Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 15/11 blz. 368
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 15/11 blz. 368

Vragen van lezers

● Waarom stond de Mozaïsche Wet de Israëlieten toe iets wat uit zich zelf was gestorven, aan de vreemdeling te geven, hoewel zij het zelf niet mochten eten? — Lezer in Californië.

De vraag heeft betrekking op Deuteronomium 14:21, waar staat: „Gij zult niet eten van iets wat uit zich zelf is gestorven; gij kunt het aan de gast geven die binnen uw poorten is, opdat hij het ete; of gij kunt het aan een vreemdeling verkopen; want gij zijt een heilig volk voor Jehova uw God” (AS). Wanneer de Israëlieten zo’n dood beest aan een vreemdeling gaven of verkochten, stelden zij de aangelegenheid niet verkeerd voor. De ontvanger of koper van dergelijke waren handelde vrijwillig. Hij was niet verplicht de waar te kopen of het als een gift te aanvaarden. Er was geen ongerechtigheid bij betrokken; het was alleen een beperking die de Israëlieten was opgelegd, een beperking die andere natiën destijds niet in acht namen. De reden waarom de Israëlieten de aangelegenheid verschillend van andere natiën moesten beschouwen, wordt aangetoond door de woorden: „Want gij zijt een heilig volk voor Jehova uw God.”

● Moeten gewijde vrouwen die aan vergaderingen der gemeente deelnemen, hun hoofd bedekt hebben? — Lezer in Californië.

Nadat Paulus heeft vermeld dat het hoofd van de vrouw de man, het hoofd van de man Christus en het hoofd van Christus God is, schrijft hij: „Iedere vrouw die bidt of profeteert zonder een sluier op haar hoofd, beschaamt hem die haar hoofd is” (1 Kor. 11:3-10, NW). Als commentaar hierop zegt het boek „Dit betekent eeuwig leven” (in het Engels): „In de dagen der apostelen, en vooral daar in de schandelijk zedeloze stad Korinthe uit de oudheid, was het de gewoonte dat achtenswaardige vrouwen gesluierd in het openbaar verschenen. Wanneer een vrouw niet aldus op openbare vergaderingen zou verschijnen, zou zij worden gebrandmerkt als een vrouw die zedelijk op een laag peil stond en een twijfelachtige reputatie had. . . . In deze tegenwoordige tijden of in landen waar het niet de gewoonte is dat vrouwen die daar wonen, als een teken van achtenswaardigheid gesluierd gaan, vereist Christelijke welvoeglijkheid niet dat de vrouw ter wille van het geloof en de organisatie, zich naar die oude gewoonte voegt. . . . Doch ongeacht de gewoonte van een volk, indien tegenwoordig een vrouw in een gemeente zou opstaan en zou bidden of profeteren voor de gelovige mannen en vrouwen die aanwezig zijn, dient zij haar hoofd te sluieren of een ’teken van gezag op haar hoofd te hebben om der engelen wil’” (Bladzijden 161, 162). Wanneer een vrouw daarom krachtens een Theocratische aanstelling op een vergadering waar de Bijbel wordt bestudeerd, moet bidden of deze vergadering moet leiden, dient zij een teken van gezag te dragen terwijl zij deze dienst verricht, om te tonen dat zij de man volgens de Theocratische regeling als het hoofd erkent en „om der engelen wil”. Zij hoeft haar hoofd echter niet te bedekken, wanneer zij aan vergaderingen deelneemt doordat zij slechts vragen beantwoordt die aan de toehoorders worden gesteld, ervaringen vertelt of aan demonstraties meedoet.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen