Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w58 1/7 blz. 387-388
  • Jeugdige personen kunnen ook prediken!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jeugdige personen kunnen ook prediken!
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wie zijn Gods dienaren in deze tijd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Wie zijn Gods dienaren in deze tijd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
  • Dienaar
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Kunnen vrouwen „bedienaren” zijn?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
w58 1/7 blz. 387-388

Jeugdige personen kunnen ook prediken!

EEN bedienaar van het goede nieuws is een dienaar; dat is iemand die dient. Toen Jezus enkele van zijn volgelingen de les las over nederigheid, liet hij dit duidelijk uitkomen. „Al wie groot onder u wil worden moet uw dienaar zijn, en al wie de eerste onder u wil zijn, moet uw slaaf zijn. Evenals de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een rantsoen in ruil voor velen.” — Matth. 20:20-28.

Een dienstknecht van God, en dat is een prediker, is derhalve iemand die God dient. Is dit werk aan leeftijdsgrenzen gebonden? Wanneer iemand beweert dat hij zich als knaap reeds aan zijn Schepper had opgedragen en dat hij sindsdien met de evangeliebediening was voortgegaan, hoort men dit vaak misprijzend aan. Kan een kind al een bedienaar van het evangelie zijn, of sluit zijn jeugdigheid dit automatisch uit?

Allereerst zij opgemerkt dat Samuël al direct nadat hij was gespeend in de tempel begon te dienen. Toen God Israël in kennis wilde stellen van een dreigende ramp zond hij zijn engel niet naar de bejaarde Eli of zijn volwassen en liederlijke zonen, maar aan de jonge knaap Samuël. — 1 Sam. 2:12 tot 3:19.

Toen Jehovah tot Jeremia zei, „Ik [bestemde] u tot profeet voor de volken!” antwoordde deze: „Ach, Jahweh, mijn Heer: Zie, ik kan nog niet spreken, ik ben maar een kind!” Aanvaardde Jehovah dit excuus? Neen. „Zeg niet, ik ben maar een kind! Neen, ge moet overal heengaan, waar Ik u zend, en alles verkondigen, wat Ik u opleg.” — Jer. 1:5-7, PC; AS.

Verschillende andere voorbeelden van jeugdige dienstknechten van Jehovah God waren David, Jozef, Jozua, Daniël en zijn metgezellen en natuurlijk op de eerste en voornaamste plaats Christus Jezus. Op twaalfjarige leeftijd werd hij al „in de tempel [gevonden], waar hij temidden der onderwijzers zat, terwijl hij naar hen luisterde en hen ondervroeg. Allen die naar hem luisterden, waren echter voortdurend verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden” (Luk. 2:46, 47). Zegt u, nou ja, dat is een uitzondering, hij is immers de Zoon Gods. Bedenk dan wel dat Timotheüs zeer jong geweest moet zijn toen hij met zijn predikingscarrière begon, want ongeveer tien jaar later vond Paulus het nog steeds noodzakelijk hem de raad te geven: „Niemand zie ooit op uw jeugdigheid neer.” — Hand. 16:1-3; 1 Tim. 4:12.

Johannes Calvijn werd op twaalfjarige leeftijd als kapelaan bevestigd. Paus Paulus III verhief zijn kleinzoon Alessandro Farnese op veertienjarige leeftijd tot het kardinaalsambt. Paus Leo X werd op achtjarige leeftijd al abt en op dertienjarige leeftijd kardinaal. Paus Sixtus V (1585-1590) benoemde zijn achterneef Alessandro op veertienjarige leeftijd tot kardinaal. Ook thans lezen wij nog herhaaldelijk over jeugdige bedienaren die vanaf de kansels preken.

Aan welke eisen moet men thans voldoen om een dienstknecht van Jehovah God te kunnen zijn? Men moet zich aan Jehovah opdragen, kennis hebben van zijn Woord, het verlangen en de bekwaamheid hebben anderen hierover te vertellen en getrouw zijn, oppositie ten spijt. Dat men geen volwassene behoeft te zijn om deze capaciteiten te bezitten, blijkt duidelijk uit het volgende bericht dat wij enige tijd geleden ontvingen van een reizende vertegenwoordiger van het Wachttorengenootschap in Ghana:

„Toen ik in het kleine kustplaatsje Senya Beraku aankwam, ontmoette ik een jonge broeder van ongeveer dertien jaar, wiens ene oog met bloed besmeurd was. Toen ik hem vroeg hoe dit kwam, vertelde hij me zijn ervaring. Twee jaar geleden kwam hij voor het eerst in contact met de waarheid toen hij met een oudere schoolvriend meeging naar de Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen. Na enige tijd verdween de belangstelling van deze schoolvriend, maar de zijne niet. Spoedig ging hij met de broeders en zusters mee wanneer die van huis tot huis gingen prediken. Daar zijn moeder dood en zijn vader weg was (hij werkte in de Ivoorkust), woonde hij bij een grootmoeder en een tante, die hem herhaaldelijk sloegen om hem af te schrikken van zijn activiteit, maar tevergeefs. Twee keer kon hij een vergadering van Jehovah’s getuigen waar hij zich wilde laten dopen, niet bezoeken, omdat men zijn kleren had verstopt. Op de dag dat ik hem ontmoette, liet zijn tante, die zag dat hij klaar stond om met ons aan de groeps-predikingsactiviteit deel te nemen, hem door enkele jongens pakken en slaan. Daarna vroeg hij of dit alles was wat zij konden doen en zocht ons toen op omdat hij met ons wilde uittrekken. Door dat pak slaag had hij zo’n met bloed besmeurd oog gekregen.

De mensen bespotten hem wanneer hij van huis tot huis gaat en noemen hem asempfo, ’brenger van goed nieuws.’ Hij zegt hun rustig dat hij de naam waardeert omdat die werkelijk aanduidt wat hij is, en dan vraagt hij hun waarom zij zelf ook geen asempfos willen worden, brengers van het goede nieuws.

Zij zeggen hem dat hij op school behoorde te zijn in plaats van zo te prediken, waarop hij dan antwoordt door te wijzen op de dringende noodzaak van de boodschap. Op school is hij ondanks zijn bedieningsactiviteiten de eerste van zijn klas. Zijn antwoorden zijn zo tactvol en verstandig dat dit sommigen wrevelig maakt en anderen staan verbaasd zulke antwoorden uit de mond van zo’n kleine jongen te horen. Wanneer hij van deur tot deur gaat, hangt zijn aktentas met bijbelse lectuur bijna op de grond, omdat hij zo klein is.

’s Zondagochtends vroeg hebben wij hem gedoopt en u kunt zich zijn vreugde voorstellen dat hij eindelijk kon symboliseren dat hij zich aan Jehovah had opgedragen en hiervan in het openbaar getuigenis kon afleggen.”

Hoeveel zogenaamde christelijke predikers die rijp in jaren zijn, tonen zulk een inzicht, een soortgelijke ijver en rechtschapenheid? Werkelijk, niet de leeftijd maar de vruchten bepalen of men al dan niet een dienstknecht van God is. Kinderen kunnen ook prediken!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen