Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w52 1/3 blz. 79-80
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1952
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
  • Uur
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Uur
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Is ordinatie door de doop geldig?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1952
w52 1/3 blz. 79-80

Vragen van lezers

● In Markus 15:25 wordt het derde uur vastgesteld als de tijd waarop Jezus aan de paal werd genageld, en Johannes 19:14 zegt dat het het zesde uur was. Hoe wordt dit verschil verklaard? — S.S., New Hampshire.

Bijbelcommentators en -vertalers hebben vele vernuftige verklaringen gegeven. Verscheidenen zeggen dat het een schrijffout in Johannes’ Evangelie is, en dat de juiste lezing „derde uur” is. Er is echter geen bewijs voor dat er zulk een fout is gemaakt. Sommigen beweren dat Johannes de tijd berekende zoals wij dat tegenwoordig doen, en dat Johannes met „zesde uur” 6 uur v.m. bedoelde en niet 12 uur ’s middags, wat in die tijd in Palestina gewoonlijk met „zesde uur” zou worden aangeduid. Maar indien Johannes met „zesde uur” 6 uur v.m. heeft bedoeld, waarom zou Jezus dan op dat vroege uur bij de fontein Jakobs, vermoeid van een reis, hebben gerust? (Joh. 4:6). Twaalf uur ’s middags zou daarvoor een redelijke tijd zijn, en was ook ongetwijfeld de tijd die door Johannes werd bedoeld toen hij de uitdrukking „zesde uur” gebruikte. Eén bron ging zelfs zo ver te zeggen dat Johannes met „zesde uur” het zesde uur van de nacht, of middernacht, bedoelde. Maar dit laat geen tijd open waarin de vele gebeurtenissen kunnen geschieden waarvan er sommige zelfs niet vóór daglicht begonnen. Beschouw alles wat er geschiedde en de tijd die het in beslag zou nemen, en gij zult begrijpen dat zelfs de opvatting dat het 6 uur v.m. is geweest, de noodzakelijke tijd niet openlaat.

Gedurende de laatste avond dat Jezus als een menselijk schepsel op aarde was, vierde hij het Pascha en stelde daarna het Gedachtenisfeest in. Dit werd gevolgd door een uitvoerige bespreking, vervolgens door zijn verraad, arrestatie, en verhoor voor Annas, Kajafas en het Sanhedrin. Tijdens deze verhoren werd er vruchteloos naar valse getuigenissen gezocht, werd Jezus ondervraagd, geslagen en mishandeld, hetgeen allemaal een aanzienlijke tijd in beslag moet hebben genomen. Over de tijd waarop hij voor het laatste onderzoek en de laatste beslissing naar het Sanhedrin werd gebracht, wordt gesproken als „toen het morgen was geworden” (Matth. 27:1, NW), „onmiddellijk bij zonsopgang” (Mark. 15:1, NW), „toen het dag werd” (Luk. 22:66, NW), en „vroeg op de dag” (Joh. 18:28, NW).

Maar zelfs na het aanbreken van de dag moest er veel geschieden voordat Jezus aan een paal werd genageld. Van het Sanhedrin kwam hij voor Pilatus, die Jezus ondervroeg en de beschuldigingen van de overpriesters en de oudere mannen van aanzien aanhoorde. Daarvandaan ging Jezus naar Herodes, die hem „met tamelijk veel woorden” ondervroeg, wat met het oog op Herodes’ nieuwsgierigheid en woordenrijkheid tijd in beslag zou nemen alsmede de tijd die door de aanwezige overpriesters en schriftgeleerden werd verbruikt om hun emotionele beschuldigingen te uiten. Er was nog meer tijd nodig, in beslag genomen doordat Herodes en zijn soldaten Jezus in discrediet brachten, de gek met hem staken en hem in een schitterend gewaad hulden. Daarna terug naar Pilatus, die nadat hij een druk betoog had gevoerd met de Joodse priesters en het gepeupel, dat was afgericht de loslating van Barabbas in plaats van die van Jezus te eisen, en nadat hij de boodschapper had aangehoord die door zijn vrouw was gezonden om haar droom te vertellen, Jezus aan hun wil overgaf. Bedenk dan ook nog dat Jezus vervolgens door Pilatus werd geslagen of gegeseld en dat de soldaten hem met doornen kroonden en hem op andere wijzen bespotten, en denk aan de tocht die Jezus maakte naar Golgotha terwijl hij door de wrede geseling was verzwakt en het gepeupel om hem heen draaide; dit alles zou tijd in beslag nemen. Indien zes uur v.m. het „zesde uur” is, wordt er voor al deze dingen geen tijd opengelaten.

Sommige geleerden beweren dat de Joden de dag in vier gedeelten verdeelden, en dat de uitdrukking „derde uur” het tweede gedeelte van 9 uur v.m. tot 12 uur ’s middags, bestreek, terwijl het „zesde uur” het begin van het derde gedeelte zou kenmerken. Dit zou de moeilijkheden oplossen, aangezien het „derde uur” in Markus met „ongeveer het zesde uur” in Johannes kon samenvallen. Er bestaan echter geen vaste gronden om te denken dat er vier van zulke perioden, die elk drie uur duurden, werden gebruikt ten einde, toen Jezus op aarde was, de tijd van de dag aan te geven. Jezus noemt, nadat hij gewag heeft gemaakt van het negende uur, het elfde uur, waardoor hij aantoont dat hij het negende uur niet beschouwde als een tijd die zich van het negende tot het twaalfde uur, of bij ons van 3 uur n.m. tot 6 uur n.m., uitstrekte (Matth. 20:5, 6). Johannes rekende stellig met een tijdsindeling in uren, daar hij het tiende uur (1:39) en het zevende uur (4:52) noemde, en niet alleen respectievelijk negende en zesde uur gebruikte, zoals hij zou hebben gedaan indien hij zich had bediend van een van zulke beweerde vier grotere verdelingen van de dag.

De verklaring die logisch en niet geforceerd schijnt, is de volgende. De dagen werden in twaalf uren verdeeld, welke van zonsopgang tot zonsondergang liepen, of van ongeveer 6 uur v.m. tot 6 uur n.m. (Joh. 11:9). Daar de Joden de uren niet in minuten verdeelden, zouden zij tot aan het begin van het vierde uur zeggen dat het het derde uur was, precies zoals tegenwoordig iemand kan zeggen dat hij dertig jaar oud is, alhoewel hij in werkelijkheid dertig jaar en negen maanden kan zijn. Derhalve kon het derde uur in Markus vlak bij de aanvang van het vierde liggen, of 10 uur v.m. zijn. Johannes maakt er geen aanspraak op nauwkeurig te zijn, doordat hij zegt „het was ongeveer het zesde uur”. Het kon 11.30 uur v.m. zijn geweest, of zelfs vroeger. Het was voor Jezus’ volgelingen een dag van grote emotionele spanning, en zij zullen van de betrekkelijk onbelangrijke preciese tijd der gebeurtenissen wel niet rustig nota hebben genomen. Bedenk eveneens dat zij in die dagen geen horloges hadden die op een handige wijze om hun pols werden vastgemaakt. Ongetwijfeld werd tijd over het algemeen berekend door de zon gade te slaan, welke door mist of wolken verduisterd kon zijn, en hoogstens slechts een benadering zou zijn. Er dient eveneens in gedachten te worden gehouden dat Johannes zijn verslag ongeveer 65 jaar nadat deze gebeurtenissen waren geschied, heeft geschreven. Al deze factoren laten derhalve veel ruimte open waardoor het tijdsverschil in de twee berichten kan worden verklaard.

Nog een punt dat betrekking kan hebben op de aangelegenheid: Wanneer iemand aan een paal werd genageld, werd hij ook gegeseld of geslagen; dit werd als een onderdeel van het proces beschouwd. Dit slaan of geselen was zo vreselijk wreed dat het wel eens gebeurde dat het slachtoffer ten gevolge van deze geselingen stierf, en het kan in Jezus’ geval zo ernstig zijn geweest dat het noodzakelijk werd iemand anders te halen opdat deze kon helpen de paal te dragen, nadat Jezus eerst de paal alleen had gedragen (Luk. 23:26; Joh. 19:17). Indien dit geselen het begin was van het gehele proces waarbij iemand aan een paal werd genageld, zou er enige tijd verstrijken tussen het begin van dit proces en het tijdstip waarop zo iemand werkelijk aan de paal werd genageld. Verschillende personen zouden voor het aan de paal nagelen verschillende tijden kunnen aangeven en dit zou afhangen van het tijdstip waarop zij het proces aan de gang zagen. Er zijn dus vele factoren die het verschil in de berichten kunnen verklaren, en juist het feit dat er een bestaanbaar verschil is, bewijst dat er van de zijde van Johannes geen opzettelijke krachtsinspanning werd gedaan om zijn bericht volkomen te laten kloppen met het vroegere bericht van Markus, hetgeen hij zeer zeker wel zou hebben gedaan als hij het bericht had vervalst.

● Moeten wij, alvorens wij door God als een geordineerde bedienaar worden erkend, gedoopt zijn? In de brochure Het verdedigen en het wettelijk bevestigen van het goede nieuws staat dat wij, indien wij niet zijn gedoopt, dienen te zeggen dat wij niet geordineerde bedienaren zijn. — E.B., Indiana.

De autoriteiten van het land eisen over het algemeen de een of andere ceremonie in verband met ordinatie voor de bediening, en daarom wordt de tijd van iemands doop gewoonlijk overgelegd als de datum van iemands ordinatie. Stellig was dit zo voor Jezus, want pas nadat hij was gedoopt, daalde, als een vervulling van Jesaja 61:1, 2, de geest op hem neder. Iemand kan zich echter, omdat de gelegenheid er niet is onmiddellijk gedoopt te worden, reeds lang voor de waterdoop door bemiddeling van Christus aan God wijden en deze wijding beginnen na te komen in getrouwe aanbidding en actieve dienst. In een dergelijk geval ordineert God zulk een persoon als zijn bedienaar van de tijd af dat hij zich heeft gewijd, en God verwacht dat hij deze wijding bij de eerste gelegenheid zal symboliseren. De juridische brochure beschouwt de aangelegenheid in het bijzonder van het standpunt van de wet van het land, en erkent de twee classificaties die er betreffende bedienaren van het evangelie worden gemaakt, namelijk, geordineerde bedienaren en gewone niet geordineerde bedienaren. Omdat de juridische brochure dus door de bril van de wet van het land kijkt, wordt er in aangeraden dat wij op grond van het feit of wij al dan niet zijn gedoopt, vaststellen tot welke groep wij behoren. Alle bedienaren van het evangelie, hetzij dat zij als geordineerde of als gewone bedienaren worden gerekend, hebben dezelfde wettelijke rechten.

De juridische brochure erkent echter eveneens het feit dat iemand door God geordineerd of met zijn geest gezalfd kan zijn voordat hij met water is gedoopt, want er wordt in aangetoond dat Cornelius en zijn heidense geloofsgenoten met de geest van God werden geordineerd voordat zij in water werden gedoopt (Hand. 10:44-48). Ofschoon dit een buitengewoon geval was, toont het toch aan dat God een gewijd persoon kan ordineren vóór de waterdoop. Derhalve kan een ongedoopte persoon, terwijl hij door God geordineerd kan zijn, toch voor het gerecht uiteenzetten dat hij de ordinatieceremonie van de waterdoop nog niet heeft ondergaan, en hij kan om deze reden door de wet van het land veeleer als een gewone bedienaar dan als een geordineerde bedienaar worden geclassificeerd. Dat het Wachttoren Genootschap zelf gewicht en betekenis hecht aan de verrichting van de waterdoop, blijkt uit het feit dat alleen zij die op zulk een wijze hun wijding aan God hebben gesymboliseerd, recht hebben op een persoonlijk exemplaar van de brochure Raadgevingen over theocratische organisatie voor Jehovah’s getuigen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen