddelen met het doel allen die van goede wil en oprecht zijn, te helpen hun Bijbel met begrip te lezen. Het voornaamste van zulke Bijbelse studiehulpmiddelen is De Wachttoren, waarvan u een exemplaar in uw hand hebt. Bestudeer het tijdschrift en leer Gods voorziening voor eeuwig leven kennen.