De prediking achter het IJzeren Gordijn
„ALHOEWEL gescheiden — toch verenigd: Duitsland.” Aldus luidde een van de negentig borden die ten tijde dat de door Jehovah’s getuigen belegde Vergadering der Nieuwe-Wereldmaatschappij in juli van het jaar 1953, in het Yankee Stadion werd gehouden, het stadion versierden, terwijl op deze borden in prachtige illustraties begroetingen waren aangebracht uit precies zoveel landen. Ten einde te laten uitkomen dat de berichten van de activiteit van Jehovah’s getuigen achter het IJzeren Gordijn van eenheid getuigen, worden er hier enkele weergegeven.
Op het ogenblik bevinden zich in de Oostzone van Duitsland meer dan elfhonderd broeders en zusters in gevangenissen vanwege hun getuigenis ten gunste van de waarheid. Doch zelfs in de gevangenis is Gods Woord niet gebonden. Tijdens een van de voortdurend gehouden controles in treinen, dat wil zeggen, douane-onderzoek, werd een vrouw die belangstelling had gekregen voor Jehovah’s getuigen, gearresteerd, omdat het boek De Nieuwe Wereld (Duits) bij haar werd gevonden, hetwelk een Bijbels studiehulpmiddel van de getuigen is. Voor het gerechtshof werd haar gevraagd of zij in Jehovah zou blijven geloven. Op dat ogenblik en op die plaats droeg zij zich aan Jehovah op en zij antwoordde „Ja!” Zij werd tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld en terwijl zij zich in de gevangenis bevond, was zij in staat meer omtrent de waarheid te weten te komen en zij werd in het geheim gedoopt. Na haar bevrijding schreef zij het volgende aan het Watch Tower Society in West-Berlijn: „Ik ben dankbaar met geheel mijn hart, dat ik zelfs onder verdrukking getuigenis heb kunnen afleggen van Jehovah’s naam. Het was een goede les voor mij.”
Toen een van Jehovah’s getuigen een gezin ging bezoeken ten einde hen verder onderricht uit de Bijbel te geven, bemerkte hij dat er een politieagent aanwezig was. Er heerste een gespannen verhouding en het gezin was niet op zijn gemak. Hoe zou hij zich gedragen en waar zou het op uitlopen? Na een stil gebed gaf de getuige onbevreesd het getuigenis dat hij had voorbereid. Zijn moedige houding wakkerde de belangstelling van het gezin aan. Thans verklaren zij: „Wij waren zo onzeker omtrent ons bestaan. Door middel van deze boodschap is ons leven verrijkt. U kunt zich niet voorstellen hoe gelukkig wij zijn de waarheid te hebben gevonden.”
Een van de beste gelegenheden in Oost-Duitsland om getuigenis te geven, is onder andere op begrafenissen. Zeer dikwijls zijn er honderden personen aanwezig op de begraafplaats. Alhoewel het Jehovah’s getuigen strikt verboden is tijdens zulke gelegenheden te spreken, doen zij het toch, en dit gewoonlijk zeer onverwachts zodat hun vijanden worden overrompeld.
Een Communistische ambtenaar werd gearresteerd voordat hij zijn plannen kon verwezenlijken om naar West-Duitsland te vluchten. Terwijl hij in de gevangenis was, kwam hij in contact met Jehovah’s getuigen. Na enige tijd begon hij getuigenis af te leggen van Jehovah, en ten gevolge van het feit dat hij „met Jehovah’s getuigen was besmet,” werd hij alleen opgesloten en hij had veel te lijden, vooral omdat hij weigerde bloedworst te eten. Een geestelijke die naar het Communisme overhelde, werd bij hem in de cel geplaatst ten einde hem voor zich te winnen en van Jehovah af te halen, maar tevergeefs. Spoedig daarna werd hij in de gevangenis gedoopt. Na zijn vrijlating vertelde hij aan zijn medegetuigen. „In plaats dat het een gevangenistijd voor mij is geweest, is het werkelijk een schooltijd voor mij geweest.”
Een man die er hevig tegen was gekant dat zijn vrouw een getuige van Jehovah was, schreef een brief aan de politie waarin hij namen en adressen gaf van de getuigen die de leiding hadden over het werk in zijn plaats, alsmede van anderen die belangstelling hadden voor het werk van Jehovah’s getuigen; hij schreef eveneens de tijd en plaats van de vergaderingen. Toen hij op weg was de brief te posten, kreeg hij een hartaanval en viel dood neer. Zijn vrouw vond de brief in zijn zak, met een postzegel er op en aan de politie geadresseerd, en tevens een persoonlijk afschrift.
Getuigen die worden gearresteerd terwijl zij een aandeel hebben aan het predikingswerk openbaren dikwijls een wonderbaarlijke geest in de tegenwoordigheid van hun vijanden. Ondanks dat zij op wrede wijze worden geslagen, blijven zij zwijgen en geven de namen van hun mededienstknechten niet. De Officier van justitie vroeg aan een getuige die voor het gerecht stond om verhoord te worden, hoeveel exemplaren van De Wachttoren hij in een zekere stad had binnengebracht. Hij antwoordde: „Mr. de Rechter, u zoudt het niet overleven wanneer ik u het aantal zou vertellen!” Een andere getuige zeide aan het einde van zijn verdediging: „Ook al moet ik voor vijf, tien, vijftien of twintig jaar de gevangenis in — er is geen galg te hoog en geen bijl [guillotine] te scherp — ik ben en blijf een getuige van Jehovah.” Het IJzeren Gordijn heeft Jehovah’s getuigen in Duitsland waarlijk niet gescheiden.