De waarheid inspireert de jeugd tot ijver
IN DE Christian Century van 23 april 1952, verscheen een artikel waarin ’de Britse Methodistische Kerk het nalaten van de met haar verbonden jonge mensen om de stap tot het volledige lidmaatschap te doen, betreurde’. Onder andere werd er de aandacht op gevestigd, dat de Methodistische Kerk jaarlijks 65.000 jongelui verliest en dat als al dezen voor de kerk behouden konden blijven, dit haar ledental zou verdubbelen.
Wat kan hiervan de oorzaak zijn? Is er wellicht iets verkeerd met het geestelijke voedsel dat deze jonge mensen ontvangen? Dat dit het geval kan zijn, blijkt uit de volgende brief van een zendeling van Gilead die vertelt hoe het goede nieuws van Gods koninkrijk indruk maakte op een zeker jong persoon in Genève, Zwitserland.
„Ik moet jullie iets vertellen over mijn nieuwe huis-Bijbelstudie die ik bij een aardig jong meisje van drie en twintig jaar leid. Zij kwam hier als een Franse vluchtelinge en werd opgenomen in een katholiek tehuis voor jonge meisjes. Door de twistpartijen daar tussen de nonnen en de priesters was zij verre van gelukkig. Terwijl zij met vacantie in Straatsburg was, woonde zij daar een mis bij en op weg naar huis hield een vriend haar aan en vroeg waar zij was geweest. Deze vriend nodigde haar uit een aperitief (maagversterking) te gaan gebruiken en hij begon tot haar over de Bijbel te spreken, en hij vertelde haar dat de Allerhoogste niet in tempels woont die door mensenhanden zijn gemaakt, enz.; deze vriend was een van de getuigen van Jehovah. Zij heeft deze vriend slechts tweemaal ontmoet, maar bij deze twee ontmoetingen hoorde zij genoeg over de waarheid om haar naar nog meer te doen verlangen.
Zij kwam hier naar Genève terug met het Bijbelse studiehulpmiddel ’Let God Be True’ dat zij van deze vriend had gekregen en gretig verslond zij de inhoud er van. Als een gevolg hiervan verliet zij het katholieke tehuis, nam een baantje aan en schreef het Wachttoren Genootschap om meer lectuur. Het bureau in Bern zond mij het adres. Het was toevallig in hetzelfde gebouw waar wij ons zendingshuis hebben, dat het meisje als dienstbode bij een diplomaat werkte. De volgende week begon ik een huis-Bijbelstudie met haar, en de daaropvolgende Zondag begon zij onze vergaderingen in de Koninkrijkszaal te bezoeken.
Zij loopt over van ijver en wanneer zij over de waarheid spreekt, schitteren haar ogen. Zij is een verwezenlijking van de schrift die spreekt over de ’eerste liefde’ voor de waarheid. Zij spreekt nu tot iedereen, hoewel wij zelfs pas vier weken samen studeren. Twee weken geleden begon zij ook de dienstvergadering te bezoeken, en de lezing om een aandeel te hebben in het prediken van het goede nieuws aan anderen, greep haar zo aan, dat, toen de spreker vroeg wie een aandeel wilde hebben in het bekendmaken van het goede nieuws op de straten, zij haar hand opstak omdat ik de mijne opstak. Zij bracht de hele zaterdagmiddag met ons op de straat door, terwijl zij de waarheid aan de voorbijgangers aanbood.
Zondagmorgen kwam zij naar beneden en zeide dat ze in de dienst van huis tot huis wilde uittrekken. Ik zeide haar dat er eerst nog enige punten waren die wij dienden door te nemen om er zeker van te zijn dat zij een goede ondergrond had. Ik nam de verschillende Bijbelse leerstellingen zoals die in het Bijbelse studiehulpmiddel ’Let God Be True’ zijn opgenomen, met haar door en onderweg stelde ik haar hierover vragen en verklaarde ze haar, daar ik wist dat ik, zelfs al zou ik het willen, haar er niet van kon weerhouden met deze boodschap van huis tot huis te gaan.
Wij studeerden ongeveer drie uren, en ik geloof dat het nu wel met haar in orde is, daar zij wel meer zal leren als zij ervaring krijgt in het prediken.
Wij hebben de volgende maand in La Chaux de Fonds een zonevergadering, en zij denkt er ernstig over om zich te laten dopen. Morgenavond zullen wij op de dienstvergadering een lezing hebben over de doop, welke lezing haar zal helpen de ernst van de stap die zij wil doen, in te zien. Ik wens niet dat zij overijld iets doet zonder het zich volledig te realiseren.
Zij brengt elk offer om maar op de groepsvergaderingen te kunnen komen, door ’s avonds laat door te werken om de tijd die ze heeft verloren met het bijwonen er van, in te halen. Ze nam er de tijd af om zaterdagmiddag in de velddienst te gaan en ze gaf haar werkgevers zulk een grondig getuigenis dat die door haar oprechtheid waren bewogen en zij twee tijdschriften van haar namen om nu eens te weten wat dat nu allemaal wel was. Zij heeft reeds een huis-Bijbelstudie voor mij afgesproken met de kok die bij haar werkgevers werkt. Jullie kunnen je dus wel voorstellen welk een vreugde dit jonge ’schaap’ van de Heer ons heeft gegeven.”