Vragen van lezers
● Zou het met het oog op de gevaarvolle laatste dagen waarin wij leven, juist zijn dat getrouwde paren zich van voorbehoedmiddelen bedienen? Zou, indien bevruchting plaatsvindt, ook abortus geoorloofd zijn? — Gebaseerd op gelijkluidende vragen, die ons door verschillende lezers werden gesteld.
Wij zijn noch door de wet van het land noch door Gods Woord gemachtigd raadgevingen te verschaffen omtrent voorbehoedmiddelen. De verantwoordelijkheid voor het gebruik er van moet berusten bij hen die het besluit nemen dat zij ze gewetensvol kunnen gebruiken, en hun rechtvaardige oordeel moet berusten bij de God die zij dienen, en niet bij ons. Of getrouwde paren in de waarheid al dan niet kinderen willen hebben, dat is hun zaak, niet de onze. Ieder echtpaar moet zijn eigen omstandigheden en zijn eigen oogmerken beschouwen, een beslissing in de zaak nemen, een bepaalde handelwijze volgen en dan voor God de verantwoording op zich nemen van zulk een handelwijze en de gevolgen die er uit voortvloeien. Maar wij houden ondubbelzinnig vol dat het doel van het huwelijk voor God het voortbrengen van kinderen is en indien derhalve een gehuwd paar thans, vóór Armageddon, kinderen wenst, is dat volkomen op zijn plaats en niemand dient hen wegens die handelwijze te becritiseren daar zij zich anders met een andermans zaken zouden bemoeien. Noch dient iemand becritiseerd te worden omdat hij geen kinderen heeft, noch dienen wij ons te bemoeien met de reden waarom niet. Privé huwelijksaangelegenheden zijn zaken die buitenstaanders niet aangaan.
Kinderen dienen niet te worden beschouwd als een hinderpaal om God te dienen en om die reden dienen zij niet als ongewenst te worden beschouwd. Anders zou Paulus niet hebben geschreven: „Zij zal echter veilig worden bewaard door het baren van kinderen.” Noch zou hij vrouwen die in zekere omstandigheden verkeerden, hebben aangeraden „kinderen [te] baren” (1 Tim. 2:15; 5:14, NW). Indien iemand in dezelfde omstandigheden verkeert, is zijn raad heden ten dage van toepassing. Indien er op natuurlijke wijze kinderen komen, overeenkomstig het doel waarvoor God het menselijke huwelijk heeft ingesteld, dan dienen zij welkom te zijn, zelfs nu, voordat de goddelijke opdracht opnieuw zal worden uitgevaardigd aan de overlevenden van Armageddon. Gij zijt dankbaar in het leven gebracht te zijn, zelfs in de tegenwoordige boze wereld, en zo kunnen uw kinderen om dezelfde reden dankbaar zijn.
Als wij zouden adviseren abortus te plegen, zouden wij de wet van het land overtreden. Bovendien nemen wij het standpunt in dat abortus zelf in strijd is met Gods Woord. Een ieder dient het volle gewicht van de verantwoordelijkheid voor een dergelijke handelwijze te dragen. Wij zijn verplicht te zeggen dat de vruchtbaarheid van de schoot volgens Gods verbond met de Israëlieten een teken van zijn zegen was, terwijl onvruchtbaarheid een vloek was (Lev. 26:9; Deut. 28:4, 11, 18, 63; Ps. 127:3-5). En wij moeten er nota van nemen dat God grote achting heeft voor het leven van het ongeboren kind en van de in verwachting zijnde moeder. De grote verantwoordelijkheid welke rust op degene die, zelfs al is het per ongeluk, het leven van het ongeboren kind of dat van de zwangere vrouw in gevaar brengt, wordt in de Mozaïsche Wet getoond in Exodus 21:22-25 (NBG): „Wanneer mannen vechten en een van hen stoot een zwangere vrouw, zodat haar vrucht afgaat, maar zonder ander letsel, dan zal zeker een boete worden geëist, naardat de man van die vrouw hem oplegt, en hij zal het volgens besluit van de rechters geven. Maar indien er een ander letsel is, zult gij geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, blaar voor blaar, wond voor wond, striem voor striem.”
Het betrof hoofdzakelijk de echtgenoot en aanstaande vader, en zodoende eiste de echtgenoot van de vrouw een boete voor tijdelijk letsel; maar wanneer het leven van het kind of dat van de vrouw verloren ging, dan moest de verantwoordelijke persoon met zijn eigen leven betalen. Indien nu ten gevolge van een ongeval een dergelijke storing van de natuurlijke gang van zaken met betrekking tot een zwangere vrouw een zaak was met zulk een ernstig gevolg, ziet gij dan niet in dat een weloverwogen ingrijpen een nog grotere veroordeling verdient? En hoewel wij nu niet onder de Mozaïsche Wet staan, is er toch geen enkele reden voor te denken dat Gods gedachten met betrekking tot de heiligheid van het leven dat bij zulke gevallen betrokken is, zijn gewijzigd. In zulke zaken vereisen Christelijke principes gewoonlijk meer dan de Mozaïsche Wet en niet minder. — Matth. 5:38-42.
Het Wachttoren Genootschap kan zich dus niet in de zaak betrekken door raad te geven in die gevallen waar letsel of verlies van leven bij betrokken is, hetzij van het ongeboren kind of van de aanstaande moeder. Abortus gaat vergezeld van het gevaar van bloedingen en infectie en kan tot blijvend nadeel voor de vrouw leiden of tot haar dood. Het beëindigt de groei van een embryo dat anders zou doorgroeien tot de normale geboorte als een menselijke baby, volgens Gods scheppingsregelingen. Wij achten de argumenten dat de leeftijd van het embryo of foetus een factor is bij het bepalen van de juistheid of verkeerdheid van abortus, zonder kracht en van geen betekenis, daar God zulke nadere aanduidingen of beperkingen niet voorschreef in zijn wet die hij in Exodus 21:22-25 tot uitdrukking bracht. Terwijl onder de oude door mensen opgestelde wetten het vergrijp van abortus werd gerekend bedreven te zijn wanneer er vóór de abortus leven in de moederschoot werd gevoeld, staat de moderne geschreven wet dichter bij de Schriftuurlijke regel. Abortus „wordt gewoonlijk als een zware misdaad beschouwd, of het nu voor of na het voelen van leven wordt bedreven.” — Summary of American Law, Clark, bladzijde 122.
Ieder gehuwd paar moet dit alles zeer ernstig overdenken, en dan hun handelwijze regelen op een wijze die de Allerhoogste God behaagt. Het is hun probleem, aan hun is de beslissing, en zij moeten de consequenties er van dragen. De beslissing en de hierbij betrokken verantwoordelijkheid kan niet op andere personen worden geschoven, en ook niet op het Wachttoren Genootschap. In deze zaken zal „een ieder . . . zijn eigen last verantwoordelijkheid dragen.” — Gal. 6:5, NW.