Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w53 15/7 blz. 211
  • Priesterlijke verdediger van dwaling verslagen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Priesterlijke verdediger van dwaling verslagen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1953
  • Vergelijkbare artikelen
  • Oneerlijke herder wekt afkeer op bij katholiek lam
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Zendingsijver — Een kenmerk van ware christenen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • ’De hand van Jehovah was met hen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Een katholiek priester brengt een verandering in zijn leven aan
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1953
w53 15/7 blz. 211

Priesterlijke verdediger van dwaling verslagen

ONLANGS trof een persoon van goede wil die de Bijbel bestudeert met een van de Wachttorenzendelingen die naar Uruguay was gezonden, regelingen voor een ontmoeting tussen haar priester en deze zendeling. De priester was er vlug bij de kleine huissamenkomst te openen door de zendeling sarcastisch te vragen: „Spreekt u Grieks?” Toen de zendeling hem antwoordde dat hij geen Griek doch een Amerikaan was en alleen Engels en Spaans sprak, trachtte de priester de discussie te eindigen door te zeggen dat hij, daar de Bijbel in het Grieks was geschreven, alleen maar tot een discussie er over bereid was indien de zendeling die taal verstond. De zendeling vestigde er echter de aandacht op dat de Bijbel ook gedeeltelijk in het Hebreeuws was geschreven en dat onder die voorwaarden de priester ook Hebreeuws moest kunnen spreken om een discussie te voeren.

De zendeling voegde er verder aan toe: „Deze Katholieke dame hier vertelde mij dat u haar persoonlijk had aangemoedigd de Bijbel te lezen, maar zij heeft er geen gewag van gemaakt dat u er op hebt aangedrongen dat zij de Bijbel in het Grieks moest lezen.” Terwijl de zendeling zich tot de dame wendde, vroeg hij haar: „Heeft de priester u verteld de Bijbel in het Grieks te lezen?” Natuurlijk antwoordde de dame: „O neen, hij heeft mij een Bijbel in het Spaans gegeven.” Nadat deze strikvraag aldus was te niet gedaan, werd de discussie voortgezet.

Eerst vroeg de zendeling de priester de leer van de kerk over het vagevuur met de Bijbel te staven. Daar het woord zelfs niet in de Bijbel voorkomt, was het beste wat de priester kon doen naar een aanhaling in het apocriefe boek der Makkabeeën verwijzen, welke in feite veeleer de belofte van een opstanding ondersteunde dan enig denkbeeld van lijden in het vagevuur. Vervolgens vroeg de zendeling de priester een Schriftuurlijke ondersteuning voor de leer der drieëenheid. Niet in staat enig bewijs te leveren, werd hem vervolgens gevraagd uit de Bijbel een ondersteuning te geven voor de leerstelling van de onsterfelijke ziel. Wederom niet in staat op enige wijze een antwoord te geven, begon de priester gelijk een leeuw in een kooi door de kamer op en neer te lopen en zeide dat hij niet was gekomen om door zulke onnozele vragen van een ketter, als een ezelskop aan de kaak gesteld te worden.

De huisbewoonster wist evenwel de priester er toe te bewegen weer te gaan zitten, en nu zeide de zendeling dat hij, daar de priester geen vragen wenste te beantwoorden, graag de gelegenheid aannam hem enige Bijbelteksten aan te wijzen die aantonen dat de ziel werkelijk sterfelijk is. De priester stemde er mee in hiernaar te luisteren. Vreemd genoeg beaamde de priester, toen de zendeling uit Jozua voorlas over dierlijke zielen die sterven en uit Prediker over menselijke zielen die sterven, dat deze teksten juist waren ondanks dat ze de leerstelling van de kerk tegenspraken. Maar hij voegde er aan toe dat de moeilijkheid bij de Protestanten hierin schuilt dat zij niet weten dat het woord „ziel” zowel in Protestantse als in Katholieke Bijbels verkeerd is vertaald, en dat, hoewel het waar is dat de ziel sterft, de geest niet sterft. Toen hem echter de tekst in Prediker voor ogen werd gehouden, over al de geesten die tot God terugkeren, zag hij dat dit hem voor een dilemma stelde, omdat dit zou betekenen dat zelfs de geest van de grootste goddelozen nog tot God zou terugkeren, en er dus niemand zou overblijven om naar het vagevuur of naar de hel te gaan, zoals hij beweerde. — Pred. 12:7.

Hij trachtte er onder uit te komen door te verklaren dat de zendelingen geen Grieks begrepen, maar dat dit woord geest niet geest maar een ander woord was, en hij noemde een vreemd-klinkend woord dat naar hij beweerde het oorspronkelijke Grieks was. De zendeling zeide dat het hem speet dat hij zelf geen Grieks sprak, maar dat hij een exemplaar van Strongs Exhaustive Concordance bij zich had en zij konden daarin het oorspronkelijke Griekse woord opslaan. Het woord in de tekst in Prediker was natuurlijk in het Hebreeuws, en zij zochten dus tevergeefs naar het woord dat de priester gebruikte, hoewel zij zowel de Hebreeuwse als Griekse gedeelten nagingen, met als enige resultaat dat zij ten slotte tot de ontdekking kwamen dat de priester het Franse woord voor God had gebruikt om te trachten hen in verwarring te brengen. Toen gaf de zendeling de priester een les in Hebreeuws en Grieks aan de hand van zijn concordantie, waarbij hij hem de juiste Hebreeuwse en Griekse woorden voor zowel geest als voor ziel liet zien alsmede wat ze betekenden. Nu was de priester volkomen in verlegenheid gebracht en ongetwijfeld wenste hij dat hij nooit iets gezegd had over het begrijpen van Grieks, want het was allen duidelijk dat hij er geen kennis van had.

Daarna zeide de huisbewoonster de priester zeer nadrukkelijk en ronduit dat zij er nu van overtuigd was dat Jehovah’s getuigen meer weten en leren over de Bijbel dan de Katholieke Kerk. En, nog openhartiger sprekend, verklaarde zij dat zij in één uur Bijbelstudie met Jehovah’s getuigen meer geleerd had dan in zes jaar studie met hem. Vanavond, zo zeide zij, had hij van zijn gebrek aan kennis blijk gegeven doordat hij niet in staat was zelfs ook maar één van de hem gestelde vragen te beantwoorden. Toen hij protesteerde dat hij onvoorbereid was, gaf zij hem te kennen dat zeventien jaar studeren aan een seminarium meer dan genoeg geweest diende te zijn om hem voor te bereiden. Zo had het verslaan van een priesterlijke verdediger van dwaling tot resultaat dat een van de andere schapen van de Here Jezus tot een duidelijker kennis en begrip van de waarheid van Gods Woord kwam.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen