Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w54 15/8 blz. 243
  • Rechtschapenheid handhaven in communistisch Duitsland

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Rechtschapenheid handhaven in communistisch Duitsland
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1954
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1954
w54 15/8 blz. 243

Rechtschapenheid handhaven in communistisch Duitsland

DE BERICHTEN die afkomstig zijn uit het communistische Oost-Duitsland geven te kennen dat de autoriteiten aldaar zeer verontrust zijn wegens de doeltreffendheid van de activiteit van Jehovah’s getuigen. In alle secties en afdelingen van de regering wordt deze aangelegenheid besproken, en officiële personen en regeringsemployés zijn er toe aangezet al degenen op te sporen die enig contact met de getuigen van Jehovah mogen hebben. Op een zekere vergadering waar officiële personen van de partij bijeenkwamen, werden Jehovah’s getuigen beschreven als parasieten, die vernietigd moesten worden. Op een andere bijeenkomst werd tot Communisten gezegd dat de enige oplossing was, Jehovah’s getuigen te deporteren of te arresteren.

Maar arresteren, schijnt niet veel te helpen. In werkelijkheid werd door het verslag van een van de gerechtshoven van Schwerin onthuld, dat de arrestatie van een persoon die slechts belangstelling had gehad voor het werk van de getuigen en nog niet was gedoopt, in hem het vaste besluit deed ontstaan niet alleen na zijn vrijlating voort te gaan zoals voorheen, door anderen te vertellen over datgene wat hij had geleerd, maar eveneens nu te erkennen dat hij een van de getuigen is.

De haat van de communisten is in werkelijkheid tegen Gods Woord, de Bijbel, gericht. Let op de woorden van een commandant van de volkspolitie in een tuchthuis: „Een Bijbel in de hand van een van Jehovah’s getuigen is even schadelijk als een toorts in de hand van een brandstichter.”

Herhaaldelijk hoort men Jehovah’s getuigen voor de rechtbank zeggen: „Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen.” De volgende ervaring geeft te kennen dat de broeders vast besloten zijn zich hieraan te houden: Een broeder was vier maanden lang dagelijks zowel geslagen als op andere wijze mishandeld en moest honger en koude lijden. Hierna werd hij bespot met de woorden: „Wij zullen je wel klein krijgen. Houd in gedachten, dat iedere generaal zich overgeeft wanneer hij beseft dat zijn situatie hopeloos is. Waarom weiger jij je over te geven?” Bleek en uitgemergeld, en bijna niet in staat rechtop te staan, maar met krachtige stem, antwoordde de broeder: „Ik heb Jehovah beloofd getrouw te zijn. Jullie kunnen mij wel als een dood lichaam uit deze plaats dragen maar niet als een verrader.”

Van een ander tuchthuis uit schrijft een broeder: „Wij hebben hier onder ons een hechte eenheid. Geen enkele broeder is door de vijand overmand en er toe gebracht Jehovah te verloochenen. Zelfs de bewakers geven toe dat het onmogelijk is de theocratische organisatie te onderdrukken.”

Een zuster stuurde het volgende vreugdevolle bericht op van haar gevangenis uit: „Jehovah heeft ons de gelegenheid gegeven hem te midden van een kamp van zijn vijanden te loven, en hij heeft ons succes en veel vreugde geschonken. Het was prachtig de schapen van Jehovah te voeden. Een zekere geïnteresseerde vrouw zeide dat zij God had gesmeekt in aanraking te mogen komen met de getuigen. Weer een andere zeide: ’Nu weet ik voor het eerst waarom het goed voor mij is geweest dat ik in een tuchthuis ben terechtgekomen. Buiten zou ik er wellicht nooit toe zijn gedwongen naar rede te luisteren.’ Vele harten worden gelukkig gemaakt en achter de gevangenismuren stralen hun ogen van vreugde.”

Een broeder, die werd veroordeeld tot vijftien jaar in het tuchthuis, schrijft aan het einde van vier jaren het volgende aan zijn familie: „Ik hoop dat het met jullie allen goed gaat en dat jullie gelukkig zijn, wat ik van mij zelf ook kan zeggen. Ik heb geen reden ongelukkig te zijn of te murmureren. Integendeel! Wanneer ik werkelijk over alles nadenk, kan ik oprecht zeggen dat ik gelukkig ben! Ik erken de zegeningen en de gunsten, welke ik zo onverdiend ontvang, en ik heb een onwankelbaar vertrouwen en een geloof zo sterk als een rots in de almachtige kracht van onze grote God. De liefderijke sympathie van zo velen die met ons verenigd zijn is een bron van grote vreugde.”

De broeders in de gevangenis worden ten zeerste gesterkt door de liefde, zorg en ijver voor de dienst welke wordt getoond door hen die nog vrij zijn, en aan de andere kant worden zij die in Oost-Duitsland van huis tot huis gaan, gestimuleerd door de moed en ijver welke tot uitdrukking wordt gebracht door hen die in de gevangenis zijn. De volgende ervaring getuigt van de vreugde welke wordt ondervonden door hen die nog vrij zijn om van huis tot huis te gaan:

„Ik liet de brochure Evolutie contra de Nieuwe Wereld achter bij een Katholieke doctor. Toen ik de doctor wederom bezocht, wees hij op de brochure en zei: ’Met die brochure hebt u mij een zeer aangename dienst bewezen. Ik heb de brochure met mijn dochter bestudeerd en ik kan u zeggen dat de uiteenzetting er in handen en voeten heeft. Wij hebben verscheidene bladzijden met de schrijfmachine overgeschreven en zijn van plan de professor en doctoren van de hogeschool en het ministerie van onderwijs uit te nodigen en hun onze argumenten voor te leggen.’ Uit ons gesprek bleek, dat hij de brochure van begin tot eind had bestudeerd. Hij stelde vele vragen en wilde meer weten over de tijd van het einde en de opstanding.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen