Beginsel 800 jaar lang genegeerd
Het Bijbelse beginsel waarin het eren van iemand wegens rijkdom en positie wordt veroordeeld, wordt door Jakobus onder woorden gebracht: „Veronderstelt eens, dat een man uw vergadering binnentreedt, die een gouden ring en een schitterend kleed draagt en dat er ook een arme binnenkomt in onooglijke kleding. Gij zoudt nu vriendelijk opzien naar dien persoon met de schitterende kleding en zeggen: ’Ga hier zitten op een mooie plaats!’ Maar tot dien arme zoudt gij zeggen: ’Ga daar staan of daar zitten, beneden bij mijn voetbankje?’ Zijt ge dan niet inkonsekwent en oordeelt gij dan niet naar heel verkeerde overwegingen? Luistert, mijn geliefde broeders! Koos God de armen naar de wereld niet uit en maakte Hij hen niet rijk door het geloof en tot erfgenamen van het koninkrijk dat Hij beloofde aan wie Hem liefhebben?” — Jak. 2:2-5, De Katholieke Bijbel.
De Maltezerridders geloven dat niet. Het tijdschrift Time van 20 april berichtte: „De Maltezerridders . . . richtten nadat zij gedurende de 12de eeuw te voorschijn kwamen als een orde van oorlogsgeestelijken die kruistochten ondernamen . . . sterke dynastieën op, successievelijk in Palestina, op Rhodos en op Malta. . . . Lidmaatschap in de orde is voor allen, behalve voor de laagste categorie, tot mensen van adellijk bloed beperkt.” In april ’besloot het Vaticaan, na een langdurige studie van de Ridders en hun tegenwoordige werkzaamheden te hebben gemaakt, dat . . . de Ridders die een hogere rang bekleedden, niet meer van adellijke afkomst behoefden te zijn’.
Was dit opdat zij zich ten slotte aan het Christelijke beginsel zouden onderwerpen dat in Galaten 3:28 staat opgetekend, dat er noch jood noch Griek, noch dienstbare noch vrije, noch man noch vrouw zou zijn, zodat deze onderscheidingen de Christelijke gemeente niet zouden verdelen? O neen! Dat werd in het geheel niet bedoeld. Geld was er bij betrokken. Rijke Amerikanen en vooraanstaande mensen elders die niet van koninklijke afkomst waren, waren van de hogere orden der Ridders buitengesloten geweest. Time verklaarde dat een officiële persoon van het Vaticaan had gezegd: „Indien [de orde] er mee was voortgegaan ander bloed dan adellijk bloed buiten te sluiten, zou [ze] onherroepelijk hebben opgehouden te bestaan.” Indien ze aan dit beginsel vasthoudt, zal God haar in ieder geval te niet doen, ongeacht haar financiële toestand.