Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 1/8 blz. 243-244
  • Een christelijk gebruik van stoffelijke rijkdom

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een christelijk gebruik van stoffelijke rijkdom
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het goede nieuws met anderen delen door persoonlijk bijdragen te schenken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Hoe wordt het Koninkrijkswerk gefinancierd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Thans plannen maken voor de komende tijd
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
  • Hoe wordt het allemaal gefinancierd?
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 1/8 blz. 243-244

Een christelijk gebruik van stoffelijke rijkdom

OVER de uitgestrekte oppervlakte van deze prachtige aarde, welke onze Schepper in zijn liefde als het gezegende huis der mensen heeft verschaft, dragen op dit ogenblik personen die zich aan de dienst van de Allerhoogste hebben gewijd, de kennis van zijn Woord, de Bijbel, uit. Hun roeping ’het Woord te prediken’ is een eervolle opdracht en een heilig toevertrouwd pand, waarmede niets op aarde is te vergelijken. Hetgeen zij bekendmaken is de glorie van Jehova, de ware God, wiens dienstknechten zij zijn.

Wanneer gij deze woorden leest, bevindt gij u misschien in een van de natiën der wereld waarin een vrij hoge trap van ontwikkeling is bereikt. In dit geval weet gij dat Jehova’s getuigen de mensen van een dergelijk land Bijbelse onderwijzingen brengen, licht dat niet van mensen afkomstig is, doch van de Heer Jehova, die zijn dienstknechten heeft verwekt (Jes. 60:1, 2). Gij ziet in, dat zij dit niet om financieel gewin doen, daar zij hun tijd en alle stoffelijke en geestelijke hulpmiddelen voor deze dienst gebruiken en niet oppotten. Het kan zijn dat gij hen in deze glorierijke dienst vergezelt, en dan weet gij dat het hun aan niets ontbreekt in hun leven, dat tot overvloeiens toe met de geestelijke rijkdom van de waarheden van het koninkrijk der hemelen is vervuld.

Aan de andere kant bevindt gij u misschien in een deel van de aarde dat zich niet heeft ontwikkeld overeenkomstig hetgeen de mens trots „beschaving” noemt. Toch prediken Jehova’s getuigen in al deze plaatsen hetzelfde Woord van God. Denk eens aan de verscheidenheid van mensen en plaatsen in deze grote ’akker die de wereld is’! Er zijn grote tegenstellingen: elk klimaat, alle gewoonten, verschillende levensstandaarden, gebruiken en gezichtspunten. Overal zijn mensen, rijk of arm, met deze gelaatskleur of dat voorkomen, met deze of gene taal, in een groot herenhuis of in een zeer nederige woning, en in mensen stellen Jehova’s getuigen belang.

De verscheidene natiën bezitten thans enige rijkdom, in vele opzichten is deze rijkdom groot, doch al die rijkdom behoort in werkelijkheid aan Jehova, de Schepper, toe. Mensen die God liefhebben, besteden van deze stoffelijke rijkdom zoveel zij kunnen tot lof van de Heer, doordat zij deze rijkdom gebruiken om de bekendmaking van het Koninkrijk te bevorderen. Vele mensen van de natiën, de mannen, vrouwen en kinderen die gerechtigheid liefhebben, zijn echter van ware geestelijke waarde, en zij ’verkondigen waarlijk Jehova’s lof’ door hem te aanbidden. Deze mensen zijn voor Jehova en zijn dienstknechten, die hen liefhebben, kostbaar.

Doch wat maakt per slot van rekening werkelijk een mens uit? De kleren waarin hij zijn gestalte hult? Zijn huidskleur? De verblijfplaats van zijn moeder ten tijde van zijn geboorte? Zijn grootte, karaktertrekken, overgeërfde lichamelijke onvolmaaktheid, de gewoonten van zijn voorouders? Stellig geen van deze dingen! Een knappe, geleerde persoon die over moderne middelen beschikt en sierlijke kleding bezit, is misschien wreed en zelfzuchtig, of niet. Een arme, ongeletterde persoon, wiens voorkomen en spraak sommigen vreemd schijnen, kan gerechtigheid liefhebben, zijn medemens eerbiedigen en jegens God van goede wil zijn of zijn hart kan het tegengestelde zijn van deze goede hoedanigheden. Wordt de mens derhalve niet gemaakt door wat binnenin hem is, en leidt dit hem niet bij zijn reactie op de waarheid van Gods Woord? Wij zinspelen niet op die verzonnen religieuze uitvinding, de „onsterfelijke ziel”, maar op datgene wat God kan zien en ook ziet, het hart (1 Sam. 16:7). Alle mensen hebben een geest en een hart, waardoor zij hun genegenheid kunnen richten op onrechtvaardige dingen dezer oude wereld of op rechtvaardige beginselen, welke in overeenstemming zijn met de beginselen van de nieuwe wereld zoals die in de Schrift zijn geopenbaard.

Wij weten dat gij deze aangelegenheid van dit gezichtspunt uit zoudt willen beschouwen. Dit helpt ons in te zien dat het noodzakelijk is, dat het Watch Tower Bible & Tract Society iedere persoon, waar deze zich ook bevindt, voortdurend en aanhoudend aanspoort het evangelie te prediken. Het is een aanmoediging voor u wanneer gij aan dit Bijbelse onderwijzingswerk deelneemt. Wanneer wij beseffen, dat iedereen, wie hij ook is en waar hij zich ook bevindt, op deze of gene wijze op Gods Woord kan reageren, dan begrijpen wij waarom Jehova’s getuigen naar alle gebieden worden gezonden om tot de mensen te prediken. Wanneer gij in dit tijdschrift of andere publicaties van het Wachttoren Genootschap, zoals het Jaarboek van 1950, de berichten over het wereldomvattende werk leest, dan leert gij de beweegreden kennen die aan dit werk leven en kracht geeft: liefde voor God en de mens, en Jehova’s geest der zegening op zijn onzelfzuchtige dienstknechten.

Het geld dat wordt bijgedragen door mensen die de gedrukte Bijbelse studiehulpmiddelen van Jehova’s getuigen aannemen, draagt er niet weinig toe bij het werk gaande te houden. Het grootste gedeelte van de financiële hulp komt echter van andere vrijwillige bijdragen, welke worden geschonken door Jehova’s getuigen, door anderen die met hen zijn verbonden en door elke persoon die het werk op deze manier wil ondersteunen. Het is ons een vreugde, en wij geloven dat het voor u eveneens zo zal zijn, wederom het feit te bevestigen dat het nooit in de geschiedenis van het Watch Tower Bible & Tract Society is voorgevallen, dat dit genootschap of zijn vertegenwoordigers om enig geld hebben verzocht, „een collecte hebben gehouden”, of tienden hebben geheven. Christenen ’begeren niemands goud’ (Hand. 20:33). Doordat deze Schriftuurlijke regel wordt opgevolgd, rust Jehova’s zegen op zijn organisatie.

Het wonder der expansie van Jehova’s aanbidding geschiedt in deze dag door des Heren rijke zegen en leiding. Een mens volgt een verstandige handelwijze wanneer hij zijn geld en andere stoffelijke zegeningen gebruikt om dit werk te ondersteunen. Thans, evenals altijd, volgt het Watch Tower Bible & Tract Society de Schriftuurlijk goedgekeurde gedragslijn door ongedwongen, ongevraagde, vrijwillige geldelijke giften te aanvaarden. Zie Lukas 16:9; 21:1-4; 1 Korinthe 16:2; 2 Korinthe 9:7.

Dit beginsel is altijd onder Gods dienstknechten die in alle tijden op aarde zijn geweest, van kracht geweest. Hetzelfde voorrecht is er thans nog. Door zulke giften is het mogelijk geworden een hoofdbureau, Bijkantoren en gebouwen in 65 landen, met inbegrip van zendingshuizen (waarvan er thans 107 zijn), te bouwen en te exploiteren, het werk in elk land (terwijl dit wordt geschreven, zijn het er 104) te bevorderen, zendelingen op te leiden en hen naar de hun toegewezen gebieden in het buitenland over te plaatsen, plaatselijke, nationale en internationale vergaderingen van bedienaren van het evangelie te bekostigen, Bijbels en studie-hulpmiddelen uit te geven, en deze te verzenden en te verspreiden. En het werk breidt zich uit.

Jaarlijks bespreken wij deze aangelegenheid in De Wachttoren om allen in te lichten, en aldus voor onze vele nieuwe lezers de vragen die daarop betrekking hebben, te beantwoorden en hun een overzicht te geven van de regeling der „Goede Hoop”-giften. Een verzoek om geld? In het geheel niet! Het werk des Heren beschouwen en voor de bevordering er van te voren plannen opstellen, is in deze dag een gezegend en wonderbaarlijk voorrecht. Het Genootschap maakt van te voren plannen, en vele personen doen dit eveneens. Het is in overeenstemming met de raad betreffende schenkingen die in 1 Korinthe 16:2 staat opgetekend, dat wij van te voren uitrekenen hoeveel wij kunnen bijdragen. Daarom raden wij u aan, na ontvangst van deze uitgave van De Wachttoren, een briefkaart of brief naar het Genootschap te schrijven, waarin gij het bedrag vermeldt dat u hoopt bij te dragen, terwijl gij als herinnering een afschrift hiervan voor u zelf behoudt. Gij kunt ongeveer als volgt schrijven:

Door Gods genade hoop ik in staat te zijn gedurende het komende jaar voor de aankondiging van het koninkrijk van Jehova een bedrag van ƒ ____, bij te dragen, hetwelk ik in zulke bedragen en op zulk een tijdstip zal overmaken, als het mij gelegen komt, en naarmate ik voorspoed heb.

(Handtekening) ______.

Zend uw briefkaart of brief naar:

Watch Tower Bible & Tract Society,

Koningslaan 1,

Amsterdam-Zuid.

Zij die buiten Nederland wonen en op bovengenoemde manier iets wensen bij te dragen voor de uitgaven van het komende jaar, gelieven hun brief of briefkaart te zenden naar het Bijkantoor van het Genootschap in het respectieve land waarin zij wonen. (Zie voor een lijst van adressen pagina 234.)

Enige personen zullen een dergelijke vrijwillige regeling als hierboven beschreven, wellicht niet willen treffen, omdat zij vinden dat zij zich dan verplichten. Zij willen hun bijdragen liever op een willekeurig tijdstip naar het Genootschap opzenden, zoals het naar hun voorspoed of vermogen het beste uitkomt. In dat geval zullen zij al deze bijdragen naar het Bijkantoor van het Genootschap in hun respectieve land zenden, ook al hebben zij dit van te voren niet te kennen gegeven.

Uw wens en de onze is, dat Gods wil door middel van zijn organisatie zal worden volbracht. Laten wij ons dus voor de nodige leiding in gebed tot Hem richten, opdat alle geldelijke bijdragen die wij ontvangen, op de nuttigste wijze voor de aankondiging van het Koninkrijk zullen worden gebruikt, totdat het einde komt en de nieuwe wereld begint. — Matth. 24:14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen