Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w60 15/3 blz. 191-192
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wie hebben werkelijk een hemelse roeping?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • Weldra glorierijke vrijheid voor de kinderen Gods
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Wat betekent het Avondmaal des Heren voor u?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Hoop
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
w60 15/3 blz. 191-192

Vragen van lezers

● Volgens het artikel „Gehaat om zijn naam” in de uitgave van 8 maart 1959 van het tijdschrift Ontwaakt! zijn er gedurende de „tien vervolgingsperioden” die in Nero’s tijd zijn begonnen honderdduizenden christenen gestorven, terwijl er in een van deze vervolgingsperioden alleen al in Egypte 144.000 personen het leven lieten. Hoe kan dit met de schriftuurlijke beperking dat er slechts 144.000 christenen deel van Christus’ lichaam zullen uitmaken — welk vooruitzicht voor de christenen uit die tijd de enige mogelijkheid was — in overeenstemming worden gebracht? — J.A., Dominicaanse Republiek.

In het artikel werden degenen die gedurende deze vervolgingsperioden stierven, niet met enige bepaaldheid in een klasse ondergebracht. Er werd alleen maar over de resultaten in het algemeen gesproken. Merk op dat er in het geval waarvan in de vraag melding wordt gemaakt een opmerkelijke kwalificatie voorkomt: „In de provincie Egypte alleen al stierven er 144.000 van dergelijke zogenaamde christenen op gewelddadige wijze, en hier kunnen we de 700.000 aan toevoegen die stierven als gevolg van afmattingen van verbanning of dwangarbeid”. De slachtoffers worden hier als „zogenaamde christenen”, en niet als werkelijke christenen geïdentificeerd. Mogelijk zijn velen van hen in de golf van vervolging gegrepen, terwijl zij misschien nooit de waarheid hadden gepredikt of in Jezus’ voetstappen waren getreden, waardoor zij dus alleen maar zogenaamde christenen waren. Zij wisten dat de wereld waarin zij leefden, verdorven was, luisterden naar de door de christenen gepredikte boodschap en waren bereid ervoor te sterven, zelfs al kwamen zij niet voor de hoge roeping in Christus Jezus in aanmerking. Vele zogenaamde christenen van tegenwoordig zijn bereid voor hun geloof te sterven, hoewel zij toch geen volgelingen van Jezus zijn die in zijn voetstappen treden en niet aan de schriftuurlijke vereisten hiervoor voldoen.

● Waarom zond Johannes de Doper, aangezien hij in overeenstemming met het teken waarnaar hij volgens Jehovah’s instructies aan hem ter identificatie van de Messias moest uitzien, de geest in de vorm van een duif op Jezus had zien neerdalen en op hem blijven (Joh. 1:32-34), later zijn discipelen naar Jezus toe om hem te vragen of hij Degene was die komen zou? — E.P., Bolivia.

In Mattheüs 11:2-6 staat: „Johannes nu hoorde in de gevangenis de werken van den Christus en liet Hem door zijn discipelen de vraag overbrengen: Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten? En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie. En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt”.

Johannes liet deze vraag niet stellen omdat hij eraan twijfelde of Jezus de Messias was, maar omdat hij een bekrachtiging wilde hebben. Hij wist dat er in de profetieën bepaalde werken waren voorzegd die de Messias zou moeten verrichten, en voor hem zou, daar hij in de gevangenis vertoefde, een verslag dat deze dingen inderdaad plaatsvonden, en dan nog wel een bericht uit de eerste hand, zeer versterkend zijn. Jezus beschouwde Johannes’ vraag niet als een bewijs van gebrek aan geloof en zond Johannes geen berisping, maar hij stuurde hem een aanmoedigend verslag van wat er plaatsvond, waardoor werd aangetoond dat profetieën zoals die welke in Jesaja 35:3-6 was opgetekend, zowel in fysiek als in geestelijk opzicht hun vervulling vonden. Het was derhalve juist om een bevestiging te vragen van de bekendmaking die Johannes voorheen van Jezus als de Messias had gedaan, en het was voor deze gevangene, die spoedig onthoofd zou worden, een schitterend en vertroostend bericht te horen hoe Jezus aan de vereisten voor de Messias voldeed.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen