Theoloog vindt dat kerken grote schoonmaak nodig hebben
DR. LISTON POPE, voorzitter van de faculteit der godgeleerdheid van de Yale-universiteit, heeft een sombere kijk op de houding van de kerken ten aanzien van de rassengelijkheid. Op 12 december 1951 sprak hij een gemeenschappelijke zitting van twee afdelingen van de Nationale Raad van de Kerken van Christus in de Verenigde Staten van Amerika toe en hamerde nogal zwaar op deze zwakke plek. De rassenkwestie, verzekerde hij, was een van de voornaamste strijdpunten in de wereldomvattende oorlog der ideologieën; en hij drong aan op „een betere tentoonspreiding van rassengelijkheid dan de Sovjet kan voortbrengen”. Dr. Pope beweerde dat de religie door andere terreinen, met inbegrip van politiek, sport, opvoeding, vakverenigingen en industrie, in de opheffing van het rassenvooroordeel werd overtroffen. Hij uitte de beschuldiging dat minder dan één percent van ogenschijnlijk Christelijke gemeenten in de Verenigde Staten ledenregisters bijhielden van gemengde rassengroepen, en verklaarde kort en bondig: „De kerken hebben nog een zeer grote schoonmaak te houden, alvorens zij zich Christenen kunnen noemen.”